Oppassen

Ik woon tussen nogal wat lagere scholen. Binnen een straal van een paar honderd meter kan ik er zo al drie opnoemen. Ik heb er niks te zoeken want mijn dochters zijn de lagere school allang ontgroeid en kleinkinderen heb ik nog niet. Als ik er desondanks langskom, op het moment dat zo'n school begint, 's ochtends, of weer uitgaat, 's middags, valt me iets op; vóór de school of rond het schoolplein staat een legertje ouders, mannen zowel als vrouwen, of oppassen, of oma's, dat de kinderen op komt halen, voor ieder kind één volwassene heb ik de indruk.

Ik werd daarin bevestigd door het kijken naar de tv-thriller 'Overspel', waarin het zoontje van zus en zo niet opgehaald kon worden en dus voor school bleef hangen tot er een vervangende oppas kwam. Ik kan mij daar, vijftig jaar ouder dan zulke kinderen, niets van herinneren. Mijn ouders brachten mij nooit weg, noch haalden ze mij ooit op. Wij gingen in ons eentje naar school, of soms met vriendjes en vriendinnetjes, maar ouders, laat staan oppassen, waren in geen velden of wegen te bekennen. Denk niet dat ik op het platteland opgroeide, in het paradijs tussen sloten en weilanden, ver van alle gevaar. Nee, Haarlem en Groningen waren toen ook al steden vol verkeer en kinderlokkers. We moesten de Zijlweg en de Verspronckweg over en de niet misselijke Bedumerweg, waar menig bolide richting de toendra's in het oosten spoot. Maar geen volwassene die zich over ons kwam ontfermen. We deden het zelf. Ook na schooltijd, als de tijd gevuld moest worden, kwamen er geen volwassenen aan te pas. Je sprak af met een vriendje, dat zonder toestemming van je ouders die er immers niet waren, mee naar huis kwam en waarmee je vervolgens met de dinky toys ging spelen of richting een veldje trok, waar nog meer kinderen in het wild liepen.

Wie een halve eeuw later het schoolplein bezoekt, treft een menigte palaverende ouders aan, die druk onderhandelen welk kind met wie meegaat. Zodat iedereen altijd weet waar iedereen is. Wij lopen intussen door naar dat 'veldje', een onbestemd lapje land, tussen al die stadse gebouwen in, waar je met jassen een doel afbakende, of elkaar met stokken als middeleeuwse ridders te lijf ging. Soms waren het spelen die een paar dagen duurden want morgen was je weer vrij. Het mooist was natuurlijk als er in de buurt gebouwd werd en de bouwvakkers vertrokken waren. In een labyrint van halfaffe trappen en kamers ontdekten wij de wereld. Niemand zette een hek rond zulke bouwterreinen. Niemand was bang dat wij naar beneden zouden storten of in bouwputten zouden geraken. Mijn vader kwam pas om zes uur thuis en mijn moeder wist niet waar ik was. Tegenwoordig lopen kinderen met mobieltjes op zak en bellen ouders elkaar om de coördinaten van hun kroost door te geven.

Het is een veel zorgzamere tijd. Het is ook een veel zorgelijker tijd. Alleen in moeizame en armoedige landen zie je nog wel eens van die loslopende kinderen die elkaar opvoeden. In Nederland moet je er allang niet meer om komen. Daar hebben ze de oppas uitgevonden, de afhaalouder. Het permanente toezicht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden