Opgeklommen tot topneus voor de elite van Kaapstad

immigrant | interview | Joseph Dhafana ontvluchtte Zimbabwe in 2009. Aanvankelijk leefde hij op straat in Johannesburg, waar hij kennismaakte met de haat tegen vreemdelingen. Maar in snel tempo groeide Dhafana uit tot een van Zuid-Afrika's meest vooraanstaande wijnkenners.

Joseph Dhafana dronk de eerste 28 jaar van zijn leven geen druppel wijn. Hij zegt het zes jaar later breed lachend, met een mengeling van oprechte trots en de vriendelijke bescheidenheid die zo veel Zimbabwanen typeert. Strak in het pak zit hij aan een tafeltje in restaurant La Colombe, volgens The Diners Club een van de honderd beste plekken ter wereld om te dineren. Dhafana is er als sommelier verantwoordelijk voor de wijnkaart. "Mijn carrière is als een speer gegaan."

Hij ontmoette de manager van La Colombe in 2014 tijdens een wijnproeverij. Dhafana was nog wijnkenner in opleiding, maar zijn talent was onmiskenbaar. "Mijn palet is niet vervuild", zegt hij. Zijn neus is te vergelijken met de oren van iemand met een absoluut gehoor. "Dat ik dit pas op zo late leeftijd ontdekte, komt doordat ik in Zimbabwe opgroeide in een christelijk gezin", legt hij uit. "Van onze kerk mochten we geen alcohol drinken." Nu is hij een van de drie beste wijnproevers in Zuid-Afrika.

Hij weet de datum van zijn eerste slok nog: 7 maart 2010. "Bubbelwijn van Pieter Cruythoff." Lekker vond hij het niet meteen. "Hoe zou dat ook kunnen? Ik had geen idee hoe goede wijn hoort te smaken."

Dertien maanden eerder was hij, zoals honderdduizenden Zimbabwanen in die tijd, illegaal de grens met Zuid-Afrika overgestoken. De Zimbabwaanse economie was volledig ingestort. "Ik werkte bij een cementbedrijf", vertelt Dhafana, terwijl hij het witte tafelkleed voor hem op tafel secuur glad strijkt. "Mijn salaris was door de enorme inflatie niet meer voldoende om mijn gezin te voeden."

Samen met zestig anderen kwamen Dhafana en zijn vrouw Amelia, verstopt in een ijzeren vrachtcontainer, Zuid-Afrika binnen. Het was onwaarschijnlijk heet binnen. Er vielen mensen flauw. Hun vijf jaar oude zoontje hadden ze bij familie in Zimbabwe achtergelaten. Gelukkig maar. "Hij kon gewoon niet mee", verklaart Dhafana die moeilijke keuze van toen. "Hij had het waarschijnlijk niet overleefd."

Het stel vroeg asiel aan in een vluchtelingenkamp net over de grens. De twee kregen een werkvergunning voor zes maanden. Johannesburg leek, als economisch hart van Zuid-Afrika, de meest logische bestemming. Maar de stad ontving hen niet met open armen. Een half jaar eerder waren bij klopjachten op immigranten in de Zuid-Afrikaanse townships 62 mensen vermoord. Het geweld was het hevigst rond Johannesburg. De angst hing nog in de lucht. Want de rellen van 2008 bleken geen incident. De vreemdelingenhaat in Zuid-Afrika toonde zich structureel.

Dat mag op het eerste gezicht verbazen. Volgens de laatste volkstelling, in 2011, wonen in Zuid-Afrika twee miljoen buitenlanders, zo'n 4 procent van de bevolking. Dat is een laag percentage - een derde van dat in Nederland bijvoorbeeld. Maar deze immigranten verspreiden zich niet, ze trekken vooral naar steden als Johannesburg. Daar is zodoende één op de zes inwoners immigrant. De buitenlanders belanden veelal in goedkope, straatarme sloppenwijken. De werkloosheid loopt daar op tot wel 70 procent. Voorzieningen als scholen en toiletten schieten tekort, elektriciteit moet worden afgetapt. De politie vertoont zich er zelden. Het leven in deze wijken draait om overleven. Wie er woont, probeert het weinige dat hij heeft te beschermen tegen nieuwkomers. Niet zelden met geweld.

Vreemdelingenhaat

Dhafana kijkt door het raam van La Colombe uit over wijnranken op de glooiende uitlopers van de Tafelberg. De ligging van het restaurant in de welvarende Kaapse voorstad Constantia is adembenemend. "Ik heb van vreemdelingenhaat ondertussen geen last meer", zegt hij peinzend. "Er is niemand die nu nog zegt dat ik zijn baan inpik. Ik doe geen werk dat iedereen kan doen."

Hij kan zich zijn angst uit de beginperiode nog goed herinneren. Aangekomen in Johannesburg vond zijn vrouw Amelia onderdak in een opvangkerk. Zelf sliep Dhafana buiten in een portiek. Zijn neus, die een paar jaar later de duurste wijnen zou keuren, snoof tijdens deze eerste nachten in Zuid-Afrika vooral de geur van urine op. Elk baantje dat voorbijkwam nam hij aan. Maar als hij iets verdiende, werd hij soms nog dezelfde dag beroofd. Als immigrant was hij een geliefd doelwit voor criminelen: niet bekend in de stad en als vreemdeling zelfs door politieagenten geminacht.

Hij sliep slecht: vlooien overal. Zijn maaltijden kreeg hij van liefdadigheidsorganisaties. Hij voelde voortdurend spanning om zich heen, en zag eindeloos veel ruzies en gevechten. Op een dag werd een man pal voor zijn neus doodgeschoten."Nu ervaar ik in La Colombe elke dag de meest chique kant van Zuid-Afrika", zegt hij. "Maar ik heb ook de lelijkste zijde van dit land gezien."

Dhafana kwam in Kaapstad terecht met de hulp van een nicht die hem op televisie zag in een nieuwsitem over de vluchtelingenkerk waar Amelia verbleef. Ze zocht contact en betaalde twee treintickets. In De Kaap vond hij een baantje als tuinman bij een restaurant nabij Wellington, in de wijnstreek vijftig kilometer ten noordoosten van Kaapstad.

Samen met Amelia betrok hij een krot in township Esterhof. "In de winter was het zo koud." Hij rilt nog bij de herinnering. Ook hier lag de vreemdelingenhaat altijd op de loer. "Regel was: nooit na 17.00 uur nog naar buiten", vertelt Dhafana. "Te gevaarlijk." Al probeerde hij de scherpste randjes van de spanning af te schaven door van zijn schamele loon voor de buurt een zak voetballen te kopen en op een trapveldje in Esterhof een competitie te beginnen. "Ik ben een vrij goede voetballer, dus in combinatie met die ballen maakte dat me redelijk populair", lacht hij.

Op een dag - Dhafana werkte ongeveer acht maanden als tuinman bij het restaurant in Wellington - kwam zijn baas naar hem toe. Of hij niet wilde afwassen in de keuken. De twee vrouwen die dit werk deden, waren niet komen opdagen. Enkele maanden later verkaste hij van de keuken naar de bar. Vanwege het WK voetbal 2010 in Zuid-Afrika was daar extra mankracht nodig. Via de bar kwam hij terecht in de bediening. Zijn krottenwijk verruilde hij voor een caravanpark.

Dhafana opent aan tafel in La Colombe een speciaalbiertje. "Als sommelier moet je ook iets van andere dranken weten", legt hij uit. Al vindt hij bier niet echt lekker. Het is bovendien pas één uur 's middags. "Ik drink elke dag", geeft hij toe. "Alleen als ik ziek ben, sla ik over. Ik moet wel. Het is net als met topsport: je moet elke dag blijven trainen, anders raak je uit vorm."

Zijn moeder drinkt nog steeds niet. Maar ze accepteert het beroep van haar zoon wel. "Sinds ik vorig jaar Zuid-Afrika vertegenwoordigde in Frankrijk op het wereldkampioenschap wijnproeven, begrijpt mijn familie in Zimbabwe dat mijn talent iets bijzonders is. Bovendien ben ik door mijn baan in staat hen financieel te onderhouden." Nood breekt wet.

Hij verhuisde van het caravanpark naar een appartement in de veilige, welvarende Kaapse wijk Brooklyn. Trots is Dhafana vooral op het feit dat hij zijn succes op eigen kracht bereikte. Zijn opleiding tot sommelier betaalde hij zelf. Hij studeerde naast zijn werk. "Ik heb als immigrant niemands baan gestolen", benadrukt hij. "Ik heb er hard voor gewerkt. Ik heb moeten overleven. Ik heb honger geleden. Ik heb om de zoveel tijd bij het ministerie van immigratie op de stoep moeten slapen om mijn werkvergunning te verlengen. Ik heb regelmatig in mijn eentje het werk van meerdere personen gedaan. Ik heb nooit verzaakt of opgegeven. Ik heb het niet cadeau gekregen."

Dhafana merkt dat hij de laatste tijd steeds meer Zimbabwaanse collega's krijgt. Niet verwonderlijk eigenlijk, want Zimbabwanen werken opvallend vaak in de horeca. Ze zijn geliefd als bedienend personeel, omdat zij doorgaans vriendelijk en bedaard zijn, voor lage lonen werken en gemiddeld beter zijn opgeleid dan Zuid-Afrikanen.

Een aantal van hen weet zich op te werken. "Vijf jaar geleden waren er nog weinig zwarte sommeliers", zegt Dhafana. "Ondertussen heeft bijna elk restaurant er wel een. En ik schat dat 95 procent uit Zimbabwe komt."

Eigen wijn

Ook maakt hij zelf wijn. Dhafana vertelt het als hij 's middags La Colombe uitloopt. Het restaurant is wegens verbouwing een paar weken gesloten. Hij heeft een doos met halfvolle wijnflessen onder zijn arm. Bevriende sommeliers komen vanavond bij hem op bezoek, legt hij uit. Met de restjes wil hij een wedstrijdje 'blind proeven' organiseren. Zijn eigen wijn is een Chenin Blanc. "Dat vind ik de lekkerste wijnsoort", licht hij die keuze toe. Het is een gelimiteerde productie: slechts een paar honderd flessen per jaar. "In Groot-Brittannië gaat hij over de toonbank voor 58 pond", glundert hij. "Dat is veel geld. Mensen zullen hem dus wel lekker vinden."

Hij start zijn auto. Maar na twintig meter staat hij alweer stil. Een groep Zuid-Afrikaanse bouwvakkers is bezig de bestrating van La Colombe's oprijlaan te vernieuwen. Een graafmachine blokkeert de uitgang. Vriendelijk vraagt Dhafana door het raam of ze dat gevaarte wellicht kunnen verplaatsen. Er wordt overlegd, maar er gebeurt niet veel. Pas na vijf minuten laten de werklui hem erlangs.

"Ze hoorden aan mijn accent dat ik Zimbabwaan ben", zegt Dhafana geïrriteerd, terwijl hij het gaspedaal stevig intrapt. "Ik hoorde ze tegen elkaar zeggen: die buitenlander kan wel even wachten."

Vooral Binnenlandse migranten botsen met de buitenlanders

Immigranten hebben in Zuid-Afrika al jaren te maken met hevige vreemdelingenhaat. "Geweld tegen buitenlanders in Zuid-Afrika is grootschalig én structureel", verzekert Loren Landau, hoofd onderzoek van het African Center for Migration and Society aan de Witwatersrand Universiteit in Johannesburg. "Elk jaar worden in Zuid-Afrika duizenden immigranten uit hun huizen verjaagd en worden honderd tot 150 buitenlanders vermoord."

Of al die moorden ingegeven worden door pure vreemdelingenhaat, is lastig vast te stellen. Feit is wel dat vluchtelingenorganisatie UNHCR alleen al in de eerste helft van dit jaar dertien meldingen binnenkreeg van aanvallen op buitenlanders in Zuid-Afrika. Bovendien zouden in die periode volgens deze afdeling van de Verenigde Naties zeker 800 winkels van buitenlanders in Zuid-Afrika zijn geplunderd door mensen die een hekel hebben aan vreemdelingen.

Het zijn vooral binnenlandse migranten die botsen met de buitenlanders, zegt Landau. Veel arme Zuid-Afrikanen trekken van het platteland naar de steden. Zij komen daar, net als de meeste buitenlandse immigranten, terecht in sloppenwijken. De binnenlandse migranten die al langer in deze snel uitdijende wijken aan de stadsranden wonen, zien nieuwkomers als een bedreiging. Omdat de arme buurten vaak gewelddadig zijn, uiten zulke zorgen zich snel in xenofobisch geweld.

Ook wijzen lokale politieke leiders immigranten graag aan als zondebok voor de aanhoudende misère in veel sloppenwijken. "Bovendien zie je dat lokale politici, bij demonstraties die zij organiseren, aanhangers mobiliseren met de belofte dat zij na afloop ongestraft winkels van buitenlanders mogen plunderen", zegt Landau. "Dat is een beproefde financieringsmethode geworden."

Op landelijk niveau kijkt de politiek weg. Bij de grootschalige rellen in 2008, die 62 mensen het leven kostten, gaf de regering van Zuid-Afrika nog toe dat het xenofobisch geweld betrof. Maar sindsdien ontkennen veel politieke leiders dat de vreemdelingenhaat in het land nog volop aanwezig is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden