opera

Herhalingen in Maastricht (vanavond), Eindhoven (14), Den Bosch (16), Groningen (19), Leeuwarden (23), Utrecht (25), Rotterdam (27 en 28) en Amsterdam (1 en 2 april).

PETER VAN DER LINT

De Nationale Reisopera presenteerde de nieuwe produktie zondagavond in de Twentse Schouwburg van Enschede, waar het publiek bijzonder enthousiast reageerde na afloop van de zonder pauze gespeelde voorstelling. En terecht. De verfijnde regie van Waldemar Kamer en de prachtige decors van Ezio Frigerio sloten naadloos aan bij de uiterst gedetailleerde geluiden uit de orkestbak. Daar zaten de Amsterdamse Bach Solisten met uitbundige inzet te spelen onder leiding van Marc Minkowski. De Franse dirigent had weer eens grote schoonmaak gehouden; de partituur glinsterde en sprankelde alsof Gluck zojuist de inktpot had gesloten. Men had gekozen voor de oorspronkelijke Weense versie uit 1762, aangevuld met enkele passages uit latere versies (onder meer de bravoure-aria voor Orfeo aan het slot van de eerste akte) en zonder de balletmuziek.

Wat Minkowski bedacht had aan alternatieve voorslagen, trillertjes, fraseringen en versieringen was van een onvoorstelbare inventiviteit en muzikaliteit. Aria's, orkestrale gedeelten en recitatieven die men dacht te kennen, kregen op die manier een volslagen ander klankuiterlijk. Minkowski's gedreven dirigeerstijl - felle uithalen van de linkerarm, af en toe een stampvoetje, oerkreunen bij fortissimo accenten - is in Nederland genoegzaam bekend. Bij de Amsterdamse Bach Solisten bereikt hij er maximaal effect mee, maar het is nooit alleen maar effectbejag; altijd wordt geredeneerd vanuit de muziek en de daarbijhorende tekst of situatie. Vooral in de onderwereld-scènes toverde Minkowski onvermoede klanken tevoorschijn; de hellehond Cerberus blafte echt en heuse helle-hobo's tremoleerden met gemeen genoegen.

De spanning of ontroering die Minkowski met behulp van het orkest opriep was fantastisch. De snel genomen tempi voor sommige stukken werden mooi afgewisseld met traag-donkere passages, als dreigende onderstromen van de rivier Lethe. Orfeo moet die Lethe oversteken om zijn geliefde Euridice terug te halen. Linda Maguire deed dat op vocaal meeslepende wijze. De donkere, fantastisch met borststem gemixte mezzo van Maguire was perfect voor de Orfeo-rol. De aria waarmee zij de furies uit de onderwereld vermurwde, klonk smeltend-zoet, evenals de beroemde klacht 'Che farò senza Euridice'. Dat Maguire ook vocaal kon vlammen, bewees ze in de aria 'Addio miei sospiri', waarmee Gluck in een herziene versie de eerste akte een bravoure-slot wilde geven. In de lage coloraturen liet Maguire hier geluiden horen die voor een countertenor onmogelijk zijn; een schitterende interpretatie kortom.

Machteld Baumans overtuigde enorm in haar rol van Euridice. Deze zangeres wordt met iedere rol beter en fraaier en het is mooi dat ze hier in Nederland de kansen krijgt om dat te bewijzen. Nicole Agosti maakte als Amore haar operadebuut. De zenuwen speelden haar zondagavond nog te veel parten, waardoor haar bijdrage in goede bedoelingen bleef steken.

Dat een oude, befaamde rot in het operavak als Frigerio voor deze produktie met een jong regisseur als Waldemar Kamer (die zijn debuut als operaregisseur maakte) wilde samenwerken, moet op het conto van intendant Louwrens Langevoort worden geschreven. In zijn operaloopbaan heeft hij veel mensen ontmoet, die nu kennelijk met plezier voor hem naar Enschede willen komen. Kamer hield de produktie vrij traditioneel, vormgegeven vanuit de Franse hofstijl ten tijde van Marie Antoinette, aan wie Gluck zijn opera opdroeg. Orfeo betreedt vanuit de zaal met enkele dansers het toneel, danst tijdens de ouverture met Euridice, die plotseling wordt weggedragen, waarna het drama kan beginnen. Kamer legde geen tegendraads concept op de opera, zodat deze zich in alle eenvoud kon ontwikkelen. Het happy end is bij Kamer echt een happy end, zonder aan psychologisch geneuzel ontleende beeldtaal.

Voor deze kleine, zeer geslaagde produktie heeft de Nationale Reisopera dus de juiste mensen bij elkaar weten te brengen. Eén van die mensen, Marc Minkowski, is al geboekt voor het volgende seizoen. Hij zal dan een nieuwe produktie dirigeren van 'Der fliegende Hollünder' van Richard Wagner.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden