Opleidingen waar mbo'ers geen nummer zijn, scoren het beste

De beste mbo's van Nederland zijn kleinschalige mbo's. Dat blijkt uit de 'Keuzegids mbo-studies 2015'. Gegevens over studiesucces, de mening van de studenten en rapporten van de onderwijsinspectie bepalen hoe goed regionale opleidingscentra (roc's) scoren.

Randstedelijke mbo's of roc's trappen te vaak in "de val van grootschaligheid", zegt hoofdredacteur Frank Steenkamp van de Keuzegids. "De binding van de leerlingen met de opleiding raakt zoek."

Een voorbeeldschool is het Hoornbeeck College, met scholen verspreid over meerdere provincies. Het college staat voor de zesde keer op nummer één. "Onze onderzoekers zijn onder de indruk van de enorm consistente onderwijsvisie en de cultuur die daar op school heerst."

Ook het regionaal opleidingscentrum Menso Alting uit Overijssel en Groningen en het Brabantse onderwijscentrum De Rooi Pannen scoren goed. De beste twee mbo-scholen hebben een christelijke identiteit.

De grote verrassing op de lijst is Amsterdam Top, een middelgroot roc dat voortkomt uit de opsplitsing van consortium Amarantis. Steenkamp: "Die mbo-school heeft de ellende achter zich gelaten en levert een topprestatie." De Amsterdamse school laat volgens hem zien dat schaalverkleining goed werkt.

Onderaan bungelen grote, Randstedelijke mbo-scholen als het ID College, Zadkine en het ROC Leiden. Die laatste sluit de lijst af. Het probleem op deze scholen is vaak de grote hoeveelheid vakken die ze geven. "Voor de student betekent dat veel keus, maar de keerzijde is dat het in veel gevallen samengeklonterde onderwijsinstellingen oplevert", merkt Steenkamp op. "Het onderwijs is daarvan de dupe."

De slechte mbo-scholen hebben in sommige gevallen ook te snel de draai gemaakt naar competentiegericht onderwijs. Docenten hebben daardoor het gevoel dat ze geen duidelijke rol meer spelen en de studenten missen structuur.

"Scholen waar het voor studenten niet helder is waar zij hun cijfers kunnen vinden en waar zij moeten zijn voor welk vak, scoren ook slecht. Daardoor neemt het cynisme onder studenten toe", aldus Steenkamp.

Samantha de Rijk (18), tweedejaars mbo marketing/ evenementen, niveau 4 aan het ROC van Amsterdam, MBO College Zuid.

"Ik denk niet dat het hbo heel moeilijk zal zijn. Een vriendin doet fiscaal recht op het hbo en bij haar zitten ook een paar mbo'ers in de klas. Zij hebben wel moeite om mee te komen, maar dat komt doordat ze van een andere mbo-richting komen. Het mbo gaat mij best wel goed af, dat komt doordat ik direct van de havo kom. Niveau 4 is eigenlijk te laag. Op het hbo hoop ik meer uitdaging te krijgen. Misschien wil ik zelfs nog wel door naar de universiteit, dat lijkt mij ook heel leuk."

Onne Nijman (21), tweedejaars mbo medewerker evenementenorganisatie, niveau 4 aan het ROC van Amsterdam, MBO College Zuid.

"Als ik na mijn mbo-studie geen baan vind, dan ga ik doorstuderen. Vind ik wat, dan stop ik. Het zal op het hbo wel enorm wennen zijn: wat wij in één jaar doen, doen ze op het hbo in één blok. Dat hoor ik ook van mensen om mij heen. Vergeleken met hen doe ik niks. Ik denk dat er bij het hbo meer zelfstandigheid vereist is dan bij het mbo. Dat lijkt mij prettig. Nu krijgen wij overal hulp bij, terwijl ik soms denk: laat mij het zelf doen. Áls ik naar het hbo ga, wil ik de opleiding tot sportdocent doen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden