Opnieuw beginnen

In de serie 'De Schepping' vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Tjebbe Beekman, Dieuwke Spaans en Tim Ayres gooiden na een crisis het roer om.

'Na het ongeluk langzaam verliefd geworden op acrylverf ' Tim Ayres

Een vriend suggereerde eens dat de schilderijen die ik na mijn ongeluk heb gemaakt misschien iets te maken hebben met een posttraumatische stressstoornis. Dat denk ik niet. Hoewel... Ik heb wel een werk gemaakt met de tekst 'I hadn't realised that I'd died'. Maar dat is meer mijn absurdistische humor, vermoed ik."

Tim Ayres' bijna-doodervaring vond plaats op een februaridag in 2012. De van oorsprong Britse schilder reed met een vriend op de Duitse snelweg toen ze met 150 kilometer per uur een klapband kregen. De auto belandde total loss in het weiland, Ayres in het ziekenhuis met een rug die op drie plaatsen gebroken was. Het duurde maanden voordat hij zich weer normaal kon voortbewegen. "En ik loop nog steeds als een pasgeboren veulen", grapt hij. "Maar ik ben een lucky bastard. Ik had ook dood kunnen zijn of in een rolstoel kunnen zitten."

Zijn kunst maken zoals hij dat voorheen deed, kon echter niet meer. Ayres werkte op grote mdf-platen, zware gevallen die hij opschuurde en beschilderde met olieverf. De pinnen in zijn rug beletten hem het tillen en kracht zetten. Hij moest afscheid nemen van het materiaal waar hij sinds de kunstacademie al mee werkte.

"Een docent in Engeland had me ooit verteld: 'Als je twijfels hebt, neem dan een stapel papier en ga tekenen. Tekenen, tekenen, tekenen. Het zal je verbazen waar je uitkomt.' Dat advies heb ik opgevolgd. Ik ben met acrylverf gaan experimenteren, heb eindeloos veel werken op papier gemaakt."

De schilder die voorheen altijd had gewerkt met olieverf, die hij aanbracht in egaal gladde vlakken om er abstracte vormen en teksten overheen te schilderen, begon naar eigen zeggen 'langzaam verliefd te worden' op de veel dunnere acrylverf. Toen hij eenmaal hersteld was, ging hij het toepassen op canvas.

"Het effect is tegelijkertijd voller en transparanter. Aangelengde acrylverf breng je laag over laag aan waardoor een bepaalde diepte ontstaat. De schilderijen worden er meer benaderbaar door. Mijn vroegere werk had toch iets onpersoonlijks, iets afstandelijks. Je zag er geen kwaststreek in. Dat minimalistische streefde ik met opzet na omdat ik het handschrift uit de voorstelling wilde bannen."

Voor dat handschrift is Ayres niet bang meer. Zijn doeken zijn op het eerste gezicht nog steeds monochroom maar er zijn druipers en vegen in te herkennen. Soms schemert er een overgeschilderd woord doorheen; een ironisch 'yet' vlakbij een helder wit 'yes'. De meeste schilderijen bestaan uit veertig of meer lagen, veel meer dan de vijf of zes behandelingen die zijn vroegere werkwijze vergde. "Ik werk trager en maak de helft minder", geeft Ayres toe. "Vier tot zes weken voor een schilderij is nu normaal. Maar doordat ik er langer mee bezig ben, ontwikkel ik ook een diepere band met het werk."

Het ongeluk heeft zijn blik een graad of twee gekanteld, stelt Ayres. Als mens en als kunstenaar. "Ik heb een intensere waardering voor het leven en ben me er extra van bewust dat ik er het beste van moet maken. Het klinkt misschien raar, maar dat ongeluk heeft me ook veel goeds gebracht. Het heeft me gedwongen een nieuwe manier van werken te ontwikkelen. Zoals wel meer mensen heb ik de neiging te vervallen in routine. Ik ben niet zo goed in het opschudden van de zaak. Maar door te gaan schilderen met acryl op doek is er een heel nieuwe wereld voor me opengegaan."

'Ik geloof niet zo in therapeutisch schilderen' Tjebbe Beekman

Bijna drie jaar geleden keerde Tjebbe Beekman terug uit Berlijn. Hij had er meer dan negen jaar gewoond en gewerkt. De Duitse hoofdstad speelde de hoofdrol in de schilderijen waarmee hij internationale bekendheid verwierf en die onder andere te zien zijn geweest in het GEM in Den Haag.

Stasi-gebouwen, woonkazernes met gevels vol schotelantennes, het hoofdkantoor van het socialistische dagblad Neues Deutschland. Allemaal uitgevoerd in gruizige tinten grijs, bruin en donkergroen met hier en daar een spetter wit of zwart. "Ik gebruik mijn omgeving als motief voor mijn werk", vertelt Beekman. "Zeker in de winter is Berlijn grauw, ook door het licht. De gebouwen zijn volgesmeerd met rare communistische kleurtjes, grijzig groen en vies crème."

Zijn verhuizing naar Amsterdam rekte zijn palet op. "Laatst was er van dat vreemde bewolkingslicht, laaghangend, een beetje goud. Het water wordt dan staalblauw, de boei iets verderop knalrood. De eerste schilderijen die ik hier maakte, waren gevels van de Amsterdamse School. Die waren heel frontaal en knalhard. Nu zitten er soms kleuren in mijn werk - daar schrik ik gewoon van."

De dagelijkse fietstocht van zijn woonboot in de Jordaan naar zijn atelier buiten de stad brachten hem in contact met de natuur. De schilder die jarenlang alleen de stenen en het asfalt van de metropool had gezien, werd zich plots bewust van de seizoenen en het typische polderlandschap. "Ik merkte dat ik veel meer een Nederlandse schilder ben dan ik dacht. Ik ging oude meesters bekijken in het Rijksmuseum, zaaltje voor zaaltje. Ik las het boek van David Hockney over landschapschilderkunst."

De aanpassing aan de nieuwe omgeving - veel fietsen, wandelen, kijken, fotograferen en foto's bekijken - werd bruut verstoord door het overlijden van Beekmans ouders. "Omdat ik als kind hier in de buurt heb gevaren met mijn ouders, de staande-mastroute bijvoorbeeld, dacht ik dat het misschien zou helpen om het landschap te schilderen. Het werden akkers met een lage horizon en veel lucht. Maar het paste niet. Het was te letterlijk. Ik geloof ook niet zo in therapeutisch schilderen. Ik heb nog wel de boom geschilderd waaronder ik een van de laatste keren met mijn vader naar het licht heb staan kijken. Dat was blijkbaar nodig."

Waren in Berlijn de recente geschiedenis en de politieke ontwikkelingen in het net verenigde Duitsland een thema dat hij als kind van de Koude Oorlog kon laten doorschemeren in zijn schilderijen, nu was Beekman alle houvast kwijt. "Ik kon niet meer associëren, dingen aan elkaar plakken. Wat er uit mijn handen kwam, waren plaatjes van de chaos in mijn hoofd. Ik was ontzettend aan het graven. Voor het eerst van mijn leven wist ik het echt niet meer."

Pas toen hij op bezoek ging bij Peggy Franck, een bevriend kunstenaar die een tijdje verbleef in het voormalige atelier van Lucebert in Bergen, begonnen dingen op hun plaats te vallen. Hij schilderde het atelier en andere interieurs volgden.

"Ik realiseerde me dat het leven draait om een beperkt aantal dingen: je familie en vrienden, en de kunst die je geestelijk gezond houdt. Het atelier is heel belangrijk. Na altijd maar in industriële ruimtes te hebben gezeten, heb ik mijn huidige atelier dan ook heel huiselijk ingericht. Dit is de plek waar ik denk en ben. Het atelier is wat overblijft."

'Ik heb de deur van het atelier radicaal dichtgegooid' Dieuwke Spaans

Succes kan een valkuil zijn, vooral als er te veel van is op een te vroeg tijdstip. Het overkwam Dieuwke Spaans. Amper afgestudeerd aan de kunstacademie van Arnhem won ze in 1997 de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. Het jaar daarop kreeg ze de prestigieuze prijs pardoes nog een keer. Ze werd opgepikt door Galerie De Praktijk, waar haar grote, theatrale tekeningen als warme broodjes over de toonbank gingen. "Het overkwam me", stelt Spaans. "Ik was natuurlijk een guppie, had geen idee hoe de kunstwereld werkte en dreef mee op de stroom. Maar gaandeweg liep wat ik maakte niet meer synchroon met mijn visie. Het moet altijd mijn feestje zijn in het atelier en dat was niet meer het geval."

Toch duurde het nog tot eind 2004 voordat Spaans zich losmaakte van haar galerie. Ze vertrok naar Londen en vervolgens Berlijn. Na anderhalf jaar van bezinning keerde ze terug. En belandde meteen weer in de maalstroom die ze was ontvlucht. "Toen heb ik radicaal de deur van mijn atelier dichtgegooid. Tweeënhalf, drie jaar is hier niemand binnen geweest. Ik liet ook bijna niets zien. Ik moest me volledig richten op het naar een ander niveau tillen van mijn werk. Het is alsof je opnieuw de academie doet, maar dan in je eentje."

Dat viel niet mee, het "stopzetten van een trein waarop je succesvol aan het rijden bent", stelt Spaans. "Als anderen je telkens vertellen dat wat je maakt goed is, dan kun je daar best trots op zijn. Maar ik voelde die kwaliteit zelf niet en was alleen maar productie aan het draaien. Ik had het idee dat ik het ging verliezen van mijn werk. Op een gegeven moment vraag je jezelf af of je nu een bakker van vers brood bent of een uitvinder."

Spaans werd een uitvinder van zichzelf, een heruitvinder. De potloden en krijtjes verdwenen in de doos, oud werk verscheurde ze. Ze ging zich helemaal richten op de collagetechniek waar ze in Londen al voorzichtig mee geëxperimenteerd had. "Mijn tekenstijl - de snelheid, het nonchalante, het graffiti-achtige - irriteerde me. Ook het idee dat je een blanco vel vult met een vooraf bedacht idee, echt zo'n kunstenaarsnotie, zat me niet lekker. Collages maken is meer als het samenstellen van een raar soort grote puzzel. Ik heb het materiaal bewust omarmd in plaats van te werken in een richting waarin ik als student toch min of meer gestuurd ben."

Ze moest wel een weg vinden in dat nieuwe medium. "De valkuil van collages is dat je veel te veel wilt doen, complexe dingen maken." De eerste werken bestonden uit weelderige voorstellingen, omkranst met bloemen en vogels. Allengs werd het beeld leger. Puttend uit stapels boeken en tijdschriften ging Spaans oorlogsslagvelden verbeelden. Die werden steeds abstracter, totdat er vrijwel geen figuratieve elementen meer over waren. De textuur en kleur van het papier, soms vergeeld en doorleefd, gingen het verhaal vertellen. "In het begin wil je alles zeggen, je ideeën illustreren. Maar ik voel steeds minder de behoefte alles uit te leggen."

Afgelopen jaar werd Spaans door het Stadsarchief gevraagd stadstekenaar van Amsterdam 2015/2016 te worden. In samenwerking met andere kunstenaars zou ze een tentoonstelling moeten samenstellen over de gebeurtenissen in de hoofdstad. Ze twijfelde geen moment. "Ik ben de enige niet-tekenaar in de groep, gebruik geen potlood en werk echt abstract - er is geen brug, gevel of mens te bekennen. Dat werd geaccepteerd en dat is bevrijdend. Eindelijk zit ik niet meer in een hokje."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden