Opium, hasj en nog zowat

Of ik zin heb in opium, vraagt de snotaap die ik al een tijd probeer te negeren. Hij zal vijftien zijn, of zestien. Een van de vele Indiase jongens die proberen aan te pappen met de wandelende flappentap die westerlingen in hun ogen nu eenmaal zijn. Dat aanpappen gebeurt zelfs op zulke heilige grond als de oever van de Ganges, waar de as van de vers verbrande lijken bij wijze van spreken in mijn haar waait. Misschien is die as wel van degene die rakelings langs gedragen werd, toen ik door een nauwe steeg met winkeltjes en kramen liep. Een stok van de baar met de dode, even vers als de bloemen op het kleed, stootte even tegen mijn schouder. Niemand kijkt hier op als er een dode naar de verbrandingsplek gedragen wordt. De heilige stad Varanasi leeft van de dood. De dagproductie ligt rond de 370 lijkverbrandingen. Kortom, er wordt stevig doorgewerkt.

Uren heb ik ernaar gekeken. Het zijn alleen mannen die met hout komen aandragen, het zijn alleen mannen die het vuur aansteken en ook enkel mannen komen na een tijd naar de ashoop lopen om daar een stuk heup of een restant borstbeen uit te halen voor het laatste ritueel. Na een tijd haal ik mijn camera tevoorschijn. Zoveel tegenstrijdigheden bij elkaar, dat krijg ik thuis niet uitgelegd. Ik heb nog niet geklikt, of er komen al twee heren naar me toe. Ze zijn verontwaardigd, of ze doen verontwaardigd, dat weet je nooit zeker. Hoe dan ook, ik moet mee, een steeg in, een gang door, een trap op, tot ik bij een vrouw kom die de doodsstapels twintig jaar overleefd lijkt te hebben. Ik moet haar een stapel roepies betalen, dan zegent ze me en vervolgens moet ik mee, weer een trap op. Van daaraf kun je het hele terrein overzien met houtstapels, lijken die liggen te wachten, goudpapier dat over de baren lag en is weggewaaid, kettingen van bloemen die rond het gezicht van de doden lagen.

Ik krijg een gedetailleerde uitleg. Per dag dus 370 verbrandingen en voor ieder lijk is 300 kilo hout nodig. Iedere kaste heeft een eigen vak, de hogere binnen, de lagere minder discreet, buiten. Wie sterft door een cobrabeet gaat onverbrand de Ganges in, net als epileptici, zwangere vrouwen en dieren. Ik vraag wat er met gestorven kinderen gebeurt. Ook die gaan direct het water in. Na de uitleg ga ik terug naar mijn zitplaats aan de oever van de Ganges, waar de snotaap naast me komt staan. Hij wijst me op de mannen die stroomopwaarts de was doen. Alle hotels uit Varanasi laten hier hun lakens wassen, zegt hij. Dan vraagt hij, met die blik die ik te brutaal vind, of ik dan misschien hasj wil roken. Hij weet zeker dat ik vroeger heel veel gerookt hebt, dat hebben alle westerse vrouwen die hier zonder hun man komen. Dat ik nog nooit gerookt heb en te oud ben om het te leren, daar wil hij niet aan.

Hij komt met een volgend voorstel. Als ik dat hoor, ben ik verbijsterd. Zojuist ben ik in de kraag gegrepen wegens het maken van een foto van een houtstapel. En dan nu dit. Heiligheid en hoerigheid gaan hier hand in hand. Maar ik ben ook in India.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden