Opgebloeid aan de overkant van de oceaan

Drie leden van de zwemselectie voor de EK in Londen wonen en trainen in de VS

De reactie van haar Amerikaanse teamgenoten spreekt boekdelen. Swim Cup in Eindhoven, vorige maand. Kira Toussaint zwemt een ongelofelijke race op de 100 rug. Haar tijd: 1.00.25, precies wat ze nodig heeft voor een olympisch ticket naar Rio.

Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan gaat haar team, de universiteitsploeg van Tennessee, volledig uit zijn dak. De zwemmers hebben tien minuten pauze gekregen om de wedstrijd van de 21-jarige Nederlandse te volgen via een livestream. Er wordt gegild en gesprongen.

Veel aandacht van haar oud-ploeggenoten in Eindhoven, de stad die Toussaint in 2013 verruilde voor een Amerikaans avontuur, is er niet. Ze zijn bezig met hun eigen rituelen: uitzwemmen, omkleden, strekken. In het wedstrijdbad zijn de nationale toppers zelden te vinden. Behalve als ze zelf moeten starten.

Met een rijk verenigingsleven is dat teamgevoel er in Nederland wel bij de lokale clubs, waar de jeugd nog naar een overwinning wordt geschreeuwd door ploeggenootjes. De steun houdt vaak op bij de overstap naar een regionaal of nationaal trainingsinstituut. Het startpunt van de eenzame reis richting de top. Alleen de estafette maakt nog iets van een teamgevoel in de topzwemmers los.

Als Toussaint in Eindhoven door het dolle heen uit het water klimt na het halen van de olympische limiet, staat geen van haar oudploeggenoten klaar om haar om de nek te vliegen. Ze moet het hebben van haar Amerikaanse coach, een paar familieleden en de twee vriendinnen die naar de badrand zijn gekomen.

Haar moeder Jolanda de Rover, de olympisch rugslagkampioene van 1984, zit met tranen in haar ogen op de tribune. Na 32 jaar een telg uit het gezin naar de Spelen, ze kan het amper geloven. Dochter Toussaint krijgt kippevel als ze later het filmpje uit Amerika ziet met juichende teamgenoten.

Het ontbreken van teamspirit is precies de reden dat Toussaint drie jaar geleden naar Amerika vertrok. Binnen de topsportprogramma's van de universiteiten wordt zwemmen als een teamsport benaderd; het halen van punten voor de school gaat boven alles. Dat groepsgevoel miste Toussaint bij de ploeg van Marcel Wouda, waar ze het plezier in de sport kwijtraakte. Op de Gulf Coast University in Florida bloeit ze weer op.

Van de ploeg Nederlandse zwemmers die vanaf morgen in actie komt op de Europese kampioenschappen langebaan in Londen, zijn er meer die hun heil in Amerika zoeken. Andrea Kneppers miste vier jaar geleden op een haar de limiet voor de Spelen in Londen op de 4x200 vrij estafette. Eén ding wist ze zeker: Eindhoven inspireerde niet meer. Ver weg van huis op de universiteit van Louisville voelt ze zich weer thuis. Met succes: in Londen maakt ze haar EK-debuut.

Nog een zwemmer op avontuur in het beloofde sportland, Dion Dreesens, verkoos de VS vooral vanwege de hogere trainingsintensiteit. De Nederlandse aanpak, met meer nadruk op techniek dan op kilometers, vond hij te soft.

De 23-jarige zwemmer uit Venray wilde afgebeuld worden, in navolging van Inge de Bruijn die in Amerika spartaanse trainingen volgde bij coach Paul Bergen. Dezelfde reden dreef Sharon van Rouwendaal naar het Franse Narbonne voor dagelijkse spierpijn bij de excentrieke coach Philippe Lucas.

Dreesens vertrok naar North Carolina om afgebeuld te worden bij de professionele zwemploeg van David Marsh. Hij ligt nu dagelijks in het water met de Amerikaanse zwemkampioen Ryan Lochte. Dreesens denkt dat hij mentaal wordt gehard door de zware trainingen.

Tot een individueel startbewijs voor Rio heeft de trip nog niet geleid, volgende week doet hij weer een poging. Wel kwalificeerde Dreesens zich voor de olympische estafette van de 4x200 vrij.

Voor Toussaint bleek de verhuizing het recept om plezier in de sport terug te krijgen. Maar sneller ging ze niet zwemmen in Florida. Daarom verruilde ze Fort Myers een jaar geleden voor een carrière bij het universiteitsteam in Tennessee. Ze stuurde twintig scholen een mail met de vraag wie haar wilde hebben.

Bij coach Matt Kredich voelde ze meteen een klik. Bij hem traint ook Molly Hannis, die op dat moment de wereldranglijst aanvoerde op de 100 school. En een hoop anderen die kans maken om de olympische ploeg van Amerika te halen.

Bovendien komt 'lactaatgoeroe' Jan Olbrecht (de inspanningsfysioloog die de Nederlandse zwemmers ook bijstaat) regelmatig naar Tennessee om de sporters te onderzoeken. Dat gaf de doorslag, in combinatie met de manier hoe er daar over de sport wordt gedacht. In een jaar tijd leerde Toussaint opnieuw zwemmen. Alle slagen werden onder de loep genomen. Ook borstcrawl, vlinder- en schoolslag, die niet tot haar specialisme horen. Wie zich bij de ploeg aansluit, moet zich aan de regels houden.

Toussaint wist dat het de enige kans was om Rio nog te halen. Met een andere arm- en beenslag en een omgegooid keerpunt zwemt Toussaint nu sneller dan ooit op de rugslag. Een maand geleden viel haar mond open, bij het zien van de olympische limiet op het scorebord in Eindhoven. Ze sloeg met haar handen op het water.

Ver weg, in een andere tijdszone, werd er voor haar gejuicht. Zonder steun van haar ploeggenoten was het niet gelukt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden