Opinie / Vergeet ’40-’45, kijk naar uitzetting in de jaren dertig

Het huidige asielbeleid vergelijken met ’40-’45 hoeft niet. Het Nederlandse uitzettingsbeleid staat in een lange traditie.

Minister Verdonk is razend op kamerlid Huizinga (ChristenUnie). Hoe durft ze een vergelijking te maken tussen het uit de huizen halen van illegalen nu en Joden in de Tweede Wereldoorlog? De situatie van het ophalen van de Joden was uniek en onvergelijkbaar. Toen ging het om uitroeiing, nu om uitzetting. Verdonk heeft daarbij een punt.

Maar de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog en de Duitsers hoeft niet noodzakelijk gemaakt te worden. Het uitzettingsbeleid staat in een lange Nederlandse traditie. In de brochure ’Een kreet om asylrecht’ van de Internationale Rode Hulp uit 1934 staan vele voorbeelden van arrestaties van vluchtelingen door de Nederlandse politie. In haar voorwoord schrijft Henriëtte Roland Holst: „Het is nu zoo ver gekomen, dat van het asylrecht voor politieke vluchtelingen heden in ons land geen spoor meer bestaat.”

Politieke vluchtelingen uit Duitsland hadden het zwaar vanaf 1934. Mr. Jaap Hoeksma schrijft in zijn boek ’Tussen vrees en vervolging’ dat een politiek vluchteling uit Duitsland wegens de houding van de Nederlandse autoriteiten illegaal in Nederland moest verblijven, anders werd hij tot ’revolutionair element’ verklaard. Als hij echter als illegaal werd opgespoord, kon hij wegens overtreding van meerdere artikelen van het vreemdelingenregle-ment van 1918 eveneens uit Nederland worden verwijderd.

Uitzetting van illegale vluchtelingen was in de jaren dertig aan de orde van de dag. Schrijnend zijn taferelen aan de Nederlandse grens na de Kristallnacht in november 1938. Een citaat uit het Nieuwsblad van het Noorden van 24 november 1938: „De bevolking van Zevenaar, tot nu toe tamelijk sceptisch tegenover het vluchtelingenvraagstuk – hier aan de grens is men de laatste jaren aan jammerlijke tonelen gewend geraakt, is toch door de voorvallen van vanavond zeer sterk onder de indruk gekomen. Zodra de vluchtelingen waren aangekomen, werden zij aan de gebruikelijke procedure onderworpen, waarbij al dadelijk bleek dat de meesten niet in het bezit van geldige papieren waren. De toestand waarin de mensen verkeerden was waarlijk deerniswekkend. Zij waren totaal onvoldoende gekleed, duidelijk was hun aan te zien, dat zij de laatste weken zware ontberingen hadden geleden. Zij die uit een concentratiekamp waren ontsnapt, vertoonden de duidelijke sporen van ernstige mishandelingen. Men kan slechts vermoeden, welk een verpletterende indruk het op deze mensen maakte, toen zij het vonnis hoorden, dat zij niet in ons land zouden worden toegelaten en met de eerstvolgende trein naar Duitsland zouden worden teruggestuurd. De wanhoop maakte zich van de ongelukkigen meester. Er waren er, die zich op de knieën wierpen en baden en smeekten om toch toegelaten te worden. De mensen bezwoeren bij hoog en bij laag dat onmiddellijke overbrenging naar concentratiekampen zou volgen. Zij die uit de kampen ontsnapt waren, deden wanhopige pogingen om de ambtenaren ervan te overtuigen dat zij groot gevaar liepen doodgeschoten te worden. Maar niets mocht baten. De voorschriften zijn onverbiddelijk en hoewel de ambtenaren zelf tot tranen geroerd waren, moesten zij zich aan de voorschriften houden.”

Dit was het beleid van het vierde kabinet-Colijn, gesteund door de christelijke partijen.

Bram Grandia is werkzaam als Ikon-pastor en predikant van de protestantse gemeente te Wehl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden