Opgegaan in fotograferen koningin

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Koninginnedag betekende voor Netty Martens altijd vrolijkheid. In Apeldoorn stond ze op de eerste rij. Tot op de laatste seconde genoot ze.

Dorien Pels

Dit jaar was begonnen met haar vijftigste verjaardag. Het was het jaar dat Netty Martens - die er met haar rode blossen altijd minstens tien jaar jonger uitzag dan haar echte leeftijd - haar draai leek te gaan vinden.

Via een reïntegratieproject genaamd Jazo had ze een baan gevonden waar mensen eindelijk ook rekening hielden met háár. Jazo staat voor ’Jongeren aan zet in de ouderenzorg’. Omdat er zich niet genoeg jongeren meldden voor een baan, was er een plekje over voor laatbloeier Martens. Bij de Stichting Sutfene voor ouderenzorg in Zutphen mocht ze op allerlei afdelingen uitproberen wat voor soort werk haar het beste lag.

Als het aan Netty Martens had gelegen, was ze 98 jaar geworden, keek ze op het laatst nog graag een dvd met medebewoners van de afdeling ’Zonsondergang’ onder het genot van een zakje chips, zo blijkt uit de grafrede die Martens vijf weken voor haar overlijden had geschreven. Vrienden en familie die de tekst pas na haar dood toegestuurd kregen hoorden Martens speciale lachje (’ohohoh’) bij het lezen in de oren, zo geestig had ze zichzelf neergezet. De rede was een groepsopdracht bij Jazo geweest, een in de hulpverlening wel vaker gebruikte manier om meer inzicht in je eigen leven te krijgen. „Een glaasje port voor het slapen gaan was volgens haar heel goed voor het hart en hoofd (de geest dus) en beter nog dan menig slaapmiddel. Ze vroeg zich dan ook vaak af waarom de doktoren dit niet als recept voorschrijven”, schreef Martens over zichzelf.

In het contact met de ouderen kon ze haar kwaliteiten kwijt, haar humor, aandacht voor details en compassie. De oude vrouw die ze op een dag deze winter voor het raam reed toen dikke vlokken sneeuw langzaam naar beneden dwarrelden, kneep haar dankbaar in haar hand.

Netty Martens was al jaren op zoek naar erkenning voor wat ze kon, maar vond die nooit in alle baantjes die ze had. Bij dit project kon ze alles wat haar in het werk dwars zat steeds bespreken met ’mede-reïntegranten’ en haar coaches. Ze leerde ook om minder wantrouwig te zijn. Mensen hadden haar vaak hoger zitten dan ze zelf dacht.

Dus toen vlak na haar plotselinge dood haar zwager Leo van der Stelt op zoek ging naar een geschikte bijbeltekst voor op de rouwkaart, dacht hij nog aan psalm 102, die ging immers over eenzaamheid en onzekerheid. Martens was actief lid van de protestante kerk De Wijngaard in Zutphen Daarnaast zong ze ook nog in het koor van de kerk in het nabijgelegen Eefde. De tekst was ook zeker van toepassing op haar woelige gevoelsleven. Zo bedeesd als ze in het dagelijks leven was, zo kon ze ook uitbarsten in boosheid of verdriet bij mensen die ze vertrouwde.

Maar zus Ria voelde aan dat er iets veranderd was in het leven van haar ’kleine zusje’. Op de keukentafel van Netty Martens vond ze een stageverslag met bovenaan de tekst: ’Vertrouw gerust op jezelf, je bent al ver gekomen’. Die typering kreeg ze van haar collega’s bij Jazo tijdens een van de groepssessies. Ze had de anderen aanvankelijk met haar heldere blauwe ogen verbaasd aangekeken. Om vervolgens te beseffen dat het klopte. Het werd Martens’ motto.

Netty Martens was de jongste van vier: zus Ria en haar broers Herman en Harry. De familie Martens heeft Ommen als basis. Haar vader was druk met zijn aannemersbedrijf en niet erg betrokken bij de opvoeding. Toen Netty Martens kleuter was, verhuisde het gezin naar Enschede, waar ze iedere dag met haar grote zus naar de 4e School met de Bijbel van bovenmeester Pissuissis ging. Haar moeder, nu negentig, woont tot op de dag van vandaag in Enschede, haar vader overleed jaren eerder, 71 jaar oud. Martens belde haar oude moeder dagelijks.

Ook al waren ze als kinderen verhuisd naar Enschede, Netty en Ria gingen op koninginnedag nog lang naar een oom en tante in Ommen. In het koningsgezinde protestante dorp werd deze dag uitbundig gevierd met spelletjes, een optocht met praalwagens en het zingen van het Wilhelmus in het bejaardentehuis. Het was nou niet zo dat Martens overdreven oranjegezind was, maar die fijne herinneringen maakten wel dat het ging kriebelen als de koninklijke familie in de buurt was. In Zutphen (1998) en Groningen (2004) stonden de zussen in het publiek.

Alweer in het kielzog van haar oudere zus ging Martens op haar achttiende een paar weken meloenen plukken in een kibboets in Israël. Aan een tamelijk onbezorgde tienertijd kwam abrupt een einde toen Martens ziek terugkeerde van een vakantie met haar haar zus en lievelingsoom en -tante naar Oostenrijk. De koorts wilde maar niet zakken, het ziekenhuis constateerde hersenvliesontsteking. Ze zweefde dagenlang tussen leven en dood. Met een grote dosis antibiotica wisten de doktoren haar erdoor heen te slepen. Ze herstelde, maar was sindsdien wel langzamer in alles, kon minder aan.

Martens moest stoppen met de pedagogische academie, die ze was begonnen vlak voordat deze ziekte zich openbaarde. Ze vond het vooral zwaar om voor de klas te staan.

Ze vond een baantje bij boekhandel Spruit in Enschede. Ze besloot de bibliotheekopleiding in Groningen te gaan doen en reisde daarvoor op en neer. Het was haar op het lijf geschreven, als pietje precies was ze een kei in archiveren.

Tegen de tijd echter dat ze klaar was, werden subsidies stopgezet. Veel bibliotheken sloten hun deuren of werden gerund door vrijwilligers, beroepskrachten waren overbodig. Martens kwam bij het commerciële ECI terecht, waar ze telefonisch boeken verkocht. De baan als assistent-manager die ze kreeg aangeboden, sloeg ze af omdat ze zelf inschatte dat dat te hoog gegrepen was.

In 1996 was ze het werk, dat er toch op neer kwam mensen zo veel mogelijk aan te smeren, meer dan zat. Ze vond een baantje bij een boekhandel in Deventer. Maar het boterde niet erg tussen haar en de collega’s.

In de liefde ging het op dat moment wel beter. Ze werkte als vrijwilliger op de boot van stichting de Zonnebloem waar zieken een dagje mee uit kunnen. Albert Oost was de stuurman. In 1996 kocht ze de woning boven hem en verhuisde naar Zutphen. Deels bleef ze het vrijgezellenbestaan leiden dat ze kende, want Oost werkte doordeweeks als schipper.

Heel stiekem hoopte ze dat haar jeugdige genen er misschien toe zouden bijdragen dat ze alsnog op late leeftijd zwanger kon worden. Ze had er tien jaar ervoor, in 1986, bij mogen zijn toen haar zus beviel van haar derde kind. Maar die altijd gekoesterde wens is niet vervuld.

Martens ging werken voor een uitzendbureau. Ze rondde met grote volhardendheid ook nog een opleiding tot medisch secretaresse af. Maar ze vond haar draai niet in de verschillende tijdelijke baantjes. Ze wilde graag gewoon leuk werk vinden. Dat dat niet lukte maakte haar soms neerslachtig.

Een huisarts tipte haar om een cursus ’zelfmanagement’ te gaan volgen, waarbij therapeuten je tijdens een week van huis, in haar geval in België, helpen te zoeken naar wie je bent en wat je wilt. Dat lukte een beetje, maar nog belangrijker was dat ze daar haar vriendin Vera Weustink ontmoette, die toevallig ook uit Zutphen kwam.

De cursussen hielden ze voor gezien, want die waren vooral schrikbarend duur. Samen trokken ze er veel op uit. Fietsen langs de IJssel, eten mee en genieten van de natuur. Ze gingen naar het Hoedenmuseum, kastelen bekijken, dronken eindeloos thee en gingen naar de film. Had de een het moeilijk, dan drong de ander aan om iets leuks te gaan doen.

Op dinsdagavond haalde Martens haar vriendin, die niet speciaal veel op had met het koningshuis, telefonisch over om mee te gaan naar Apeldoorn op koninginnedag. Ze spraken af om half negen ’s ochtends op het station van Zutphen maar misten de trein omdat Martens te laat kwam. Koffie, gratis krantjes erbij, het gaf niks, ze waren vroeg zat. Ze lazen en kletsten. Martens was in een goed humeur. Tot de laatste seconde genoot ze van de ochtend.

Netty en Vera hadden al verschillende soorten oranje hoeden verzameld die werden uitgedeeld en melige foto’s van elkaar gemaakt. Toen de optocht langs kwam, liepen ze mee met de open dubbeldekker waar de koninklijke familie in zat. Ze stonden helemaal vooraan. De foto’s die de recherche later op Martens toestel vond, konden tippen aan die van professionele fotografen.

Vera Weustink zag de auto in volle vaart aankomen en sprong net op tijd weg. In een roes heeft ze de hele dag gezocht naar Martens, in de hoop dat zij veilig de andere kant had bereikt van het gat dat in het publiek was geslagen toen de zwarte Suzuki Swift om tien voor twaalf op het publiek inreed.

Zus Ria zat op voor de televisie, sloeg de handen voor de mond en begon van ontzetting zachtjes te huilen. Ze wist op dat moment niet dat haar zus in een spontane opwelling naar Apeldoorn was gegaan. Haar man Leo hing de vlag halfstok.

Pas ’s avonds hoorde de familie dat Netty Martens een van de dodelijke slachtoffers was. Ze was door de auto opgetild en neergekomen onder een verkeersbord, ’centrum’ stond erop. Een verpleegkundige en een arts-assistent hebben nog geprobeerd te reanimeren. Tegen die tijd kon haar vriendin niet meer bij haar komen omdat de politie iedereen tegenhield.

Netty Martens heeft de auto nooit gezien, zo ging ze op in het fotograferen van de koningin en haar familie. Ze was op slag dood.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden