Opkomst Wilders zet Haagse arena op z’n kop

Het electoraat heeft een samenhangende ideologie afgezworen. Waarom daar dan geen uitgangspunt van maken? Tijd voor gelegenheidscoalities.

De laatste verkiezingen hebben het politieke speelveld aanzienlijk vergroot. Dat moet leiden tot een nieuwe politieke strategie en tactiek.

Op ’links’ is de SP sterk gegroeid en op ’rechts’ heeft Geert Wilders de grens van het politieke spectrum tot het uiterste opgerekt. ’Links’ en ’rechts’ tussen aanhalingstekens, want de laatste verkiezingen hebben niet alleen het speelveld vergroot, maar ook de lijnen verlegd.

Het politieke speelveld is niet meer eendimensionaal. Marijnissen (SP) heeft met klassieke, sociaal-economische onderwerpen gescoord, terwijl Wilders (PvdV) vooral met culturele thema’s electoraat aan zich heeft weten te binden. Rechts is anti-islamitisch, links anti-armoede. Alsof haaks op de middenstreep van het dubbel zo grote voetbalveld nog een lijn is getrokken: aan de ene kant spelen we voetbal, aan de andere rugby.

De nieuwe politieke verhoudingen werden al direct tijdens het slotdebat van de lijsttrekkers duidelijk. Toen presentator Witteman vroeg wie Geert Wilders in een coalitie duldde, bleef het stil. Wilders las daarin het begin van een cordon sanitaire en hij trok meteen conclusies over de democratie. Nee, wierp Marc Rutte hem fel tegen. „U doet gewoon mee. Ik sta niet toe dat u buiten de lijnen gaat staan.” Zo’n openlijke omarming van een extremiteit hebben we niet eerder in de parlementaire geschiedenis gezien.

De partij Centrum Democraten werd zowel in de campagne als in de Tweede Kamer genegeerd. De LPF alleen tijdens de campagne en Wilders helemaal niet. Wat luidruchtig is en nieuw kan niet zomaar uit het systeem worden geknepen. Het electoraat wenst al jaren allochtonenhaters in de Kamer. Andere partijen zullen daar rekening mee moeten houden.

De betekenis van Wilders’ overwinning is dan ook duidelijk: hij stelt nieuwe eisen aan het politieke opereren en aan de politici. Het is wachten op een politicus met oog voor, visie en antwoorden op sociaal-economische en culturele noden van een electoraat dat goed is voor 34 zetels (de SP en PvdV bij elkaar opgeteld). Want dat is de boodschap van 22 november: wie de culturele dimensie (de problematische verhouding tussen allochtonen en autochtonen) en sociaal-economische dimensie (de emancipatie van een groeiende onderklasse) duurzaam kan koppelen, wordt bij de komende verkiezingen heel groot. Het wachten is op een uitdager van het politieke systeem die het belang van beide dimensies inziet.

Bij de volgende verkiezingen zou een combi van Wilders en Jan Marijnissen dus hoge ogen kunnen gooien. De partij zou populistisch conservatief moeten zijn. Ze zou moeten streven naar het Nederland van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Toen stond de sociaal-economische emancipatie van de onderklasse hoog op de politieke agenda. Deze had immers voor de oorlog in Duitsland met een stem op communisten of nazi’s de democratie bij het grof vuil gezet. Dat nooit meer. De idylle in de jaren vijftig werd evenmin verstoord door burgers die onze taal niet spraken en onze cultuur niet kenden. Geen moskeeën, geen boerka’s en nauwelijks criminaliteit. Een rustig beeld en in de huidige beeldcultuur is het niet moeilijk om daar een politiek program met potentie voor te schrijven.

Zo’n partij bestaat nog niet. Toch heeft de kiezer die zich zorgen maakt over zijn inkomen en op het randje van de armoede moet toezien hoe allochtonen hem zijn buurt ontfutselen, recht om ook na 22 november gehoord te worden. Nederland is een land van minderheden en de uitkomst van deze verkiezingen laat dat maar weer eens zien. Om van enige representativiteit te kunnen spreken, moet de maatschappelijke verdeeldheid ook in het kabinet doorwerken. Zolang kiezers twijfelen tussen Wilders en Marijnissen, tussen Bos en Balkenende, tussen Halsema en Rutte of Verdonk waardoor een snelle formatie een illusie zal blijken, dan maar een minderheidskabinet.

Er zijn allerlei gelegenheidscoalities denkbaar: de Partij van de Dieren kan samen met Wilders pleiten voor dierenrechten in de Grondwet. De VVD kan met Wilders aansturen op zwaardere straffen en een strenger immigratie- en integratiebeleid. De ChristenUnie kan met het CDA en GroenLinks het rentmeesterschap over ons milieu waarborgen. SP en PvdA kunnen pleiten voor socialer beleid en zelfs D66 vindt een partner om het onderwijs nu eens goed aan te pakken: weer die vermaledijde Wilders. Als het electoraat een samenhangende ideologie heeft afgezworen en tot het niveau van issues versnippert, waarom daar dan geen uitgangspunt voor de vorming van een kabinet van maken?

De campagne heeft een realiteit geschapen waar tactiek doorslaggevend is. Voor het uitvoeren van plannen heb je helemaal geen meerderheidskabinet nodig. Wel een goede tactiek en Wilders heeft alle andere partijen gedwongen daar nu eens goed over na te denken. Dat is zijn verdienste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden