Oppervlakkige geest van Paars eist rebellie

Bij het verschijnen van zijn bundel 'Politiek met een hart' riep het reformatorische kamerlid André Rouvoet donderdag op tot verzet tegen de politieke richtingloosheid. ,,Tegen het relativisme, de waarheid.' Het linkse kamerlid Femke Halsema verwijt Rouvoet een autoritair waarheidsbegrip. ,,De moraal van de staat is niet vanzelfsprekend.'

Femke Halsema

In de twee jaar dat André Rouvoet en ik met grote regelmaat met elkaar in debat treden, ben ik er in geslaagd om hem één keer werkelijk in zijn politieke hart te treffen. Dat was toen ik hem en zijn partij verweet gouvernementeel te zijn. Hij zal het misschien niet leuk vinden maar dit verwijt ga ik herhalen en onderbouwen.

Maar niet, nadat ik uiteen heb gezet waarover wij het eens zijn. Ook voor mij geldt namelijk dat de amorele staat niet bestaat. De staat is een zedenmeester, de vraag is daarbij welke zeden hij meestert. Politiek bedrijf je op basis van normatieve uitgangspunten en niet op basis van pragmatiek.

Maar als ik het tweegesprek tussen Thom de Graaf en André Rouvoet lees dat is opgenomen in 'Politiek met een hart', dan valt het mij niet moeilijk te kiezen. Als De Graaf stelt dat de overheid geen hogere orde vertegenwoordigt dan de maatschappij, dan ben ik het a priori eens met Rouvoet in zijn kritiek dat de overheid een zelfstandige verantwoordelijkheid heeft. De overheid heeft zich te verhouden tot de normen die zijn vastgelegd in onze grondwet, tot de internationale verdragen en bijvoorbeeld tot de strafwet. Zij heeft zich te verhouden tot morele en politieke beginselen waarop zij zich baseert, om daarna pas het oordeel van de maatschappij te wegen.

Overigens meen ik wel een tegenstrijdigheid in Rouvoets denken te ontwaren. Zijn aanklacht tegen Paars als de founding fathers van de amorele staat, staat haaks op de stelligheid waarmee hij tegelijkertijd bestrijdt dat de staat amoreel zou kunnen zijn.

Er is nog een stelling die hij poneert waarbij ik denk dat hij zich vergist. En dat is de rechtstreekse relatie die hij legt tussen waarheid en moraal. Ik moet bekennen dat ik behoor tot degenen die ervan uitgaan dat één waarheid niet bestaat. Laat ik Richard Rorty citeren die dit ooit krachtig heeft verwoord (en ik meen André te zien gruwelen): ,,Waarheid en kennis', zo stelt Rorty, ,,zijn niet meer dan een compliment aan het adres van opvattingen en theorieën die in een bepaalde culturele gemeenschap niet ter discussie staan'.

Voor Rouvoet behoor je dan al snel tot degenen die door de relativering van het waarheidsbegrip geen verweer zouden hebben tegen morele versplintering en verloedering. Er is volgens Rouvoet maar één waarheid, en dat is de christelijke, en de publieke moraal is daar rechtstreeks aan ontleend.

Ik denk echter dat waarheid en moraal in een geheel andere verhouding tot elkaar staan. Ik denk dat juist de twijfel aan één goddelijke, bovenmenselijke waarheid ruimte heeft geschapen voor het innemen van verschillende morele posities. Ofwel het proces van secularisatie en de intrede van het verlichtingsdenken hebben onderhandeling over waarheid mogelijk gemaakt en daarmee heeft het morele debat kunnen opbloeien.

En hiermee kom ik op het centrale punt in mijn commentaar. De publieke moraal van Rouvoet is vrij statisch (want rechtstreeks verbonden met de gekende en onveranderlijke waarheid) en ook behoorlijk autoritair. Dat blijkt als Rouvoet de publieke moraal zonder voorbehoud in handen van de staat legt. De staat is de hoeder van de publieke moraal en hij mag daartoe gebruik maken van het recht.

Ik kom echter uit een traditie waarin het recht wordt gezien als een instrument in handen van burgers tegen een almachtige staat. Dat betekent ook dat ik altijd met enige achterdocht zal kijken naar de -niet vanzelfsprekende- moraal van de staat en de wijze waarop hij deze moraal dwingend oplegt door veranderingen aan te brengen in het geschreven recht.

Rouvoets grote zorg geldt echter de 'publieke moraal', of laat ik zeggen de omgangsvormen in de samenleving, en dat geeft hem een probleem. Je kan niet tegelijkertijd de overheid fundamenteel ter discussie stellen en tegelijkertijd het hoeden van de publieke moraal toevertrouwen aan diezelfde overheid. Dus tempert hij zijn kritiek op de overheid, ten gunste van cultuurkritiek en dat nu, maakt hem in mijn ogen gouvernementeel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden