Opkrabbelen na Ebola

Naast al het verdriet heeft ebola ook grote gevolgen voor de economie van Sierra Leone. Mijnen werden gesloten, vluchten geannuleerd. Ondernemers proberen intussen het hoofd boven water te houden én ze zien weer kansen.

Eind oktober vorig jaar stuurde Heineken zijn personeel in Sierra Leone maar naar huis. Er mocht geen kroeg meer open in het land, had de overheid verordonneerd. Heineken-dochter Sierra Leone Brewery draaide nog maar 30 procent van haar omzet.

ABC is de leuze in Sierra Leone: Avoid Body Contact, vermijd lichamelijk contact. Om de dodelijke ebola-epidemie onder controle te krijgen, wordt mensen afgeraden elkaar de hand te schudden. Samenscholingen zijn verboden.

Angst en beheersmaatregelen maken dat de gevolgen van ebola veel verder gaan dan het directe menselijke lijden door ziekte en het verlies van dierbaren. De economie van het land is erdoor lamgelegd. Heineken is niet de enige werkgever die zijn mensen met verlof heeft gestuurd sinds ebola in juli vorig jaar op grote schaal slachtoffers begon te maken in het West-Afrikaanse land.

Dramatischer voor Sierra Leone is de sluiting van de twee ijzerertsmijnen die net twee jaar geleden weer waren opgestart. Die brachten zoveel geld in het laatje dat ze het land aan 8 tot 10 procent extra economische groei hielpen. In oktober en december vorig jaar gingen beide mijnen dicht. Uit angst voor verspreiding van de gevreesde ziekte én omdat de prijzen voor ijzererts omlaag duikelden.

Op Lungi Airport, nabij de hoofdstad Free-town, landt maandags en vrijdags niet een vliegtuig meer. Op andere dagen gaan er twee tot drie vluchten; grote maatschappijen als Air France en British Airways staakten hun vluchten en verbinden Sierra Leone niet langer met de rest van de wereld.

Bijna tweederde van ruim 6 miljoen Sierra Leoners is jonger dan 25 jaar. Velen van hen hebben wel werk, maar geen officiële baan. Ze worden niet naar huis gestuurd in tijden als deze, maar hebben nauwelijks nog iets te doen. Niemand vraagt ze nog om iets te repareren, niemand vraagt ze nog om iets vervoeren, niemand bestelt nog een nieuw bed.

Omdat de economie zo informeel is, is het lastig de huidige misère in cijfers te vangen. De jeugdwerkloosheid wordt geschat op 60 à 70 procent. Maar ook voor ebola uitbrak waarschuwde de Afrikaanse Ontwikkelingsbank al dat er de komende vijf jaar zo'n 300.000 banen nodig zijn om deze generatie jongeren binnenboord te houden. Een groot probleem is dat juist deze groep slecht geschoold is. Ze zijn van tijdens of van vlak na de burgeroorlog (1991-2002) en die jaren van chaos en bloedvergieten werd er aan onderwijs niet veel gedaan.

Die 300.000 banen gaan er voorlopig niet komen. Zelfs terugkeer naar het economisch niveau van voor ebola zal tijd vergen. Trouw sprak kleine ondernemers die reikhalzend uitzien naar het einde van de crisis en vertellen hoe het ze lukt om in de tussentijd het hoofd boven water te houden.

undefined

24 familieleden in dienst, dan moet je wel kansen zien

"Maart is een goede maand voor mij. Dan is het lekker heet", zegt Braima Dama James. Hij doet in water. In flessen en plastic zakjes verkoopt hij zijn waar aan Sierra Leoners en tot vorig jaar ook aan hotels waar veel buitenlanders verblijven. Maar die buitenlanders komen nauwelijks meer.

James keerde na het einde van de burgeroorlog vanuit Benin terug naar zijn land. Met zijn vrouw huurde hij een totaal vervallen dam in Waterloo, een stadje aan de rand van Freetown. Hij knapte die dam op en zette er een bottelarij naast. Dagelijks kan hij er maximaal 6000 flessen vullen met het water dat uit de bergen komt. "Maar toen kwam ebola en zakte de productie in tot nul."

Hij draait nu weer op halve kracht, maar het is moeizaam. "Mensen hebben geen geld, dus wie koopt mijn water? Los daarvan is Freetown een lastige markt: mensen hier beschouwen water als vanzelfsprekend. Probeer het dan maar eens in de markt te zetten."

James spreekt in zijn winkel aan Pademba Road waar Marion Semessie en Janet Alpha klaarzitten om klanten te bedienen. Het zijn slappe tijden, er stopt zelden iemand. 24 familieleden heeft James in dienst en om die allemaal bezig te houden, is het zijn taak 'kansen te zien'. "In Kenama heb ik een kleinere waterfabriek. Daar doen we alleen zakjes. Maar we overleven niet op een product, dat wist ik al voor ebola. Dus heb ik ook drie boerderijen, waar we sojabonen en palmen verbouwen. En casave, daar maken we meel van. Pak eens zo'n pak FuFu Flour", zegt hij tegen Janet. "Goed spul hoor, glutenvrij." Net voor de epidemie uitbrak sloot hij een deal met een Keniaan die twee ton zou afnemen. "Maar toen cancelde Kenya Airways al zijn vluchten naar Freetown. Ik heb nog steeds contact trouwens, die man blijft geïnteresseerd."

Op dit moment teert hij in, want lenen wil James niet. "Geld is wel te krijgen, maar de rente is killing: 40 procent, minstens."

undefined

Het denken gaat door, want ooit is de epidemie onder controle

2014 had een topjaar zullen worden voor Evelyn Lewis en David Kamara. "Mijn orderboek was rijkgevuld", zegt Lewis, eigenaar van ICT-bedrijf SBTS Group. "De ijzerertsindustrie in Sierra Leone begon weer te draaien. Ik wilde mikte op die oplevende business . Met succes. Ik zou de werknemers trainen van London Mining, die de mijn in Marampa uitbaatte. Maar in oktober ging die over de kop. De overheid, pensioenfondsen, de telecomsector, ik maakte systemen voor iedereen. Nu kijk ik aan tegen 1,1 miljoen dollar aan afgelaste orders."

Lewis heeft 43 man in dienst, de software-kant van zijn bedrijf ligt zo ongeveer plat, de trainingspoot houdt SBTS overeind. "Ik zoek de gaten. Toen de ebola-epidemie uitbrak, duurde het dagen voor lijken werden opgehaald. De mensen die het noodnummer 117 bemanden waren onvoldoende toegerust. Wij hebben ze getraind. Niet specifiek in de ICT-kant, ook in omgaan met agressie."

Kamara runt A Call to Business in Sierra Leone, dat doet aan kredietverlening. "Wij groeiden, er was veel vraag. We kwamen met nieuwe producten om aan nog meer wensen te voldoen; in 2013 hadden we vier soorten leningen, in 2014 waren dat er al negen. Na juli zakte de vraag helemaal in." Hij had nieuwe mensen willen aannemen, willen uitbreiden, maar blies alles af.

Maar het denken gaat door; de epidemie komt tenslotte ooit onder controle. "Gisteren hadden we een brainstormsessie. Als deze crisis iets heeft laten zien, is het dat het gezondheidssysteem beter kan. Een niche die wij zien is communicatie op het platteland. Veel vrouwen daar kunnen niet lezen of schrijven. Stuur ze gesproken berichten over basale hygiëne. Bied ze een zorgverzekering, gekoppeld aan een kleine kliniek in de buurt. Daar willen wij in investeren."

Lewis: "Ik woonde in de VS tijdens de burgeroorlog. Toen die voorbij was ben ik met driehonderd Sierra Leoners teruggevlogen naar ons land. De kogelgaten zaten in de gebouwen, de vooruitzichten waren akelig. Maar ik geloof dat er zo'n onderbenutting is van ICT in het dagelijks leven in ontwikkelingslanden. Nu heb ik, om te overleven, mijn bezit moeten belenen. En dat ga ik níet verliezen. Ik sta te popelen om zaken ten goede laten te keren."

undefined

Niemand koopt feestkleding, wel zeep en emmers

Dat de overheid samenscholingen heeft verboden, breekt Adama Bendu lelijk op. In haar stalletje op Rawdon Street Market verkoopt ze feestkleding. Jurken en tunieken in sprekende kleuren, met borduursel van gouddraad. Maar niemand geeft nog een feestje. "Vroeger verkocht ik vier kledingstukken per dag. Nu ben ik blij als ik er één kwijtraak. Ik knijp 'm wel. Ik heb een lening en als ik die niet afbetaal, nemen ze me mee naar de politie. En dan wordt mijn handel in beslag genomen, ebola of geen ebola."

Radicaal van product wisselen, lijkt haar geen goed idee. "Mijn klanten kennen mij van mijn kleding." Haar ebolastrategie is een andere: aan haar voeten ligt een stapel schoenen van het goedkopere soort. Die heeft ze er sinds de uitbraak bijgenomen en die lopen wel. "Ik heb mijn lening, ik heb een zoon op de universiteit. Ik heb het geld hard nodig."

Waar de hele middenstand mee in zijn maag zit, is dat de overheid een zondagssluiting heeft ingesteld. Voor ebola huishield, waren winkels en stalletjes zeven dagen per week open.

Vervelend inderdaad, zegt Cecilia Bintu Faulkner, maar het probleem zit dieper. "Er is gewoon geen geld onder de mensen. Wie werkt er nou nog?"

Peace Loving Enterprise heet haar winkeltje in huishoudbenodigdheden en toiletartikelen op Congo Town Market. Luiers en broodtrommels raakt ze aan de straatstenen niet kwijt. Zeep doet nog wel wat, omdat mensen vaker hun handen wassen. En emmers, die staan overal in Freetown om chloorwater uit te tappen.

Faulkner: "Het is veel minder druk dan voorheen, mensen blijven thuis. Anderen rijden langs en roepen vanuit de auto wat ze willen hebben. En alle klanten dingen stevig af."

Ze drijft nu 25 jaar een zaak en heeft het in al die jaren zo bar nog niet meegemaakt. "Tijdens de oorlog gingen de zaken eigenlijk best goed. We wisten in die tijd beter waar we aan toe waren. Voor geweld kun je schuilen, voor deze ziekte niet. Je ziet hem niet. Maar nu is de ebola-epidemie snel voorbij. Aan het einde van deze maand, denk ik. Daar bid ik voor."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden