Oppottende Japanners onhandig in geld uitgeven/'We kunnen maar niet uit recessie komen'

TOKIO - Het keizerrijk Japan heeft een niet te bevatten spaaroverschot van duizenden miljarden guldens. Tussen eenvijfde en een kwart van het Japanse inkomen wordt opgepot, terwijl de Amerikanen gemiddeld minder dan een procent van hun loon opzijleggen. Toch gaat het belabberd slecht met de op één na grootste economie op aarde. De paradox van rijkdom en depressie verwart de Japanners en brengt hen dieper in de put.

Prof. Ken-ichi Ikeda, sociaal psycholoog aan de Universiteit van Tokio, komt met een verrassende verklaring. “Wij Japanners sparen zo ontzettend veel, stomweg omdat we niet weten hoe we ons geld moeten gebruiken. Het maakt ons radeloos en reddeloos. Ons voornaamste doel was rijk worden, geld in handen krijgen. Nou, we werden rijk. Maar de ontgoocheling van vandaag is dat we ontdekken dat rijkdom nooit doel kan zijn, slechts middel. We kunnen met al onze rijkdom niet eens uit de huidige recessie komen. Dat is de desillusie van 1998.”

Japan verkeert in een ernstige economische crisis. Het Westen ziet alleen de cijfers, de statistieken van de Japanse neergang. Dat is te oppervlakkig, zegt Ikeda. “Onze crisis is gecompliceerder. Het is een stapeling van crises. De economische malaise komt op de laatste plaats.”

Begin jaren negentig barstte de zeepbel van de op hol geslagen Japanse economie. In 1993 kreeg het land voor het eerst in veertig jaar te maken met een diepe politieke crisis. De eeuwig regerende LDP belandde in de oppositie. 1995 Was het rampjaar van de aardbeving van Kobe en de gasaanvallen door terroristen. Voor het eerst waren er tekenen van een maatschappelijk crisis. De Japanse jeugd leek losgeslagen.

“Dat rampjaar vormt een keerpunt. Iedereen lijkt sindsdien in rep en roer. En op de maatschappelijke en mentale crisis volgde de recessie van 1998, die voor Japan een ongestructureerd probleem vormt. En in het oplossen van dit probleem zijn we erg zwak”, zegt de psycholoog.

Japan was het land van zekerheden. Problemen en tegenslagen konden worden opgelost met meer inzet en harder werken. Professor Ikeda: “Onze levens werden beheerst door strakke sociale normen en enge maatschappelijke verbanden. In 1998 zien we het falen van het systeem van vertrouwen, van vertrouwen in de nauwe verbanden, van vertrouwen in de groep en haar harmonie, van vertrouwen in de overheid, van vertrouwen in de familie. Door deze recessie blijkt opeens dat we onze baan kunnen verliezen, ondanks onze absolute toewijding aan het bedrijf waarvoor we 30 of 35 jaar hoopten te werken. Zelfs de chef en de naaste collega's zijn niet meer te vertrouwen.”

De chaos in de hoofden doet sterk denken aan de radeloosheid van Russen en Oost-Duitsers na de ineenstorting van het Sovjet-imperium. Ook Japanners verwachten nog steeds dat anderen hun tonen hoe ze moeten optreden. Maar veilig groepsgedrag bestaat niet meer.

Door de economische crisis, door de koude sanering en ook door de enorme druk van het buitenland op Japan om orde op zaken te stellen, wordt het rijk gedwongen een 'open maatschappij' te worden. Ken-ichi Ikeda: “Dat veroorzaakt extra onzekerheid. De meesten hebben geen flauw idee hoe we ons land moeten openen. Want openheid veronderstelt een algemeen vertrouwen in anderen en dat ontbreekt ten enenmale. Wij leerden nooit om vrijelijk met anderen om te gaan.”

Ikeda is pessimistisch. De jongere generatie is al verloren. Zij is nog grootgebracht met oud gedachtengoed. Op Ikeda's top-universiteit kan de helft van de studenten voor een simpel onderzoekje niet eens een hypothese ontwerpen. “Toch geloof ik niet dat Amerikanen of Europeanen creatiever zijn dan wij, maar zij zijn wel veel opener. Zij zijn veel beter in het omgaan met situaties van verandering.” Aan kennis ontbreekt het de Japanners niet. “Maar net als met ons geld weten wij niet hoe we die kennis moeten inzetten om uit de malaise te komen.”

Professor Ikeda is niet de enige die de economische crisis vooral als een mentale kwestie duidt. Dat doet ook de Duitse Japan-kenner Florian Coulmas, hoogleraar aan de faculteit der politieke wetenschappen van de Chuo-Universiteit. “Mijn beeld van Japan is een machtig cruiseschip, de Nihon Maru. Het heeft ontzettend veel restaurants en bioscopen. De opvarenden genieten nog steeds van de mooie salons. Maar er is niemand op de brug. En het schip is verouderd.”

De hoogleraar vraagt zich af wie leiding zou moeten geven. “De politieke elite heeft er niets van begrepen. Premier Keizo Obuchi is de meest machteloze, initiatiefloze en oncreatieve persoon die ik me kan voorstellen. Van de politici heeft Japan nooit veel verwacht. Maar nu is het de financieel-economische en ambtelijke elite die zich bezoedelt. Bijna wekelijks gaat er een nieuwe beerput open. De jeugd ziet op tv hoe de hoogste representanten van het land naar de gevangenis worden geleid. De oudere generaties geven een beroerd voorbeeld. Zij hebben zich sinds de oorlog beziggehouden met de wederopbouw en het economische herstel. Maar aan de verwerking van het verleden werd niets gedaan. De Amerikanen noemen de Japanners economic animals. Dat klinkt cru, maar er zit een kern van waarheid in. De oudere Japanners hebben de jongere generaties geen waarden geleerd die iets anders inhouden dan rijk worden.”

Nu zit Japan met de brokken. Er is rijkdom. En dat is wat betreft de economische crisis een van de grootste problemen: het bewustzijn dat er een grote crisis is wanneer je alles hebt, wanneer je alle weelde van de wereld hebt. Wanneer je drie tv's hebt, twee auto's, een goedgevulde bankrekening, de kinderen op een goede school.

Florian Coulmas: “Japan ontbeert niet alleen leiding, het heeft ook geen kritische intellectuele elite. Op Nobelprijswinnaar Kenzaburo Oe na zijn er vrijwel alleen marginale figuren die voor het voetlicht treden.”

Hij vestigt zijn hoop op de jongere generaties. De jeugd heeft volgens de Japan-kenner meer visie. Veel jongeren zijn in het buitenland geweest. Aan de andere kant is er bij hen minder hiërarchisch besef en minder ordentelijk gedrag. Ouderen zien alleen de excessen: messentrekkerij op school, drugsgebruik, jeugdprostitutie. “De gewone jeugd gaat op de straat zitten, letterlijk. Dat is voor oudere Japanners echt een ramp, want de straat is vuil.”

Japan is nog niet helemaal verloren. Tweemaal in de geschiedenis wist het land zich drastisch en radicaal te vernieuwen: in 1868 toen Japan zich openstelde en na de verpletterende nederlaag van 1945. Coulmas: “Dus je kunt niet zeggen dat Japan per se een starre maatschappij is. Juist de combinatie van conservatisme en opportunisme is bewonderenswaardig. Soms kan verandering in Japan opeens heel snel gaan, want je hebt hier geen filosofische of religieuze principes die verandering hinderen. Dat is welbeschouwd Japans' grote sterkte.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden