Oppositie Italië moet zoveelste leider kiezen

In Italië spint premier Berlusconi er garen bij dat de oppositie zo verdeeld is. De grootste partij heeft groot gebrek aan een charismatisch leider.

In Italië wordt morgen de nieuwe leider van de grootste oppositiepartij gekozen. De Partito Democratico (PD) houdt een zogeheten primarie: iedereen van zestien jaar of ouder mag –tegen betaling van twee euro– in provisorische stemlokalen zijn voorkeur uitspreken. Verwacht wordt dat ruim twee miljoen Italianen gaan stemmen.

Het is al de derde keer in vier jaar tijd dat de centrum-linkse kiezers moeten opdraven om een leider te kiezen. In 2005 won Romano Prodi door middel van primarie, en in 2007 was het de beurt aan Walter Veltroni. Die moest in februari aftreden omdat de oppositiepartij de ene na de andere nederlaag leed en door premier Berlusconi’s coalitiepartijen werd weggevaagd. Een tijdelijke leider heeft tot nu toe de honneurs waargenomen.

Er zijn drie kandidaten die de Democratische Partij graag willen aanvoeren; het zijn alle drie mannen van in de vijftig. De jongste is advocaat Dario Franceschini; hij heeft christen-democratische wortels en is de tijdelijke voorman. Ex-communist Pierluigi Bersani is een carrièrepoliticus; onder Prodi bekleedde hij meerdere ministersposten. Buitenstaander Ignazio Marino is senator en chirurg. Uit peilingen onder de leden en kiezers van de PD komt Bersani als grote favoriet tevoorschijn. Franceschini zou morgen zo’n 20 procent minder stemmen dan Bersani krijgen. Marino lijkt geen schijn van kans te hebben.

Degene die wint, wacht de loodzware taak om van de PD een eenheid te maken die de centrum-linkse kiezers weer kan enthousiasmeren. Want in plaats van krachtig oppositie te voeren tegen Silvio Berlusconi –die woensdag het Jordaanse koningshuis schoffeerde (zie kader)– houdt de partij zich voornamelijk bezig met intern gekibbel.

De Democratische Partij is eind 2007 opgericht met het idee dat het land baat heeft bij politieke stabiliteit in de vorm van een twee-partijenstelsel, net zoals dat in de Verenigde Staten bestaat. Er gingen twee partijen in de PD op: de grootste had een communistisch verleden en de kleinere had een christen-democratische achtergrond. Die twee stromingen zijn nooit verdwenen. En dat maakt de PD zwak; ze worden het binnen de partij nauwelijks eens over de politieke koers.

De gematigde stroming wil bijvoorbeeld dat die niet te links is en gruwelt van een mogelijke samenwerking met extreem-linkse partijtjes. De linksere stroming gelooft juist wél in zo’n samenwerking om Berlusconi te kunnen verslaan, en zet zich enigszins af tegen de machtige katholieke kerk. Zodra er een standpunt gevormd moet worden over kwesties als het homopartnerschap of euthanasie is er ruzie in de tent.

Omdat de politici zich niet over die interne botsingen kunnen heenzetten, en er ook veel haat en nijd bestaat tussen PD’ers onderling, maakt de partij tegenover Berlusconi niets klaar. Er dreigt zelfs een splitsing of leegloop; meerdere zwaargewichten overwegen hardop om de partij te verlaten.

Sergio Chiamparino, de burgemeester van Turijn, legt uit waarom hij zich er niet thuis voelt: „We zijn niet geloofwaardig. We doen aan navelstaren; iedereen denkt alleen aan zijn eigen hachje. De inhoud doet er niet toe”. En de voormalige burgemeester van Rome, Francesco Rutelli, heeft net een boek op de markt gebracht met de veelzeggende titel ’Brief aan een nooit geboren partij.’

Een ander probleem van de PD is dat dertigers en veertigers vinden dat ze te weinig inspraak hebben. Ze klagen dat ’de oude kliek’ –onder leiding van de machtige spin-in-het-web Massimo D’Alema– veel te veel voor het zeggen heeft en een nieuwe partijcultuur in de weg staat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden