Opnieuw Rwanda

Twee weken geleden stelde ik op deze plek een aantal vragen over Rwanda. Nog nooit zijn er in kortere tijd meer mensen (een half miljoen) vermoord. Een weerzinwekkend bloedbad in een land waar de gereformeerde zending, maar ook Vlaamse en Nederlandse missionarissen jarenlang actief zijn geweest. Hoe denken we na alles wat er gebeurd is over dat werk? Was het ergens goed voor of is het vergeefse moeite geweest?

Voor sommigen ging dit soort vragen al veel te ver. Ze lazen er iets in dat ik allerminst op het oog had. Bijvoorbeeld de onuitgesproken opvatting dat zending en missie in het algemeen vergeefse moeite zijn. Of een miskenning van de inzet en betrokkenheid van degenen die in Rwanda gewerkt hebben.

Het ging me om iets heel anders. Zending, en van missie geldt hetzelfde, moet er niet op uit zijn om pas bekeerden hun eigen cultuur te ontnemen en tot klonen van westerse christenen te maken. Met die overtuiging ben ik grootgebracht, maar precies daar begonnen ook mijn vragen. Vragen die ik mezelf niet stel als buitenstaander maar als betrokkene.

Ik heb zelf in het theologisch onderwijs in Afrika gewerkt. Niet ver van Rwanda, in het oosten van Zaïre. Eén van mijn studenten was Rwandees. Veel studenten kwamen uit de Zaïrese provincie Kivu, die grenst aan Rwanda.

Ik zat er in een overgangsperiode. Lange tijd had in de theologische faculteit waar ik werkte de theologie van de Zwitserse theoloog Karl Barth de sfeer bepaald. Barth moest weinig hebben van religie. De boodschap van God kwam volgens hem regelrecht van boven en maakte een einde aan alle menselijke speculatie over God, of die nu van Europese of van Afrikaanse snit was. In de praktijk betekende deze Barthiaanse invalshoek, dat de Afrikaanse religieuze begrippen onder de noemer 'religie' werden afgewezen. Er was immers geen ladder van beneden naar boven, ook geen Afrikaanse ladder.

Maar juist in de tijd dat ik daar werkte, kwam er beweging in dat uitgangspunt. Onze theologie was ook niet uit de hemel komen vallen en vertoonde alle trekken van de (westerse) maatschappij en cultuur waar zij uit voortkwam. Met wat voor recht noemden we die dan 'waardevrij' tegenover de Afrikanen? Waarom zou het christendom hen afsnijden van hun geestelijke wortels, terwijl het zelf alle trekken draagt van de westerse cultuur? Dat was niet alleen een culturele maar ook een theologische vraag.

Ik stimuleerde de studenten scripties te schrijven, waarin ze de opvattingen van hun eigen stam over zaken als dood, berouw, zonde of seksualiteit verbonden met de christelijke traditie. Het resultaat waren studies op het grensgebied van theologie en antropologie, waarin gezocht werd naar een christelijk gewaad voor Afrikaanse ideeën (en niet andersom). Ik vond en vind dat zinvol theologisch werk. Ik heb er ook van geleerd hoe belangrijk de verbondenheid met de stam voor de studenten was.

Strenge Barthianen zouden hun werkstukken (waarin God zowel als de voorouders een hoofdrol speelden) als 'religie' buiten de deur gezet hebben. Ik niet. Integendeel, wil het christelijk geloof in Afrika vaste voet aan de grond krijgen, dan kan dat alleen door een Afrikanisering van het christelijk denken.

Ik ben daar nog steeds van overtuigd. Ik kan me Afrikanen moeilijk voorstellen zonder een aan hun stam ontleende identiteit (precies daarom vind ik Mandela zo'n unieke man; hij doorbreekt dat en is tegelijk zichzelf gebleven). Bovendien vind ik zending iets anders dan verwesterlijking.

Het probleem is alleen dat precies dat wezenlijke (de stamverbondenheid) voor de grootste rampen en ellende in Afrika zorgt. Want natuurlijk kun je nu best zeggen, dat het in Rwanda niet om een stammen- maar om een klassestrijd gaat, zoals gezegd is. Maar de hardheid en de meedogenloosheid krijgt de strijd daar toch door de stammentegenstellingen.

Kan dat? Stamverbondenheid enerzijds als 'drager' van de christelijke boodschap en anderzijds als dè factor in het bloedvergieten en geweld? Met daarachter de vraag: is het mogelijk dat dankzij onze/mijn theologie een manier van denken in stand is gehouden, die thans tot zulke monsterlijke consequenties leidt?

Kan wat uit liefde en respect werd bewaard en omgedacht het zaad van de haat bevatten? Het is een vraag aan mezelf waarop ik niet zo gauw een antwoord heb. Heeft wat ik van essentieel belang vind (respect betonen aan de wijze waarop andere mensen leven en denken) tot een foute keus geleid? Ik weiger dat te accepteren. Maar de gerustheid erover is weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden