opera

UTRECHT - In de muziek zelf ligt de verlossing. En al helemaal in de muziek van Richard Wagner! Dat leek de boodschap van regisseur Henning Brockhaus, wiens nieuwe productie van 'Parsifal' voor de Nationale Reisopera vrijdagavond in de Utrechtse Stadsschouwburg in première ging. Het leek de boodschap, maar Brockhaus stapte daar later weer van af en kreeg de losse eindjes van zijn vele ideeen in meer dan vier uur muziekdrama niet aan elkaar geknoopt.

Het was al met al een wonderbaarlijke onderneming, deze 'Parsifal' van de Reisopera. Vooraf werd er getwijfeld of een relatief klein gezelschap als de Reisopera recht zou kunnen doen aan Wagners laatste opera. Evenzeer werd er getwijfeld of de jonge dirigent Lawrence Renes wel genoeg uithoudingsvermogen en overredingskracht zou hebben om de immense partituur met het Wagner-onervaren Gelders Orkest tot een goed klinkend einde te brengen.

Deze twijfels werden in Utrecht met een flink uitroepteken weggenomen. Renes ontpopte zich als een Wagner-dirigent met gevoel voor de grote bogen, voor het lange Wagner-legato en voor de superieure gelaagdheid van de orkestrale begeleiding. Direct al in het bijna twee uur durende eerste bedrijf wist hij de hemelse lengte van Wagners muzikale betoog in spannende, aan elkaar gerelateerde doses uit te dirigeren. Hij werd enorm geholpen door het meer dan uitstekend voorbereide Gelders Orkest. In de benauwende afmetingen van de Utrechtse orkestbak (slechts in de orkestbakken van Rotterdam en Den Haag zal het orkest op volle sterkte kunnen spelen) speelde het een glorieuze partij. Gloedvol zinderende strijkers, prachtig gedifferentieerde houtblazers en robuuste koperblazers smolten samen tot een onvermoed mooi geheel.

Echt heel jammer was dat de koorgedeelten achter de bühne vooraf opgenomen waren en dat de snelheid van die afgespeelde opname niet overeenstemde met de toonsoort in de bak. Een pijnlijke confrontatie van toonsoorten die de subtiel opgebouwde spanning in een klap teniet deed. Afgezien daarvan was ook het uitgebreide koor van de Reisopera fantastisch op dreef; vooral de mannen zongen hun partijen met schitterende overgave.

De Reisopera had een bijzondere cast bij elkaar getrommeld. Problemen kort voor de première met de oorspronkelijke Kundry waren vakkundig opgelost met de komst van Marilyn Schmiege. Schmiege is een actrice van formaat en al heeft haar stem niet meer de gewenste wendbaarheid waardoor zij in de hoogste ligging rakelings langs de noten ging, was haar Kundry toch een prestatie van formaat.

De twee Nederlandse bassen Harry Peeters (Amfortas) en Jaco Huijpen (Klingsor) waren fantastisch in hun rollen gecast. Peeters zeer overtuigend in zijn uitgezongen pijn en kwelling, Huijpen volumineus villein in zijn mooi gekarakteriseerde rol van gecastreerde ridder. Zelotes Edmund Toliver zong met zijn royaal rulle bas een heel sympathieke Gurnemanz (luid toegejuicht door het Utrechtse publiek) en in de titelrol wist de baritonale tenor Richard Decker vocaal gestalte te geven aan de ontwikkeling van de reine dwaas.

Regisseur Brockhaus liet hem echter als een held op sokken het sanatorium binnenstormen en regisseerde de figuur verder als een vat boordevol clichés. Een personenregie van nul-komma-nul kortom omdat Brockhaus zich kennelijk te veel met het concept heeft beziggehouden. Een concept met kennelijk als hoogste doel elk spoortje van christelijke symboliek te elimineren. De arme liefhebbers die 'Parsifal' voor het eerst gaan zien, zullen zich aan de grootste vertwijfeling overgeleverd voelen. De boventiteling zal hen echt niet verder helpen, want zelden is er zo'n idioot verschil geweest tussen de beelden op het toneel en de teksten erboven.

In het eerste bedrijf werd de muziek opgevoerd als verlossingsmiddel. Aan het slot van die akte moet in Wagners opera de graalbeker door Amfortas onthuld worden. Brockhaus liet een grote spiegel uit de theaternok zakken en kantelde die zo dat de zaal riant zicht had op het Gelders Orkest en Lawrence Renes. 'Hoe klaar groet ons de Heer vandaag!', zong Titurel terwijl Renes in die spiegel met zijn armen stond te zwaaien. Verscheidene sanatoriumpatiënten liepen aarzelend naar de orkestbak en gluurden over de rand.

Maar aan het eind van de opera, als de graal opnieuw onthuld wordt, bleef de spiegel achterwege. Ook muziek biedt uiteindelijk geen verlossing, in het lelijke decor werd dat geaccentueerd door een detail dat een deel van het afgebrande operatheater La Fenice in Venetië moest voorstellen. De patiënten in het sanatorium bleken nu oorlogsgewonden te zijn geweest, die onder aanvoering van hun nieuwe verlosser Parsifal opnieuw de oorlog in marcheerden. Brockhaus wist een paar indrukwekkende en schokkende beelden (de soldaten die op lopende banden zich struikelend opmaken voor de nieuwe strijd - magnifiek orkestraal ondersteund door Renes) te creëren, maar in zijn wens tot vernieuwing en verdraaiing van Wagners symboliek schoot hij zijn doel vele en vele malen voorbij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden