Opgelegde euro kweekt geen Europees wij-gevoel

Het is voorstelbaar dat een politicus, in dit stadium, geen kwaad woord over de euro meer wil horen. Maar Trouw overdrijft met het artikel 'Het afscheid van de gulden valt best mee' (de Verdieping, 14 december). Daarin staat: ,,Alles verandert van uiterlijk, ook het geld. Geld is per slot van rekening gewoon een gebruiksvoorwerp, net als een fiets of een pan.'' Dat mag wel de bekroning heten op tientallen jaren voorbereiding resulterend in de succesvolle bagatellisering van 'de zonder twijfel meest ingrijpende monetaire hervorming uit de hele wereldgeschiedenis'.

Het geheel nieuwe, Europese gezicht van munten en bankbiljetten wordt voorgesteld als niet meer dan een cosmetische ingreep. De gigantische omwisselingsoperatie, met alles wat er aan vooraf is gegaan, zal slechts het verdwijnen van het wissel-ongemak in 'Europa' hebben gebaard. En ja, het zou fijn zijn als de inwoners van 'Europa', wie weet uit dankbaarheid, een gevoel van Europese lotsverbondenheid zouden ervaren, een Europees wij-gevoel, door de dagelijkse omgang met Europese symbolen. Dat die lotsverbondenheid niet zozeer een fijn gevoel maar een verplichting en harde noodzaak, uiteindelijk misschien een dwangbuis, zal blijken te zijn, is er nooit bij verteld.

Geld is een raadselachtig fenomeen. Niet dat dit een bijzonder verhelderende gedachte is, maar hij is gemakkelijk diepzinniger dan de gedachte dat geld zomaar een gebruiksvoorwerp is. Raadselachtig en riskant. Als morgen iedereen besluit zijn banktegoed op te vragen, dan zal dat er niet meer zijn. Geld kan van de ene dag op de andere waardeloos worden. Geld is, in ieder geval tot de uitvinding van de euro, altijd samengegaan met ingewikkelde systemen van financiële instituties, wetten, bedrijvigheid, politieke macht, en vertrouwen daarin.

Doorgaans zijn zulke systemen moeilijk te onderscheiden van staten en functioneren zij amper zonder of buiten de structuren ervan. Het was dan ook altijd voorbehouden aan de vorst of soeverein, tegenwoordig aan een onafhankelijk land: het recht om een eigen munt te voeren en nieuwe munten te slaan, bankbiljetten te drukken, was/is de misschien wel ultieme uitdrukking van soevereine macht. Binnen de soevereine staat blijven monetaire systemen bovendien kwetsbaar, zeker zonder voldoende organisatie ervan en zonder vertrouwen in loyaliteit aan de macht erachter.

Een Europese munt, in dit licht, veronderstelt het bestaan van een soevereine Europese macht, met de organisatie die deze effectief maakt, en met de bijbehorende loyaliteit. Strikt genomen betekent een Europese munt het bestaan van een Europese natie. En voorzover die niet bestaat, dan toch: de morele en politieke overtuiging zover te komen en de bereidheid de problemen onder ogen te zien die zich daarbij voordoen. Niet de minste van die problemen zou zijn, hoe te komen tot de overdracht van soevereiniteit, oftewel tot beslissingsbevoegdheid en macht met de bijbehorende loyaliteiten van de nationale staten naar 'Europa'. Of, bij het uitblijven daarvan, hoe te voorkomen dat in 'Europa' straks helemaal geen besluiten meer worden genomen.

Dit alles moet de bedenkers van de Europese munt bekend voorkomen, degenen die het hebben doorgezet, net zo goed als de 'deskundigen' die de introductie ervan zo overweldigend welwillend hebben begeleid. Toch hebben zij het niet nodig gevonden zulke essentiële zaken aan de orde te stellen in het zogenaamde debat over de euro. Misschien zijn zij het vergeten, of menen zij dat het om elementaire kennis gaat die bij iedereen bekend mag worden verondersteld.

Misschien zijn zij oprecht van mening dat de problemen zich vanzelf oplossen, als de burgers van Europa eenmaal de eurodubbeltjes kunnen ruiken, proeven en voelen. Misschien, in de woorden van Otmar Issing, lid van de directie van de Europese Centrale Bank ,,is de collegiale druk van ministers van financiën onder elkaar indrukwekkend genoeg om elkaar en zichzelf aan de afspraken te houden, om landen in het gareel te houden en om rampen te voorkomen''.

Misschien is met de Europese Unie een geheel nieuwe fase in de geschiedenis aangebroken. Misschien toch is hier een uitspraak van toepassing van econoom John Kenneth Galbraith: ,,De geschiedenis van het geld illustreert glashelder de rampspoeden en de lang niet zeldzame waanzin van het monetaire beleid''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden