Review

OPLAAIENDE STRIJD OM DE BOOKER-PRIZEFavoriet zijn Bernard MacLaverty en Jim Crace

De charme van literaire competities zit 'm niet in het bekronen van een winnaar. Veel aardiger is de commotie die eraan voorafgaat. Er zullen vermoedelijk nog maar weinig mensen zijn, die zich kunnen herinneren wie de afgelopen jaren de gelukkigen waren bij de toekenning van de Ako- of de Libris-prijs. Maar het gehannes met de puntentelling in de uitzending van Sonja en het jaar daarop de bommelding die de kandidaten en de genodigden de straat op dreef, gaven het een amusementswaarde die het evenement boven zichzelf uittilde.

Die incidenten vallen echter in het niet vergeleken bij de stormachtige opwinding die de nominaties van de Booker-prize de laatste jaren in Engeland hebben losgemaakt. Dat is overigens niet altijd zo geweest: de Booker-prize, een initiatief van de multinational in voedingsmiddelen, werd voor het eerst uitgereikt in 1969. De winnaar kreeg 5000 pond, het had een gunstig effect op de verkoop van zijn boeken en daarna ging men weer over tot de orde van de dag.

Er was een rel voor nodig om de Booker uit te laten groeien tot het fenomeen dat het vandaag de dag is. In 1980 waren William Golding met 'Rites of Passage' en Anthony Burgess met 'Earthly Powers' veruit favoriet. De verhitte discussie over de literaire verdiensten van beide auteurs leidde tot een controverse die voor- en tegenstanders lijnrecht tegenover elkaar bracht. Bovendien weigerde Burgess om op het diner ter gelegenheid van de prijsuitreiking te verschijnen als hij niet eerst zeker zou weten dat hij met de eer zou gaan strijken. Uiteindelijk werd hij ondergebracht in een nabijgelegen hotel om daar later op de avond van de juryvoorzitter het treurige nieuws te moeten vernemen dat hij het toch niet gered had.

Sindsdien is het niet meer rustig geweest rond de 'Booker'. Zodra de nominaties bekend werden gemaakt, slepen de critici hun messen om de reputatie van bepaalde kandidaten dan wel juryleden eens vakkundig aan mootjes te hakken. Ook meningsverschillen tussen juryleden onderling kwamen soms voortijdig naar buiten en zorgden voor een broeierig klimaat waarin de bookmakers goede zaken deden.

Temidden van al dat gewoel is er maar één man die al die jaren het hoofd koel heeft gehouden: Martyn Goff, voorzitter van tal van literaire genootschappen en zelf auteur met 19 boeken op zijn naam. Vanaf het prille begin in 1969 vervult hij de functie van 'Prize Administrator', en heeft hij alle ontwikkelingen en conflicten van nabij meegemaakt. Het prijzengeld is in de loop der jaren uitgegroeid tot een bedrag van 20 000 pond, maar als het aan hem lag zou dat best wat teruggeschroefd kunnen worden. De Prix Concourt keert aan de winnaars ook maar 50 francs uit: de oplagecijfers maken dat meer dan goed. Voor Booker-laureaten geldt hetzelfde: de prijs kan je in één klap miljonair maken.

Als de voortekenen niet bedriegen zal ook 1997 als een tumultueus jaar de boeken ingaan. Zelden is de voorlopige keus van de jury zo met de grond gelijk gemaakt. Het ontbreken van toppers als Ian McEwan met 'Enduring Love', Peter Carey met 'Jack Maggs' en Carol Shields met 'Larry's Party' wordt door de meeste critici als een onvergeeflijke blunder beschouwd. In de Sunday Times veegde Peter Kemp de vloer aan met de jury: “Ze demonstreren een verbazingwekkende afkeer van complexiteit, verfijning, intensiteit, ambitie, intelligentie en stilistische brille”, schrijft hij, “hun voorkeur gaat uit naar het onevenwichtige, het zoetsappige en het oppervlakkige.” Een mening die uiteraard niet door iedereen gedeeld wordt, maar omdat er nu eenmaal geen spijkerharde criteria bestaan om literaire kwaliteit te beoordelen, geeft zo'n shortlist sommige recensenten een mooi excuus om zichzelf met veel verbaal wapengekletter te profileren.

Er is maar één nominatie waar vrijwel alle critici de wenkbrauwen over fronsen: 'The Essence of the Thing' van de Australische - maar al jaren in Londen wonende - Madeleine St John is een roman die veel te mager is om met een Booker-nominatie gehonoreerd te worden. Het verhaal draait om Nicola en Jonathan, een stel dat in de trendy Londense wijk Notting Hill woont. Nicola gaat even de deur uit om een pakje sigaretten te kopen. Als ze terugkomt, stelt Jonathan tot haar verbijstering voor om te gaan scheiden. Wat heeft de in haar ogen zo solide en betrouwbare Jonathan daartoe gebracht? Wanhopig probeert ze de scherven van haar leven bij elkaar te vegen.

'The Essence of the Thing' is een vrij clichématig verhaal met veel aandacht voor alledaagse details. St John serveert het in hapklare hoofdstukjes van soms niet meer dan twee pagina's. De suggestie van de schrijfster dat er achter het triviale oppervlak een diepere betekenis schuil zou gaan, doet wat lachwekkend aan. Het is en blijft een flinterdun verhaaltje, “Luchtig genoeg”, zoals een Engelse recensent opmerkte, “om uit te smeren op Ryvita”.

De in Italië woonachtige Tim Parks is van een heel ander kaliber. In zijn roman 'Europa' beschrijft hij de lotgevallen van Jerry, een leraar Engels van middelbare leeftijd, die met zes andere collega's uit diverse landen van Europa een bustrip naar Straatsburg onderneemt om het Europese Parlement een petitie aan te bieden over hun werkomstandigheden. Jerry is vooral geïnteresseerd in zijn ex-minnares die deel uitmaakt van het gezelschap. De plot van het verhaal is eigenlijk secundair. Waar het om draait zijn de gedachtespinsels in het hoofd van Jerry. De midlife-crisis waarin hij verstrikt zit, zet de toon voor zijn zwartgallige overpeinzingen. Hoe heftig hij ook tekeer- gaat tegen het idee van een Verenigd Europa, waar het werkelijk om draait is dat hij het met één partner al niet kan redden. Motto's met verwijzingen naar Zola, Beckett en Cioran onderstrepen de pessimistische invalshoek van waaruit deze roman geschreven is. Wie gevoelig is voor het werk van aartsmisanthroop Thomas Bernhard zal ook bij Tim Parks zijn hart kunnen ophalen. Persoonlijk ben ik geen liefhebber van dit soort loodzware proza.

Een serieuze kandidaat is de Indiase Arundhati Roy. Na Salman Rusdhie, Amitav Gosh en Vikram Seth is de 37-jarige Roy de eerste vrouwelijke representant van de internationaal spraakmakende groep Indiase auteurs die de Engelstalige literatuur de laatste jaren verrijkt heeft. 'The God of Small Things', haar genomineerde roman, is een debuut met een voorgeschiedenis: na het lezen van één hoofdstuk van het manuscript was de Londense literaire agent David Godwin zo enthousiast, dat hij de eerste vlucht naar India boekte om op zoek te gaan naar de schrijfster. Hij trof haar aan in een piepklein appartementje in een huurkazerne in New Delhi en contracteerde haar ter plekke. Daarna ging het allemaal razendsnel. Harper Collins won het gevecht om de rechten en betaalde haar 150 000 pond als voorschot. Gecombineerd met wereldwijde publicatie in zestien verschillende talen, ook de Nederlandse, leverde dat de schrijfster een klein fortuin op.

'The God of Small Things' is een sterk autobiografisch getinte roman, die gesitueerd is in Kerala, de staat in het zuiden van India, waar Roy zelf is opgegroeid. Kerala heeft de reputatie dat het de eerste deelstaat is waar in 1957 op democratische wijze een communistische regering is gekozen. De bevolking bestaat uit een merkwaardige mengelmoes van christenen, hindoes, islamieten en marxisten. Tegen deze kleurrijke achtergrond speelt zich het drama af van Ammu, een gescheiden vrouw en moeder van een tweeling. Juist op het moment dat familieleden uit Engeland overkomen, is zij verwikkeld in een geheime affaire met een 'onaanraakbare' en trotseert daarmee een van de grootste maatschappelijke taboes. Het nichtje uit Engeland verdrinkt en Ammu's relatie leidt tot een tragedie waarbij haar minnaar geslachtofferd wordt.

De manier waarop het verhaal verteld wordt is heel wat minder rechtlijnig dan bovenstaande samenvatting suggereert: herinneringen en vooruitverwijzingen wisselen elkaar af en talrijke verhaallijnen over politieke conflicten en maatschappelijke en religieuze discriminatie kruisen elkaar. De meeste gebeurtenissen worden beschreven vanuit het perspectief van Rahel, de 7-jarige dochter van Ammu. Dat kleurt natuurlijk de observaties van de andere personages en verklaart ook de nogal springerige verteltrant. De sfeerbeschrijvingen van het landschap zijn indrukwekkend, maar de talrijke anekdotische uitwijdingen zijn soms als zand tussen de tandwielen van het verhaal.

De tweede debutant op de lijst is de 37-jarige Mick Jackson. Hij volgde de 'Creative Writing'-cursus aan de universiteit van East Anglia, was actief als muzikant en schreef en regisseerde een aantal korte films. 'The Underground Man' past in de populaire Britse traditie van de pastiche op de historische roman. Het is losjes gebaseerd op het leven van William John Cavendish-Bentinck-Scott, de vijfde hertog van Portland, een excentrieke aristocraat die zijn vermogen besteedde aan de aanleg van een netwerk van tunnels onder zijn landgoed in Nottinghamshire.

In dagboekvorm vertelt de hertog over zijn beslommeringen. Hij ontpopt zich als een filosofisch ingestelde man, die steeds meer verstrikt raakt in het web van zijn eigen fantasieën. Je ziet hem ten prooi vallen aan zijn eenzaamheid en zijn onvermogen om contact te krijgen met de buitenwereld. Hij raakt helemaal gefixeerd op zijn lichamelijke constitutie en de analogie tussen het tunnelnetwerk en zijn ingewanden dringt zich al snel op.

Op een gegeven moment stort hij zich op de frenologie om inzicht te krijgen in de structuur van zijn hersenen. Dat leidt tot een tragi-komische scène waarin hij een stukje uit zijn schedel boort: “Ik had mezelf ontkurkt!” Eindelijk heeft hij het gevoel dat de muur tussen hemzelf en de buitenwereld doorbroken is. Maar het isolement waarin hij zichzelf heeft gemanoeuvreerd, leidt tot een tragisch misverstand waar de arme hertog het slachtoffer van wordt. Jackson is erin geslaagd een bijzonder sympathiek romanpersonage te creëren en de tunnelmetafoor is op allerlei manieren ingenieus in het verhaal verweven. Maar soms wekt de auteur de indruk dat hij - net als zijn hoofdpersoon - ietwat dolende is, op zoek naar een pointe.

Een van de grootste kanshebbers lijkt me Jim Crace uit Birmingham. Zijn roman 'Quarantine' getuigt van een geweldige verbeeldingskracht: hij neemt de lezer 2000 jaar terug in de tijd en beschrijft de veertig dagen en nachten die Jezus vastend in de woestijn doorbracht. In zijn nabijheid bevinden zich nog een paar pelgrims en Musa, een koopman die tegen wil en dank in dat onherbergzame gebied is gestrand. Hij ontwikkelt zich steeds meer tot de kwade genius die misbruik maakt van de naïviteit van de pelgrims en Jezus uit zijn grot probeert te lokken om diens genezende krachten commercieel te kunnen uitbuiten.

In vergelijking met Musa komen de andere personages wat mager uit de verf: Jezus, door zijn rigoureuze versterving tot op het bot uitgemergeld, vervluchtigt tot niet meer dan een etherische verschijning. De kracht van het verhaal ligt in de evocatie van het landschap, “de dreigende samenzwering van rotsen, wind en hitte (. . .) Dit was de rand van gods onvoltooide universum.” Crace heeft het bijzondere vermogen om een sfeer op te roepen waardoor je als lezer in het verhaal gaat wonen.

Zijn grootste concurrent is zonder twijfel de in Schotland wonende Ier Bernard MacLaverty. 'Grace notes' is diens eerste roman sinds veertien jaar. Hoofdpersoon is Catherine McKenna, een alleenstaande moeder die vanuit Schotland naar Belfast terugkeert om haar vaders begrafenis bij te wonen. Zelf worstelt ze met de naweeën van een postnatale depressie en relatieproblemen met een gewelddadige alcoholist. Ze is een talentvol componiste, maar raakt door haar omstandigheden volledig geblokkeerd.

Uiteindelijk slaagt ze erin die impasse te doorbreken: de muziek geeft haar de kracht om het verleden te verwerken. De succesvolle uitvoering van haar laatste compositie markeert het begin van een nieuwe fase in haar leven.

Mac Laverty weet de Ierse 'Troubles' subtiel te vermengen met de tijdloosheid van klassieke muziek: het angstaanjagende geluid van de protestantse drumbands die door de katholieke wijken marcheren, keert terug in de compositie die voor Catherine een persoonlijke bevrijding betekent. 'Grace notes' is een roman over het vermogen van de kunst om de werkelijkheid te transformeren en daarmee te overstijgen. MacLaverty's prachtige taalgebruik en de overtuigende manier waarop hij zich weet te verplaatsen in de psyche van zijn vrouwelijke protagonist, maken hem voor mij dit jaar de belangrijkste kandidaat voor de hoogste Engelse literaire onderscheiding.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden