Opkomst van de politica

Vrouwelijke politici van nu hoeven minder te vechten dan hun voorgangsters. Ze steunen elkaar, hebben plezier in het vak, en doen de kinderen er gewoon bij, blijkt uit het boek 'Haagse hakken'.

Een verhaal over vrouwen en politiek, dat kan beginnen met de volgende anekdote. In een zaaltje ergens in Zeeland is een avond belegd over dit thema, vrouw en politiek. De sprekers zijn allen vrouw, de gasten bijna ook. Een raadslid voor GroenLinks steekt haar verhaal af. Politiek is, zegt ze, een hondenbaan. Eigenlijk niet te combineren met een gezin. Vergaderingen zijn altijd om een uur of vijf, als de mannen klaar zijn met hun werk. Na die onhandig geplande bijeenkomsten gaan de vergadertijgers ook nog naar het café. Daar kan zij natuurlijk niet bij zijn, zo rond etenstijd of 's avonds laat. In de vergaderingen zelf voeren de mannen het hoogste woord. Zij komt er zelden tussen, en als ze al eens het woord krijgt, wordt er niet naar haar geluisterd.

De volgende spreekster is een raadslid voor de VVD. Politiek is héérlijk, zegt ze. Het is geweldig om samen met anderen beslissingen te nemen voor haar gemeente, voor haar burgers. Ze ontmoet allemaal nieuwe mensen, van andere partijen, hoge pieten, maar ook gewone mensen. Stapels papier krijgt ze thuis, maar die kan ze lekker lezen als de kinderen op school zijn. Vergaderingen zijn 's avonds. Dat komt goed uit, dan is haar man thuis. Daarna gaat ze gezellig nog even een borrel drinken. Haar mannelijke collega's zijn sowieso hartstikke blij dat zij erbij is. Ze is met open armen ontvangen in het mannengezelschap.

Dit verhaal is van voor de eeuwwisseling. Maar verrassend genoeg komt een van de vier auteurs van het onderzoeksboek 'Haagse hakken', Lidewey van der Sluis, spontaan met de vaststelling dat linkse vrouwen wat negatiever denken over politiek dan rechtse - en onder rechts schaart ze in dit geval ook het CDA. "Vrouwen uit linksere partijen zijn wat 'vechteriger' dan aan de rechterkant. Rechtse vrouwen zijn minder negatief over politiek. Zij zeggen: politiek is ook gewoon leuk, ik heb er plezier in. Van links hoor ik dat niet. Dat is jammer, want je hebt ook plezier nodig, dat je een beetje relaxed bent en kunt lachen. Maar hoe belangrijk ook, plezier is wel heel vluchtig. Uiteindelijk gaat het er in de politiek om dat je bevlogen bent. En dat zijn al deze vrouwen, van welke politieke kleur dan ook. Het is net als topsport, ze zijn gedreven, maar dan niet om een wedstrijd te winnen, maar voor een ideaal."

Van der Sluis, hoogleraar strategisch talent management aan Nyenrode Business Universiteit en daarnaast onder andere lid van het Strategisch Beraad van het CDA, trekt persoonlijk deze conclusie op basis van het onderzoek dat ze met drie anderen heeft gedaan naar succesvolle vrouwen in de Nederlandse politiek.

De onderzoekers hebben geen vragenlijsten naar honderden vrouwen gestuurd, de studie is gebaseerd op langdurige interviews met 31 vrouwen die het in de politiek gemaakt hebben. De meesten landelijk, een paar plaatselijk, in de provincie of in Europa. De resultaten - voornamelijk in de vorm van lange citaten uit de vraaggesprekken - zijn vastgelegd in 'Haagse hakken', dat zaterdag wordt gepresenteerd.

Welke vrouwen komen in de politiek bovendrijven en waarom, dat is de vraag die de onderzoekers zichzelf hebben gesteld. Uit eerder onderzoek is hun allang gebleken dat een succesvolle carrière niet alleen afhankelijk is van persoonlijke inzet en ambitie.

Anders dan vaak wordt gedacht, doet de context er 'ontzettend veel' toe. Die vatten ze samen in de zeven K's, de bouwstenen voor politiek succes: kindertijd, karakter, kennis, kunde, kansen, keuzes, kerels. Een handleiding rolt daar niet uit. Maar er zijn wel patronen te ontdekken in de carrières van de vrouwen.

Van die omgevingsfactoren is de opvoeding, het gezin waarin de politica opgroeit, een van de belangrijkere. De vrouwelijke politici komen uit heel verschillende milieu's, maar ze hebben over het algemeen een prettige jeugd gehad. Ze konden goed leren, ze hadden veel vriendinnen, hobby's, ze waren stabiel van karakter en lieten van zich horen. Ze waren kinderen van hun tijd: de oudere generatie mocht als meisje vaak niet studeren. Het werk van hun vader vonden ze begerenswaardiger dan het huisvrouwenbestaan van hun moeder. "Als vrouw van mijn tijd had mijn moeder geen andere keuze. Zij was voor mij een rolmodel van hoe ik het later niet zou willen", zegt Eurocommissaris Neelie Kroes bijvoorbeeld.

Over politiek werd lang niet altijd, maar wel bovengemiddeld vaak gepraat. "De kiemkracht van het latere succes is bij deze vrouwen al in de jeugd aanwezig", constateert onderzoekster Van der Sluis. "Als ouders kun je dus wel degelijk kinderen geschikt of ongeschikt maken voor de politiek. Dat is bijna eng."

Qua houding ziet ze wel een belangrijk verschil tussen de generaties. De ouderen zitten meer op het vrouwenbelang dan de jongere vrouwen. "De oudere generatie heeft veel harder moeten vechten. Dat vecht-element zie je bij de jongere generatie veel minder."

Juist doordat de oudere vrouwen meer hebben moeten opkomen voor zichzelf, om te kunnen werken en om een hoge politieke functie te kunnen bekleden, zijn ze minder geneigd solidair te zijn met andere vrouwen, overweegt Annemarie Jorritsma, oud-minister en nu burgemeester van Almere. Gebrek aan sisterhood, aan ambitie andere seksegenoten hogerop te krijgen, verkleint de kansen van vrouwen.

"Keuzes en kansen worden voor een groot deel bepaald door de omgeving", zegt Van der Sluis. "Je kunt kansen niet altijd afdwingen, ze moeten je ook gegund worden." Door mannen, maar ook door vrouwen. Wat dat betreft hebben vrouwen wel geleerd, denkt minister van volksgezondheid Edith Schippers: "Ik heb zelf weinig steun ondervonden van de old ladies in de politiek. Onze generatie steunt elkaar naar mijn mening meer."

En de nieuwe vrouwelijke toppolitici hebben ook minder moeite hun hectische werk te combineren met partner en kinderen. In het boek zegt minister van verkeer en waterstaat Melanie Schultz van Hagen, getrouwd en moeder, dat zo: "Oudere vrouwen hebben mij laten weten: wij moesten een keuze maken. Mijn generatie doet nu en-en. Ik vind het prima te doen en ook erg leuk."

En bij GroenLinks is het Zeeuwse raadslid dat ooit zo negatief sprak over haar politieke omgeving inmiddels ook meer en meer een uitzondering. Dat komt misschien niet doordat de politiek zo is veranderd, maar wel doordat GroenLinks zich heeft aangepast.

"Je kunt veel plezier met elkaar hebben en dingen neerzetten", zegt Kamerlid Liesbeth van Tongeren. "GroenLinks biedt de mogelijkheid vier dagen per week te werken voor een goed leefbaar salaris, waardoor er ook nog tijd is om met de kinderen te spelen, te zorgen, vrijwilligerswerk te doen en je te ontplooien."

Neeke Eysbroek, Bas Steunenberg, Lidewey van der Sluis en Bas Steunenberg: Haagse Hakken, succesvolle vrouwen in de Nederlandse politiek. Uitgeverij Balans, Amsterdam, 18,95 euro.

Hakken zijn de nieuwe tuinbroek
Een van de leuke dingen van het onderzoeksboek 'Haagse Hakken' is dat het onbekommerd ingaat op de rol van kleding in de politiek. Zichtbaarheid blijkt het codewoord te zijn voor succes in de politiek. Dat betekent vooral: niet bescheiden zijn, laat horen dat je er bent door een goed verhaal, maar ook door opvallende kleding. Dus geen donker broekpak à la Angela Merkel, of Hillary Clinton. Nee, de Nederlandse vrouw die wat wil in de politiek laat zichzelf zien.

Ik hou van mooie kleding", meldt CDA-voorzitter Ruth Peetoom, die als dominee onder haar zwarte toga al schoenen droeg in de kleur van het kerkelijk jaar. "Ik draag graag kleur", zegt Annemarie Jorritsma, oud-vice-premier, die bij de inhuldiging van het eerste paarse kabinet een geel jasje droeg en bij het tweede naast de koningin stond in een knalrood pakje. "Ik hou van kleur, mensen herkennen je hierdoor en het maakt je zichtbaarder", vindt oud-minister Sybilla Dekker.

Die aandacht voor het uiterlijk is niet beperkt tot Den Haag, het speelt ook op het lokale niveau. "Ik ben meer kleur gaan dragen en ter voorkoming van de uitstraling van 'het meisje' ben ik mij vrouwelijker gaan kleden", zegt de Rotterdamse wethouder Jeannette Baljeu. En dat nog allemaal los van de hakken, de Haagse hakken zoals ook Ruth Peetoom ze noemt. Onderweg tussen station en plek van bestemming draagt ze bergschoenen en zitten de hakken in de tas. Maar in Den Haag, daar draagt ze haar power heels onder haar kleurige kleding.

In de kledingkeuze zijn er twee scenario's, signaleert auteur Lidewey van der Sluis. "Of vrouwen zijn trots op hun vrouwelijkheid en gebruiken dat ook, door bijvoorbeeld hoge pumps te dragen. Mannen moeten er maar aan wennen, zeggen ze. Voor anderen hoeft het niet zo, die doen gewoon mee met het spel en lopen op platte hakken." CDA-coryfee Hannie van Leeuwen - de oudste van de 31 geïnterviewde vrouwen - loopt op platte schoenen. "Met platte hakken sta je naast de mensen", zegt zij. "Hoe hoger je hakken, hoe meer afstand kan worden ervaren."

Van der Sluis weet niet of vrouwen zich zo'n houding nu nog wel kunnen permitteren. "De nadruk ligt meer op expressie, laten zien wie je bent. Hoe extremer hoe beter." Dat laatste geldt zeker buiten de politiek. Op de Amsterdamse Zuidas, het hart van de zakelijke wereld, ziet ze rokken die haast niet korter kunnen, en hakken waar geen millimeter meer bij kan.

En ook in de vrouwenbeweging is de hak bezig aan een opmars. Of beter: is die al gemeengoed. Of misschien nog beter: de hak is de nieuwe norm.

De topjaren van de vrouwenbeweging zijn de geschiedenis in gegaan als de periode waarin de ware feministen het liefst in een tuinbroek de mannenmaatschappij bestreden. Ze straalden daarmee uit dat ze lak hadden aan de norm dat vrouwen er verzorgd hoorden uit te zien. Ondertussen introduceerden ze in hun kringen een nieuwe norm: vrouwen mochten kleren eigenlijk niet leuk vinden. En zich al helemaal niet als een dame kleden.

Veertig jaar later is dat laatste nu meer en meer de norm. Een trui, een spijkerbroek en een makkelijk schoen kunnen eigenlijk niet meer onderweg naar de top. "Gaat het nog op de hakken, dames", vroeg Opzij-hoofdredactrice Margriet van der Linden dit najaar halverwege haar toespraak bij de presentatie van de Opzij top-100 van invloedrijke vrouwen. Niemand van de veelal gehakte vrouwen keek ervan op; de hak is kennelijk de norm, de hak is de nieuwe tuinbroek.

Laat je horen, laat je zien en grijp je kansen
Yvonne van Rooy (CDA), oud-staatssecretaris: "Het is nodig om je kansen te grijpen, ergens op af te stappen, je mening te laten horen, daarmee iets zinvols naar voren te brengen en te proberen iets te realiseren."

Ank Bijleveld (CDA), oud-minister: "Vrouwen mogen zich zichtbaarder opstellen. Ze mogen zich vaker melden. Dat wordt misschien wat minder gewoon gevonden dan bij mannen, maar het is wel de beste weg."

Annemarie Jorritsma (VVD), oud-minister: "Ga als jonge vrouw mee in de politieke competitie. Zorg dat je terechtkomt in de functie die bij je past, en ga dan je werk doen.

Jeannette Baljeu (VVD), wethouder Rotterdam: "Wees alert op je kansen. Je moet je kansen grijpen, ook kleine, niet gelijk het hoogste willen. Zorg dat je stevig in je schoenen staat. Je hebt eigenwaarde en eigen kracht nodig in de politiek."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden