Opnieuw crisis in het vlees

Varkenspest, BSE, paniek onder consumenten, wateroverlast. Slechter dan het annus horribilis 2000 kan niet. Dit jaar zou een keer ten goede brengen, dachten Britse landbouworganisaties. Tot de ontdekking van mond- en klauwzeer op een slachterij in Essex deze week. Opnieuw is het crisis, die zelfs de Britse paardenraces kan treffen. Nederland was er als de kippen bij om de grenzen te sluiten. En moet nu afwachten of het virus ook hier de kop zal opsteken.

Wils Rebergen

'We kijken in de afgrond'', vat Ben Gill, de voorzitter van de National Farmers Union (NFU), de situatie van de Britse boeren samen. Het exportverbod voor vlees, levende dieren en zuivelproducten dat is afgekondigd, zal de sector keihard treffen. ,,Je kunt je nauwelijks voorstellen wat dit betekent, boven op alles wat we al hebben moeten verwerken de laatste jaren.''

De nekslag voor veel Britse boeren, denken analisten. Voor het uitbreken van mond- en klauwzeer was de toestand in de Britse landbouw al beroerd. Gemiddeld zagen ondernemers in de laatste vijf jaar hun inkomen met 70 procent dalen, de achteruitgang was vorig jaar alleen al 30 procent.

Het aantal boeren is navenant afgenomen: 40 000 stopten ermee de afgelopen twee jaar, 250 000 zijn er nog over. Opgezadeld met hoge kosten en geen of weinig inkomsten zien sommigen geen andere uitweg dan de hand aan zichzelf te slaan; het zelfmoordpercentage is hoog op het platteland.

Britse veeteeltproducten zijn inmiddels wereldwijd ongewenst. Na de Europese Unie hebben ook de Verenigde Staten, Australië en een aantal Aziatische landen hun grenzen ervoor gesloten. Een woordvoerster van de Europese Commissie liet weten dat het exportverbod, dat tot 1 maart geldt, met 'weken' kan worden verlengd als het de Britten niet lukt het mond- en klauwzeer onder controle te krijgen.

Inspecteurs zijn verwikkeld in een race tegen de klok op zoek naar de bron van de jongste veeziekte in Engeland. Het probleem is dat besmette dieren werden aangetroffen op een slachterij, in Brentwood, ten noordoosten van Londen. De zieke beesten kwamen niet van één bedrijf, maar uit verschillende landstreken. Sporen leiden naar minstens vijf regio's, in Midden- en Zuid-Engeland.

Boerenorganisaties hebben alle medewerking toegezegd aan de pogingen van het ministerie van landbouw de ziekte te bedwingen. Zij roepen hun leden op hun zorgen en eigenbelang opzij te zetten, en te helpen een epidemie te voorkomen, verwijzend naar het rampjaar 1967.

De tragedie in dat jaar leeft voort in de geest van vrijwel elke Britse boer: treinwagons vol doden beesten en overal de geur van verbrand vlees. Engeland werd destijds zwaar door mond- en klauwzeer getroffen. Vanuit Oswestry, op de Wales-Engelse grens, verspreidde de ziekte zich over 2500 bedrijven, bijna een half miljoen dieren werden vernietigd. De laatste maal dat de ziekte in Engeland opdook, was in 1981.

De Britten zijn vooralsnog begaan met het lot van de getroffen boeren, te oordelen naar de commentaren in de kranten. Zo roept The Independent op tot steun aan de veeboeren. Staatsecretaris van landbouw Nick Brown wil voorlopig niet verder gaan dan de toezegging dat er compensatie komt voor dieren die vernietigd moeten worden. Dat zou beteken dat inkomstenverlies door het exportverbod voor rekening van de boeren zelf komt.

De kwestie kan nog netelig worden voor de Labour-regering van premier Tony Blair, met de parlementsverkiezingen - in mei - in het vooruitzicht. Temeer daar ook de linksige The Guardian zich uitspreekt voor hulp aan de boeren: ,,Anders dan in 1967, moet het kabinet hen fair en ruimhartig tegemoet te komen''.

Felle discussies zijn nog niet losgebarsten, maar lijken onvermijdelijk. Bijvoorbeeld over de vraag hoe het verder moet met de Britse landbouw die bijna 30 miljard per jaar opbrengt, maar zeker de helft van dat bedrag opslurpt aan subsidies. En natuurlijk over een verband tussen de landbouwrampen van de laatste tijd - BSE, varkenspest, wederom BSE (bij schapen), en nu mond- en klauwzeer - en de oorzaak. The Guardian constateert evenwel dat in dit geval de intensieve veehouderij de boosdoener niet kan zijn, omdat mond- en klauwzeer zich al 150 jaar voordoet.

De Britse landbouw rekent met een schade van bijna 4 miljoen gulden per dag. Vrijwel de hele veeteelt deelt in de ellende. Dat geldt vooral voor de 100 000 zuivelboeren en de exporteurs van Brits lamsvlees (goed voor 1,2 miljard gulden per jaar). Maar ook de net weer opkrabbelende rundvleessector en de varkens-, schapen- en geitenboeren krijgen het voor hun kiezen.

Zelfs de paardensector dreigt niet gespaard te worden. Deze dieren kunnen geen mond- en klauwzeer krijgen, maar in '67 lag wel het racecircuit plat zolang de ziekte voortwoekerde: acht maanden lang. De paardenracerij staat zesde op de ranglijst van werkgevers in Engeland. De wedkantoren verwachten grote verliezen als de renbanen op de topdagen dicht moeten. De Britten vergokten vorig jaar een kleine 20 miljard gulden bij de paardenraces.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden