Oppakken of ombrengen?

De gewaagde pogingen van Amerikaanse elitetroepen om terreurverdachten in Libië en Somalië gevangen te nemen, staan in schril contrast met de gebruikelijke drone-aanvallen van de CIA. Is de drone niet langer Obama's voorkeurswapen in de strijd tegen terreur?

Het is bemoedigend dat we het weer over gevangenneming van terroristen hebben", zei de Republikeinse afgevaardigde Mac Thornberry deze week. Thornberry is voorzitter van het comité dat toezicht houdt op het Amerikaanse contraterreurbeleid. Dat beleid lijkt momenteel te verschuiven. De riskante operaties vorige week van de Navy Seals, Amerikaanse elitetroepen, die terroristenleiders wilden oppakken in Libië (gelukt) en Somalië (mislukt), wijken in ieder geval af van de gebruikelijke tactiek om terreurverdachten te doden door middel van drones.

Als dit een trend is, die ook nog eens doorzet, betekent dat het einde van het monopolie van de drone in de Amerikaanse jacht op terroristen. De drone kende een razendsnelle opmars van de allereerste aanval ruim tien jaar geleden, naar inmiddels tientallen strikes en honderden doden per jaar. Of zoals toenmalig CIA-directeur Leon Panetta zich vier jaar geleden liet ontvallen: "Om heel eerlijk te zijn is het the only game in town om het leiderschap van Al-Kaida te bestrijden of te ontwrichten."

Unmanned Aerial Vehicles, ofwel drones, werden al ingezet in de oorlogen in Vietnam en de Balkan, maar deze onbemande vliegtuigjes waren technisch tot niet meer in staat dan het monitoren van grondbewegingen. Zelfs Osama bin Laden zou eind 2000 in Afghanistan gespot zijn door een verkenningsdrone, maar zonder wapens konden de Amerikanen niet veel meer doen dan turen op het scherm naar 'de man in het wit'.

Hier kwam verandering in, volgens velen vanwege deze gemiste kans, toen een drone van het type Predator in februari 2001 werd uitgerust met lasergeleide Hellfire-raketten. Zo veranderde het toestel in een Unmanned Combat Aerial Vehicle en begon het tijdperk van de bewapende drones. Hoewel toenmalig CIA-directeur George Tennet sprak over 'onbekend terrein', verdwenen zijn vragen over ethiek, legaliteit en bevoegdheden wat betreft drone-missies na de aanslagen van 11 september. President George W. Bush wilde Bin Laden dead or alive en autoriseerde de CIA met een nog altijd geheime richtlijn om zonder verder benodigde toestemming Al-Kaida-leiders te doden. Daarmee kwam zonder noemenswaardig protest een einde aan het verbod voor inlichtingendiensten om zelfstandig liquidaties uit te voeren, ingesteld door president Ford in 1976 na de ontdekking van acht CIA-complotten om Fidel Castro te vermoorden.

Bij de eerste militaire missies met bewapende drones in 2001, werden de militaire Al-Kaida-leider Mohammed Atef en tientallen andere strijders gedood, zonder het leven van ook maar één Amerikaanse militair in gevaar te brengen. Zowel het leger als politici zijn dan al razend enthousiast over de doelmatigheid en kosten-batenverhouding en plaatsen megaorders bij fabrikanten die hun toestellen steeds langer in de lucht kunnen laten blijven en van steeds beter wapentuig voorzien. Zo kan de Reaper, opvolger van de Predator, vijftien keer zoveel wapentuig meedragen als zijn voorganger.

Vanaf 2002 begon de CIA zelf met het afwerken van een lijst met belangrijke doelen, volgens niet-openbare afspraken over het inzetten van militaire middelen. De tweede keer dat de CIA, ditmaal in Jemen, 'selectief ombrengt', worden zes mannen in hun SUV opgeblazen. Onder de slachtoffers bevindt zich een Al-Kaida-leider die medeverantwoordelijk zou zijn geweest voor de aanslag op het Amerikaanse oorlogsschip de USS Cole in Jemen twee jaar daarvoor. Amerikaanse regeringsbronnen noemen de operatie 'zo goed als perfect'.

De aanval in Jemen zou een precedent scheppen. Onder meer doordat de staatloze vijand zich zou blijven vestigen in onherbergzame oorden zoals het Pakistaanse grensgebied, maar ook doordat de CIA weinig andere opties meer had, betoogt New York Times-journalist Mark Mazzetti in het april dit jaar verschenen boek 'The Way of the Knife: The CIA, a secret army, and a war at the ends of the earth'. Daarin beschrijft hij de sleutelrol van een rapport uit 2004 waarin CIA-inspecteur-generaal John Helgerson niet alleen kritiek heeft op de mishandeling van terreurverdachten in geheime CIA-gevangenissen, maar ook waarschuwt dat CIA-personeel hiervoor ooit vervolgd kan worden. "Het was misschien wel de belangrijkste reden voor de CIA om vermeende terroristen niet langer gevangen te nemen, maar te doden", schrijft Mazzetti. "Doden op afstand was het tegenovergestelde van het vuile en intieme werk van ondervraging. 'Selectieve moorden (targeted killings)' werden toegejuicht door zowel Republikeinen als Democraten en het gebruik van drones die werden bestuurd op duizenden kilometers afstand leek de hele strategie risicovrij te maken."

Vorig jaar zei ook senator Saxby Chambliss, de hoogstgeplaatste Republikein uit het comité dat de inlichtingendiensten controleert, dat het beleid op dat moment eerder is gericht op het doden dan op het gevangennemen van 'belangrijke doelen'. "Daar zullen ze niet mee te koop lopen, maar dat is wel wat ze doen."

Obama drone-president
In de jaren na die eerste aanvallen zou het aantal dodelijke slachtoffers door drone-aanvallen in Afghanistan, Jemen, Somalië en met name Pakistan snel stijgen. Het Bureau of Investigative Journalism in Londen schat dat alleen al in Pakistan, waar veruit de meeste aanvallen plaatsvinden, tussen juni 2004 en juli dit jaar tussen de 2514 en 3584 personen werden gedood. De schattingen over burgerslachtoffers lopen uiteen van 410 tot 928 doden. Verreweg de meeste aanvallen komen voor rekening van president Obama. Toen Obama in december 2009 de Nobelprijs voor de Vrede ontving, had hij al meer drone-aanvallen geautoriseerd dan zijn voorganger gedurende diens gehele presidentschap.

Deels is de toename te verklaren door een verschuiving in het beleid van het uitschakelen van alleen Al-Kaida-leiders naar het tevens doden van 'voetsoldaten' van de taliban. De Amerikaanse denktank New America Foundation berekende dat ten tijde van Bush een derde van alle drone strikes een militantenleider heeft gedood, tegenover minder dan dertien procent in de eerste jaren onder Obama. Ook Stanford-onderzoekers van het uitgebreide Living Under Drones-project concluderen dat waar Bush zich concentreerde op aanvallen op bekende hooggeplaatste militanten (personality strikes), zijn de zogenoemde signature strikes een sleutelkenmerk van Obama. Daarbij zijn de verdachte kenmerken gebaseerd op een zogenaamde levenspatroonanalyse zonder dat de naam of functie van een doelwit bekend hoeft te zijn.

Dit lijkt lastig te rijmen met de Obama die na zijn aantreden niet langer over de War on Terror sprak, maar aankondigde het contraterreurbeleid moreel aanvaardbaar te willen maken. Deze toon zou eind 2009 veranderen na de mislukte aanslag op Eerste Kerstdag met de onderbroekbom in de Northwest Airlines-vlucht richting Detroit. Niet alleen bleek de terreurdreiging reëel, ook politiek dreigde het gevaar als soft te worden weggezet na Obama's besluit om de door 'onze' Jasper Schuringa overmeesterde verdachte niet meteen als krijgsgevangene te behandelen.

De vraag is in hoeverre dit invloed had op de retoriek, maar in de twee weken na Kerst hield Obama ongeveer evenveel verklaringen over terrorisme als hij in de eerste elf maanden van zijn presidentschap had gedaan. In januari 2010 sprak hij woorden die zijn voorganger zo vaak had gebruikt: "We zijn een natie in oorlog". Voor Pakistan zou 2010 met ruim 800 doden tijdens 125 drone-aanvallen een piekjaar worden. Het hoofd van het CIA's Counterterrorism Center zou over het tempo van de aanvallen dat jaar zeggen: "We doden deze klootzakken nu sneller dan dat ze ze kunnen opleiden".

Ophef over nevenschade in de vorm van burgerslachtoffers hoefde Obama nauwelijks te verwachten omdat die er vrijwel niet waren. Althans, volgens de rekenmethode van de Amerikaanse regering die ervan uitgaat dat alle mannelijke doden van een 'militaire leeftijd' in een aanvalszone strijders zijn, tenzij er achteraf specifiek bewijs is van het tegendeel. Deze methode maakte het voor Obama's toenmalige terrorisme-adviseur John Brennan mogelijk om te beweren dat er in 2011 zelfs helemaal geen burgers zijn omgekomen tijdens de aanvallen. Echter, volgens metingen van The Bureau of Investigative Journalism zou het in 2011 alleen al in Pakistan om meer dan vijftig burgerslachtoffers gaan.

De afgelopen twee jaar is de publieke en politieke ophef toegenomen, terwijl juist vanaf 2011 het aantal aanvallen in Pakistan daalde tot 46 vorig jaar. Sommigen verklaren deze daling door het krimpen van de 'moordlijst' door het vermeende succes van drones. Tegelijkertijd nemen de twijfels over de doeltreffendheid toe. Voormalig CIA-directeur Michael Hayden die in 2008 de drastische toename in Pakistan overzag, spreekt van veranderde omstandigheden en noemt de aanslagen inmiddels een 'personeelsadvertentie' voor Al-Kaida. "Iedere drone-aanval levert mij drie, vier zelfmoordterroristen op", zei ook de Pakistaanse taliban-leider Baitullah Mehsud, die in 2009 ironisch genoeg zelf werd gedood door een drone. Hij leek echter een punt te hebben toen een jaar later bleek dat de op Times Square geplaatste bom een wraakactie was voor de dood van Mehsud.

Ook de groter geworden behoefte om Pakistan niet voor het hoofd te stoten zou een grote rol kunnen spelen in de daling van het aantal strikes in Pakistan. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry, zei in augustus zelfs te hopen dat de aanvallen op Pakistaans grondgebied binnenkort niet meer nodig zijn.

Koerswijziging
De hamvraag is of de acties in Libië en Somalië afgelopen weekend een teken zijn van een koerswijziging. Obama beweerde in mei al dat drones alleen worden gebruikt bij 'onmiddellijke dreiging', waarbij geen mogelijkheid meer bestaat om de verdachte terrorist gevangen te nemen en 'zo goed als zeker' is dat er geen burgers zullen omkomen. Tegelijkertijd benadrukte hij de effectiviteit ('deze aanvallen hebben mensenlevens gered') en legitimiteit van de Amerikaanse inzet van drones. Over eerder beloofde transparantie of verschuiving van bevoegdheden van de CIA naar Defensie werd niets concreets toegezegd.

Daarbij nam weliswaar het aantal aanvallen in Pakistan af, maar tegelijkertijd werden de aanvallen in Jemen opgevoerd van naar verluidt vier in 2010, tot zestien in 2011 en ruim 60 vorig jaar waarbij 185 doden zouden zijn gevallen. Het dodental dit jaar in Pakistan wordt geschat tussen de 100 en 160, waaronder 20 tot 30 sterfgevallen na de uitspraken van Kerry in augustus.

Ook staat een meerderheid van het Amerikaanse publiek nog altijd achter de aanvallen en groeit de Amerikaanse drone-vloot in omvang. 'We kopen zoveel Reapers als we kunnen', zei toenmalig Defensie-minister Robert Gates in 2010. Ook het aantal Amerikaanse drone-bases neemt toe. Naast onder andere Afghanistan, Pakistan en Djibouti zijn er de afgelopen jaren ook geheime startbanen bijgekomen in de Seychellen, Ethiopië, Niger en mogelijk Saoedi-Arabië. "Al-Kaida heeft altijd gebruikgemaakt van gebieden die zijn verscheurd door conflicten, onrust en het gebrek aan een overheid. Zij zien deze gebieden als een toevluchtsoord van waaruit aanslagen kunnen worden gepleegd", zei Brennan in 2011. 'Gevangenneming' is wellicht terug als onderdeel van beleid, maar als de vijand zich verplaatst, zullen de Amerikaanse drones waarschijnlijk niet ver uit de buurt zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden