Opkrabbelen na Guantánamo

reportage | Of Nederland ook Guantánamo-gevangenen wil opnemen. President Obama vroeg het deze week aan Willem-Alexander en Máxima. In Uruguay hebben ze er ervaring mee, daar kregen zes ex-gevangenen opvang. Trouw sprak uitvoerig met twee van hen.

Ze leven vandaag precies zes maanden in vrijheid in Uruguay. De 33-jarige Syriër Ali Husein Sabaan en zijn 43-jarige landgenoot Jihad Diyab zijn twee van de zes ex-gedetineerden uit Guantánamo die een nieuw leven proberen op te bouwen in het Zuid-Amerikaanse land. Na bijna dertien jaar af en aan te zijn verhoord, na hongerstakingen uit protest tegen de martelingen, is een nieuw leven beginnen in een vreemd land allesbehalve makkelijk. "Maar ik ben Uruguay erg dankbaar", zegt Jihad Diyab. Vervolgens doet ook hij een beroep op de Nederlandse regering: "Er zitten nog 122 broeders van me vast in Guantánamo, geef er alsjeblieft een paar vrijheid. Een kans op een fatsoenlijk leven."

De zes mannen wonen samen in de hoofdstad Montevideo. Het vroeg-20ste-eeuwse pand is ter beschikking gesteld door de Uruguayaanse vakcentrale PIT-CNT, die tot voort kort verantwoordelijk was voor de opvang en integratie van de ex-gevangenen. Het hoekpand staat in de wijk Palermo, bekend om zijn grote Italiaanse immigrantengemeenschap die is vermengd met Afro-Uruguayanen die zich er vestigden na de afschaffing van de slavernij. Saillant detail is dat de Amerikaanse ambassade op nog geen vijfhonderd meter van het pand aan de boulevard van Montevideo is gevestigd.

De voordeur staat open en de inrichting is sober; een tafel en wat stoelen in de woonkamer en een bureau vol met papieren en een oude computer. Bij binnenkomst is zacht gemompel te horen. In een van de zijkamers zit Mohammed Abdullah Mattan geknield te bidden. De ochtendzon schijnt met een scherpe hoek door het raam en verlicht zijn gezicht wanneer hij overeind komt. "Welkom. Zoek je iemand?", vraagt hij kalm. Hij roept zijn twee huisgenoten Ali en Jihad en vertelt dat er bezoek voor ze is. Vervolgens ijsbeert Mohammed op blote voeten door de hal terwijl hij hardop een gebed herhaalt. Het ijsberen is ritmisch en afgemeten, vijf passen heen en vijf passen terug. "Precies de afmeting van mijn cel", vertelt hij later.

Jihad Diyab loopt op krukken en wordt bijgestaan door Ali Husein Sabaan, die goed Engels spreekt. Beide mannen zijn slank en de baarden getrimd op lengte van een gemiddelde hipster. Het Spaans gaat de heren nog moeilijk af. "We krijgen tweemaal per week les maar het is best lastig en vermoeiend", vertelt Sabaan. Voor Diyab is lastig om een gesprek te voeren: hij onderbreekt zijn zinnen geregeld, terwijl zijn gezicht vertrekt door pijnscheuten in zijn rug en zij. "Guantánamo is niet goed voor je gezondheid", grapt Diyab.

Diyab is vastberaden in zijn overtuigingen en standvastig in zijn handelen. Hij heeft de beschuldigingen tegen hem altijd ontkend (zie kader). "Dit is een interview en geen verhoor, ik ga niet mijn verklaringen tegenover jou herhalen", zegt hij streng. Tijdens zijn verblijf van bijna dertien jaar in Guantánamo ging hij meerdere malen in hongerstaking uit protest tegen zijn gevangenschap en de martelingen. Uit documenten van het Amerikaanse ministerie van defensie blijkt dat Diyab dwangvoeding kreeg. "Die slangen door mijn strot achtervolgen me nog in mijn slaap", vertelt hij met zachte stem. Ook loopt hij slecht door de gewelddadige aanpak waarmee de dwangvoeding gepaard ging. "Nu heb ik spijt van de hongerstakingen. Het heeft mijn rug en benen kapotgemaakt."

Vastberaden

Het toedienen van de dwangvoeding ging met zeer harde hand, zoals ook is vastgelegd op een video. Amerikaanse media zoals The New York Times en nieuwsorganisatie Reuters probeerden in juni 2014 via rechtszaken de beelden van Diyabs dwangvoeding openbaar te maken om zo de wantoestanden in het gevangenkamp aan de orde te stellen. Er is nog geen uitspraak gedaan in deze zaak.

Met de vastberadenheid van Diyab heeft Uruguay ook kennisgemaakt. De zes ex-gedetineerden protesteerden onlangs enkele weken voor de Amerikaanse ambassade in Montevideo. Ze vinden dat de VS verantwoordelijk zijn voor hun jarenlange opsluiting en eisen een schadevergoeding. De Amerikanen gaan niet in op de eisen van Jihad Diyab en de vijf anderen.

Ook de relatie met de Uruguayaanse overheid is gespannen. In februari dook Diyab op in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires waar hij een interview gaf op de radio. Hij beklaagde zich over de toelage die hij maandelijks van Uruguay ontvangt, zo'n 550 euro. "Daar valt niet van rond te komen", vertelde Jihad de luisteraars. De prijzen voor het levensonderhoud in Uruguay zijn vergelijkbaar met die in West-Europese landen.

De kritiek schoot de toenmalige Uruguayaanse president José Mujica in het verkeerde keelgat. De president, zelf als gevangene gemarteld tijdens de militaire dictatuur van 1973-1985, had zich persoonlijk sterk gemaakt om Obama te helpen Guantánamo te sluiten en noemde het lot van de resterende gedetineerden 'onmenselijk en crimineel'. Na het tweedaagse bezoek van Diyab aan Buenos Aires besloot president Mujica de mannen te bezoeken bij hen thuis in het hoekpand in Palermo.

Diyab weet het nog goed. "Het is een heel aardige man, zeer begripvol. Sprak ons toe als goede vader en zei dat we een baan moesten vinden om zo sneller te integreren", aldus Diyab. Toch blijft hij kritisch over de gebrekkige voorbereiding die Uruguay trof: "Ze hebben niet goed nagedacht over hoe ze ons gingen opvangen, alles was improvisatie". Uruguay is een stabiel land, het kent geen gewapende conflicten. Eerder in 2014 nam het een honderdtal vluchtelingen van de burgeroorlog in Syrië op. Ook deze groep integreert moeizaam. Volgens de oppositie handelt de regering uit emotie en mist het land ervaring om dergelijke getraumatiseerde mensen fatsoenlijk op te vangen.

De vakcentrale PIT-CNT bood de regering hulp aan bij de integratie. Medewerkers en vrijwilligers van de bond gingen aan de slag met de zes mannen om ze klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. "Maar aan werk konden we niet denken. We waren net vrij, we wilden onze familie zien en omarmen", zegt Diyab. Dat laatste is een flinke uitdaging. De regering zegt mee te willen werken aan gezinshereniging - bijvoorbeeld door het verstrekken van reisdocumenten - maar weigert de overtocht van de familieleden te betalen. "Ik heb een vrouw en drie kinderen, hoe moet ik dat ooit betalen met deze kleine toelage?", zegt Diyab. Het praten over zijn vrouw en kinderen valt hem zwaar en hij kijkt weg om zijn de tranen in zijn ogen te verbergen. "Kunnen we morgen verder praten?", vraagt hij.

De volgende middag is Ali Husein Sabaan opgewekt. Hij zit in de keuken druk te telefoneren met makelaars. "Ja, ik heb zeker interesse in een bezichtiging. Ik heb alle tijd", zegt hij lachend door de telefoon. Vijf van de ex-gedetineerden tekenden vorige maand een overeenkomst met de Uruguayaanse regering om op zoek te gaan naar zelfstandige woonruimte. De overheid beloofde toen zich in te spannen voor de gezinshereniging en het zoeken naar werk. Jihad Diyab is de enige die voorlopig weigert te tekenen. Hij is en blijft van mening dat de Amerikanen verantwoordelijk zijn voor de situatie waarin de mannen verkeren.

Trouwplannen

Het contrast is groot met twee van zijn huisgenoten die afgelopen week hun trouwplannen aankondigden. Omar Abdelahdi Faraj uit Syrië en de Tunesiër Adel bin Muhammad El Ouerghi treden vandaag in het huwelijk met twee Uruguayaanse vrouwen die zich hebben bekeerd tot de islam. Het tweetal leerde de vrouwen kennen in het islamitisch Egyptisch centrum in Montevideo. Ze trekken binnenkort in bij hun echtgenotes.

Ook Ali Husein Sabaan timmert flink aan de weg. Zo voetbalt hij elke week met een groep Uruguayaanse jongens. "Het helpt me met het leren van Spaans en dankzij hen ben ik een betere middenvelder dan twaalf jaar geleden", grinnikt hij.

Het aanbod om aan de boulevard een visje te eten slaan Sabaan en Diyab niet af. Tijdens het eten worden de twee uitvoerig bestudeerd door de lokale bevolking die hen herkennen van de televisie. "De mensen zijn ons goedgezind en ruimhartig. Ze bellen bij ons aan en bieden hulp aan", vertelt Sabaan. Uit opinieonderzoek blijkt dat 58 procent van de bevolking het goed vindt dat Uruguay de zes mannen heeft opgevangen. De in maart aangetreden president Vázquez liet wel weten dat er voorlopig geen nieuwe vluchtelingen worden toegelaten. "Het is een behoorlijke opgave om de zes uit Guantánamo en de honderd gezinnen uit Syrië zich thuis te laten voelen", aldus de president.

Het contrast tussen Diyab en Sabaan lijkt het onderscheid te zijn tussen een gebroken geest en iemand die hoopvol is gebleven. Maar dat zou de factor Guantánamo tekortdoen. Ook Sabaan is gemarteld, net als alle andere gevangenen, al is dat minder zichtbaar dan bij de kreupele Diyab. In het strafkamp zitten nog altijd 122 mensen vast, zonder aanklacht of juridische bijstand. Oud-president Mujica verdedigde tijdens zijn afscheidsrede zijn besluit om Obama te helpen bij de sluiting van Guantánamo: "Er zijn meer landen nodig van goede wil die een einde maken aan deze zonde."

Kamer is niet enthousiast

Tijdens het bezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan het Witte Huis afgelopen week heeft president Obama nog eens gevraagd of Nederland twee gevangenen uit Guantánamo Bay wil opnemen. Het verzoek kwam enkele maanden geleden binnen bij minister van buitenlandse zaken Bert Koenders, die er in stilte aan wilde werken. Maar door vragen van CDA-senator Hans Franken kwam het nieuws naar buiten. In de Tweede Kamer zijn alleen D66 en GroenLinks voorstander. PVV, CDA, VVD en ChristenUnie zijn uitgesproken tegen: waarom moet Nederland gevangenen opnemen als de VS zelf niemand toelaten, en zitten er misschien toch radicalen tussen? PvdA en SP zijn ook niet enthousiast zolang maar 57 gevangenen vrijkomen, en niet alle 122 gedetineerden van Guantánamo Bay.

Ex-gevangene Jihad Diyab

Jihad Diyab werd in april 2002 opgepakt in Lahore door de Pakistaanse politie, onder meer op verdenking van valsemunterij en het vervalsen van documenten. De Syrische inlichtingendienst SMI speelde de Amerikanen informatie toe dat Diyab lid zou zijn van diverse terreurgroepen. Uit documenten uit Guantánamo valt op te maken dat de Amerikanen vermoedden dat Diyab vanuit Pakistan samenwerkte met de beruchte leider van Al-Qaida in Irak, Abu Musab al-Zarqawi. Al-Zarqawi kwam op 7 juni 2006 om het leven door een Amerikaans precisiebombardement. In augustus 2002 werd Diyab overgeplaatst van Pakistan naar Guantánamo. Hij ontkent alle beschuldigingen en zegt met zijn gezin uit Syrië te zijn gevlucht als politieke tegenstander van het Assad-regime. Hij zegt via Afghanistan in Pakistan te zijn beland, waar hij zich als imker vestigde. In december 2014 arriveert hij in Uruguay, nadat het land met de VS een deal sloot. De Amerikanen hadden Diyab niet langer nodig voor het vergaren van informatie over Al-Qaida en andere terroristische organisaties. Wel zien de VS hem als staatsgevaarlijk en kan hij Amerika nooit bezoeken.

Ex-gevangene Ali Husein Sabaan

Sabaan vluchtte in november 2001 met drie andere Syriërs - nadat de Afghaanse hoofdstad Kaboel werd veroverd door de Noordelijke Alliantie met steun van de Amerikanen - naar het hol van de leeuw, naar Tora Bora, de grottenbunkers van Osama bin Laden. Hij zou daar volgens documenten van de Amerikaanse regering worden getraind in het plegen van zelfmoordaanslagen. Sabaan wordt eind 2001 opgepakt door de Pakistanen terwijl hij Amerikaanse luchtaanvallen op Tora Bora ontvlucht. Naar eigen zeggen volgde hij op dat moment een koranstudie in Afghanistan en werkte hij regelmatig als vervalser van documenten voor de Taliban. Hij zegt nooit betrokken te zijn geweest bij terreuractiviteiten van Al-Qaida. Wel bekende hij later aan de Amerikanen gevechtstraining te hebben gehad in Afghanistan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden