Opkomende markt: fair trade in Brazilië

De welvaart in Brazilië gaat met sprongen vooruit. Groeit daarmee ook de afzetmarkt voor fairtradeproducten uit eigen land? Een grote supermarktketen neemt zijn verantwoordelijkheid, maar de consument is er nog niet helemaal klaar voor.

Tussen de carnaúbapalmen op het schiereiland Ilha Grande wonen Francisca, Maria, Alice, Serrate, Dorinha en Maria José. Ze trouwden vroeg, deze vrouwen, rond hun vijftiende. Serrate Gonçalves, vier kinderen, geloofde dat ze haar toekomst veiligstelde met een man: "Ik dacht dat ik alles van hem zou krijgen."

Maar die droom kwam niet uit. Zij en de anderen overleefden dankzij gevlochten manden, hangmatten en onderzetters die ze maakten van de bladeren van de carnaúbapalm. Het eiland van de carnaúbapalmen ligt in de periferie van Parnaíba, een stad in het arme noordoosten van Brazilië, Piauí. De palm heeft als bijnaam 'levensboom', omdat alles van deze boom wordt gebruikt. De hars bijvoorbeeld zit in medicijnen, cosmetica en zelfs computers.

Serrate maakt van jongs af aan al vlechtwerk. Ze verkocht haar spullen op de plaatselijke markt in ruil voor wat stuivers of voedsel. Haar werk begon meer op te leveren toen ze zich in 1999 met haar buurvrouwen verenigde: "Dat kwam vanuit onszelf. Ik ben een handwerksvrouw die haar eigen stukken maakt en ik heb de anderen geleerd hoe ze dat ook konden doen."

Dankzij een training door de niet gouvernementele organisatie Artesol en cursussen van Sebrae, een instelling die kleine ondernemers ondersteunt, konden de vrouwen in 2000 een associatie oprichten die nu 25 leden heeft. Sinds 2010 exporteren ze hun producten zelfs, onder de fairtrade-vlag, naar Duitsland en Finland.

Maar hun producten gaan niet alleen naar het buitenland. Ook in het welvarende zuiden van Brazilië, op ruim drieduizend kilometer van Parnaíba, worden ze verkocht.

Behalve in enkele fairtradewinkels, biedt de grote supermarktketen Pão de Açucar, de Albert Heijn van Brazilië, fairtradeproducten aan. In de schappen liggen de gevlochten manden en placemats van de vrouwen uit Ilha Grande, maar ook aardewerk uit natuurpark Serra de Capivara, honing uit het indianengebied Xingú en geweven doeken en gebakken pannen uit het binnenland. Dit alles onder de merknaam 'Caras do Brasil': gezichten van Brazilië.

Het was eigenlijk toevallig dat Caras do Brasil precies past in de doelstellingen van fair trade, vertelt Daryalva Bacellar, manager maatschappelijk verantwoord ondernemen van de supermarktketen, in het hoofdkantoor in São Paulo: "Het programma werd eind 2002 bedacht bij onze commerciële afdeling. We dachten eerst aan export van typisch Braziliaanse producten. Maar dat bleek lastig te zijn vanwege de beperkte productieschaal. Toen hebben we ons op de interne markt gericht."

Begonnen in 2003, in vijf winkels met tien leveranciers, leveren inmiddels 65 associaties, coöperaties en kleine boeren aan 61 supermarkten van Pão de Açucar in São Paulo, Rio de Janeiro, Brasília en Curitiba. En er zijn plannen voor uitbreiding naar hypermarkt Extra, ook onderdeel van de Pão de Açucar-groep.

Patricia Luisa Santana regelt voor Caras do Brasil de inkoop en de contracten met de leveranciers. Zij struint markten af, gaat bij niet gouvernementele organisaties langs en wordt actief benaderd via een site waarop handwerkslieden en kleine boeren zich kunnen inschrijven. Patricia: "We hebben geen keurmerk, alleen de merknaam. Onze consultants checken of er bijvoorbeeld geen kinder- of slavenarbeid plaatsvindt."

De eerste leverancier waarmee Pão de Açucar een contract afsloot was Adere, een project voor verstandelijk gehandicapten in São Paulo. In de grote, lichte ruimte trainen een paar deelnemers op wat fietsen, anderen knutselen in de therapieruimte, terwijl een tiental aan het werk is. Twee uur per dag maken ze onderzetters en dienbladen met collages van stukjes afvalhout, afgezet in zwarte hars. Die leveren ze momenteel tweemaandelijks aan Pão de Açucar, hun grootste afnemer in de detailhandel. Een ander bedrijf koopt hun producten voor relatiegeschenken.

Van de 84 deelnemers stromen sommigen door naar de reguliere arbeidsmarkt. Het project kan voor een derde betaald worden uit de opbrengst van de dienbladen en onderzetters, de rest komt uit donaties. Adere wil zichzelf uiteindelijk voor vijftig procent kunnen bedruipen.

Caras do Brasil levert Pão de Açucar nog geen winst op, zegt inkoopster Patricia tijdens haar bezoek aan de werkplaats van Adere: "Voor de onderzetters die hier gemaakt worden, betalen wij 10 euro. We verkopen ze door voor 15 euro. Je moet er belasting bij optellen, plus een marge voor de logistieke kosten. Maar we maken er ook geen verlies op."

De supermarkt streeft naar een een jaaromzet van 20 miljoen euro met de producten van Caras do Brasil. Patricia: "Dat is nu nog geen tiende. Het gaat niet zo snel. Wij kennen onze klanten nog onvoldoende en zij kennen de meerwaarde van de producten vaak nog niet." In Brazilië is het concept fairtrade namelijk nog niet zo ingeburgerd als in het Westen. "Het is dan ook lastig concurreren met goedkope producten uit China."

Eerst moet de relatie met de leveranciers stevig en betrouwbaar worden, vindt Patricia. De supermarkt probeert het de vaak kleine producenten gemakkelijk te maken om te leveren aan zo'n commerciële reus. Zo worden bepaalde leveringskosten niet in rekening gebracht en wordt er met meer geduld gewacht als een leverbon niet in orde is. Pão de Açucar betáált de producenten juist extra snel: binnen tien dagen. Gewone leveranciers moeten zestig dagen wachten.

"We hebben van elkaar moeten leren", zegt Josiane Masson van Artesol over de samenwerking met de supermarkt. Artesol is het oudste Braziliaanse fairtradeproject. Het bestaat sinds 1998 en werd opgezet door Ruth Cardoso (1930-2008), de vrouw van ex-president Fernando Henrique Cardoso.

Josiane: "Toen Artesol begon was de armoede op het platteland nog extreem groot. Ruth Cardoso wilde niet aan liefdadigheid doen, maar mensen een kans bieden om van hun vak te kunnen leven. Antropologen, het folkloremuseum en technische specialisten hebben toen de traditionele handwerkvormen in kaart gebracht: haak-, borduur-, leer- en vlechtwerk, keramiek, muziekinstrumenten, speelgoed en houtwerk." Vervolgens heeft Artesol met de handwerkers zo'n honderd nijverheidsprojecten van de grond af opgebouwd. Artesol biedt de medewerkers twee jaar intensieve begeleiding voor professionalisering. Daarna blijven alle projecten deel uitmaken van het netwerk van Artesol. In 2006 werd Artesol lid van de internationale World Fair Trade Organisation. Josiane: "De handwerkslieden reageerden verrast: de wereld kijkt naar ons."

Artesol bemiddelt ook tussen producenten en potentiële klanten. Dat doen ze ook voor de vrouwen van Ilha Grande. Artesol levert als tussenhandelaar de carnaúbamanden en placemats aan bij Pão de Açucar en plakt de barcodes op de producten. Josiane: "De samenwerking met Pão de Açucar is een heel goede leerschool. Als tussenhandelaar ligt alle risico bij ons en in het begin gebeurde het nog wel eens dat Pão de Açucar een lading niet in ontvangst kon nemen. Dan moest het weer terug. Dat kostte ons dan 100 euro, terwijl wij bestaan dankzij subsidies en donaties. Patricia weet dat en Pao de Acucar is soepeler geworden. Maar het blijft werken volgens de logica van de markt, en daarbinnen moet je leren opereren."

Sinds een jaar speelt Artesol quitte in de eigen winkel. De vrouwen uit Piauí houden er meer aan over: gemiddeld zo'n 450 euro, het dubbele van een gemiddeld minimumsalaris.

Tussen de carnaúbapalmen op het schiereiland Ilha Grande wonen Francisca, Maria, Alice, Serrate, Dorinha en Maria José. Ze trouwden vroeg, deze vrouwen, rond hun vijftiende. Serrate Gonçalves, vier kinderen, geloofde dat ze haar toekomst veiligstelde met een man: "Ik dacht dat ik alles van hem zou krijgen."

Maar die droom kwam niet uit. Zij en de anderen overleefden dankzij gevlochten manden, hangmatten en onderzetters die ze maakten van de bladeren van de carnaúbapalm. Het eiland van de carnaúbapalmen ligt in de periferie van Parnaíba, een stad in het arme noordoosten van Brazilië, Piauí. De palm heeft als bijnaam 'levensboom', omdat alles van deze boom wordt gebruikt. De hars bijvoorbeeld zit in medicijnen, cosmetica en zelfs computers.

Serrate maakt van jongs af aan al vlechtwerk. Ze verkocht haar spullen op de plaatselijke markt in ruil voor wat stuivers of voedsel. Haar werk begon meer op te leveren toen ze zich in 1999 met haar buurvrouwen verenigde: "Dat kwam vanuit onszelf. Ik ben een handwerksvrouw die haar eigen stukken maakt en ik heb de anderen geleerd hoe ze dat ook konden doen."

Dankzij een training door de niet gouvernementele organisatie Artesol en cursussen van Sebrae, een instelling die kleine ondernemers ondersteunt, konden de vrouwen in 2000 een associatie oprichten die nu 25 leden heeft. Sinds 2010 exporteren ze hun producten zelfs, onder de fairtrade-vlag, naar Duitsland en Finland.

Maar hun producten gaan niet alleen naar het buitenland. Ook in het welvarende zuiden van Brazilië, op ruim drieduizend kilometer van Parnaíba, worden ze verkocht.

Behalve in enkele fairtradewinkels, biedt de grote supermarktketen Pão de Açucar, de Albert Heijn van Brazilië, fairtradeproducten aan. In de schappen liggen de gevlochten manden en placemats van de vrouwen uit Ilha Grande, maar ook aardewerk uit natuurpark Serra de Capivara, honing uit het indianengebied Xingú en geweven doeken en gebakken pannen uit het binnenland. Dit alles onder de merknaam 'Caras do Brasil': gezichten van Brazilië.

Het was eigenlijk toevallig dat Caras do Brasil precies past in de doelstellingen van fair trade, vertelt Daryalva Bacellar, manager maatschappelijk verantwoord ondernemen van de supermarktketen, in het hoofdkantoor in São Paulo: "Het programma werd eind 2002 bedacht bij onze commerciële afdeling. We dachten eerst aan export van typisch Braziliaanse producten. Maar dat bleek lastig te zijn vanwege de beperkte productieschaal. Toen hebben we ons op de interne markt gericht."

Begonnen in 2003, in vijf winkels met tien leveranciers, leveren inmiddels 65 associaties, coöperaties en kleine boeren aan 61 supermarkten van Pão de Açucar in São Paulo, Rio de Janeiro, Brasília en Curitiba. En er zijn plannen voor uitbreiding naar hypermarkt Extra, ook onderdeel van de Pão de Açucar-groep.

Patricia Luisa Santana regelt voor Caras do Brasil de inkoop en de contracten met de leveranciers. Zij struint markten af, gaat bij niet gouvernementele organisaties langs en wordt actief benaderd via een site waarop handwerkslieden en kleine boeren zich kunnen inschrijven. Patricia: "We hebben geen keurmerk, alleen de merknaam. Onze consultants checken of er bijvoorbeeld geen kinder- of slavenarbeid plaatsvindt."

De eerste leverancier waarmee Pão de Açucar een contract afsloot was Adere, een project voor verstandelijk gehandicapten in São Paulo. In de grote, lichte ruimte trainen een paar deelnemers op wat fietsen, anderen knutselen in de therapieruimte, terwijl een tiental aan het werk is. Twee uur per dag maken ze onderzetters en dienbladen met collages van stukjes afvalhout, afgezet in zwarte hars. Die leveren ze momenteel tweemaandelijks aan Pão de Açucar, hun grootste afnemer in de detailhandel. Een ander bedrijf koopt hun producten voor relatiegeschenken.

Van de 84 deelnemers stromen sommigen door naar de reguliere arbeidsmarkt. Het project kan voor een derde betaald worden uit de opbrengst van de dienbladen en onderzetters, de rest komt uit donaties. Adere wil zichzelf uiteindelijk voor vijftig procent kunnen bedruipen.

Caras do Brasil levert Pão de Açucar nog geen winst op, zegt inkoopster Patricia tijdens haar bezoek aan de werkplaats van Adere: "Voor de onderzetters die hier gemaakt worden, betalen wij 10 euro. We verkopen ze door voor 15 euro. Je moet er belasting bij optellen, plus een marge voor de logistieke kosten. Maar we maken er ook geen verlies op."

De supermarkt streeft naar een een jaaromzet van 20 miljoen euro met de producten van Caras do Brasil. Patricia: "Dat is nu nog geen tiende. Het gaat niet zo snel. Wij kennen onze klanten nog onvoldoende en zij kennen de meerwaarde van de producten vaak nog niet." In Brazilië is het concept fairtrade namelijk nog niet zo ingeburgerd als in het Westen. "Het is dan ook lastig concurreren met goedkope producten uit China."

Eerst moet de relatie met de leveranciers stevig en betrouwbaar worden, vindt Patricia. De supermarkt probeert het de vaak kleine producenten gemakkelijk te maken om te leveren aan zo'n commerciële reus. Zo worden bepaalde leveringskosten niet in rekening gebracht en wordt er met meer geduld gewacht als een leverbon niet in orde is. Pão de Açucar betáált de producenten juist extra snel: binnen tien dagen. Gewone leveranciers moeten zestig dagen wachten.

"We hebben van elkaar moeten leren", zegt Josiane Masson van Artesol over de samenwerking met de supermarkt. Artesol is het oudste Braziliaanse fairtradeproject. Het bestaat sinds 1998 en werd opgezet door Ruth Cardoso (1930-2008), de vrouw van ex-president Fernando Henrique Cardoso.

Josiane: "Toen Artesol begon was de armoede op het platteland nog extreem groot. Ruth Cardoso wilde niet aan liefdadigheid doen, maar mensen een kans bieden om van hun vak te kunnen leven. Antropologen, het folkloremuseum en technische specialisten hebben toen de traditionele handwerkvormen in kaart gebracht: haak-, borduur-, leer- en vlechtwerk, keramiek, muziekinstrumenten, speelgoed en houtwerk." Vervolgens heeft Artesol met de handwerkers zo'n honderd nijverheidsprojecten van de grond af opgebouwd. Artesol biedt de medewerkers twee jaar intensieve begeleiding voor professionalisering. Daarna blijven alle projecten deel uitmaken van het netwerk van Artesol. In 2006 werd Artesol lid van de internationale World Fair Trade Organisation. Josiane: "De handwerkslieden reageerden verrast: de wereld kijkt naar ons."

Artesol bemiddelt ook tussen producenten en potentiële klanten. Dat doen ze ook voor de vrouwen van Ilha Grande. Artesol levert als tussenhandelaar de carnaúbamanden en placemats aan bij Pão de Açucar en plakt de barcodes op de producten. Josiane: "De samenwerking met Pão de Açucar is een heel goede leerschool. Als tussenhandelaar ligt alle risico bij ons en in het begin gebeurde het nog wel eens dat Pão de Açucar een lading niet in ontvangst kon nemen. Dan moest het weer terug. Dat kostte ons dan 100 euro, terwijl wij bestaan dankzij subsidies en donaties. Patricia weet dat en Pao de Acucar is soepeler geworden. Maar het blijft werken volgens de logica van de markt, en daarbinnen moet je leren opereren."

Sinds een jaar speelt Artesol quitte in de eigen winkel. De vrouwen uit Piauí houden er meer aan over: gemiddeld zo'n 450 euro, het dubbele van een gemiddeld minimumsalaris.

De nieuwe consument van Brazilië
De nieuwe consument van Brazilië
Tussen 2003 en 2009 overschreden 29 miljoen Brazilianen de armoedegrens. Voor het eerst behoort de helft van de bevolking tot de (lagere) middenklasse. Die nieuwe consumenten zijn zich nog weinig bewust van begrippen als duurzaamheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid, recycling of het sluiten van de kraan tijdens het tandenpoetsen. Dat blijkt uit onderzoek van instituut Akatu, dat wordt gefinancierd door multinationals als Unilever, Nestlé en Walmart. Meer dan de helft van de bevolking heeft nog nooit van het begrip duurzaamheid gehoord. De rest weet nauwelijks wat het inhoudt. Vijf procent is echt 'bewust consument'. Het percentage dat duurzaamheid niets kan schelen is gestegen van 25 procent naar 37 procent sinds 2007. Dat schrijft Akatu toe aan de komst van de nieuwe consumenten. Fair Trade blijft bij hen nog volledig buiten beeld.

Onder de Braziliaanse consumenten heeft fair trade "helaas nog niet echt gepakt", aldus de vertegenwoordigster van de WFTO in Latijns Amerika, Ana Asti.

Tussen 2003 en 2009 overschreden 29 miljoen Brazilianen de armoedegrens. Voor het eerst behoort de helft van de bevolking tot de (lagere) middenklasse. Die nieuwe consumenten zijn zich nog weinig bewust van begrippen als duurzaamheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid, recycling of het sluiten van de kraan tijdens het tandenpoetsen. Dat blijkt uit onderzoek van instituut Akatu, dat wordt gefinancierd door multinationals als Unilever, Nestlé en Walmart. Meer dan de helft van de bevolking heeft nog nooit van het begrip duurzaamheid gehoord. De rest weet nauwelijks wat het inhoudt. Vijf procent is echt 'bewust consument'. Het percentage dat duurzaamheid niets kan schelen is gestegen van 25 procent naar 37 procent sinds 2007. Dat schrijft Akatu toe aan de komst van de nieuwe consumenten. Fair Trade blijft bij hen nog volledig buiten beeld.

Onder de Braziliaanse consumenten heeft fair trade "helaas nog niet echt gepakt", aldus de vertegenwoordigster van de WFTO in Latijns Amerika, Ana Asti.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden