OPERA

ANTWERPEN - Voor sommige operarollen is het haast onmogelijk om een zanger te vinden die voldoet aan het beeld dat de componist voor ogen en oren moet hebben gestaan. De titelrol in Puccini's laatste opera 'Turandot' is er zo eentje. Waar vind je een slanke jonge sopraan met een stem van ijs en staal? Zangeressen gezegend met zo'n gewichtige stem hebben meestal het navenante gewicht rond de heupen.

Bij de Vlaamse Opera heeft men echter een zangeres van dit zeldzame type gevonden in de persoon van de Amerikaanse Kathleen Broderick. Een kleine, slanke, soepel bewegende, aantrekkelijke vrouw met een stem die je bij zo'n verschijning voor onmogelijk zou houden. Maar we zaten erbij en keken ernaar en konden onze oren niet geloven. Broderick ging niet zuinig of terughoudend met haar indrukwekkende stemmiddelen om. Maat na maat, met niet aflatende kracht, stroomde het gulle geluid uit haar keel zaterdagavond in het operahuis aan de Frankrijk-lei de zaal in. Nooit werd zij in volume overspoeld door de decibels uit de orkestbak en nooit verwerd haar zang tot brullen of schreeuwen.

De hoge noten, en Puccini wilde er vele horen van zijn Turandot, wist Broderick alle kleur, kracht en straling te geven. Zij was het kortom waarop de productie van regisseur Robert Carsen had gewacht. Tijdens de premièrereeks in 1992 van Carsens meesterlijk geregisseerde 'Turandot' kampte men in Antwerpen namelijk met problemen. Een plots ziek geworden tenor (een vervanger zong in de bak, Carsen zelf speelde op het toneel) en een veel te ouwelijke Turandot, die bovendien al na een paar voorstellingen wegliep en vervangen moest worden. De opwinding die Carsens productie desondanks toen al wist op te roepen kwam zaterdag (de tweede voorstelling in de nieuwe reeks) in nog verhevigde vorm terug.

Beweging

Carsen is een regisseur van beweging, van choreografie haast. Hij heeft geen spectaculaire theatertechniek nodig om spectaculaire theaterbeelden te creëren. Met eenvoudige middelen en met de mensen op het toneel brandt Carsen zijn visie op het netvlies. In Turandot ziet hij een vrouw die haar onmacht tot volwassen liefde verbergt achter een wreed masker. Haar aanbidders worden onthoofd als ze haar drie raadsels niet kunnen oplossen. Deze frigide vrouw begint te wankelen als een onbekende prins zich meldt. Ten teken dat hij zich aan de raadsels wil onderwerpen moet hij driemaal op de gong slaan; in Carsens productie bonkt hij op de deuren van een enorme kast, symbool voor Turandot, die niet uit de kast durft te komen.

Carsen ontdeed de opera geheel en al van chinoiserieën. Zelfs de drie ministers Ping, Pang en Pong zouden in Peking opzien baren. Hun uitmonstering en synchrone bewegingen ontlokten collega Straatman destijds de rake typering Gilbert & George & Gay (naar het Britse kunstenaarsduo). Russel Smythe, Randall Cooper en Jan Caals zongen en speelden de rollen wederom perfect. Nog meesterlijker liet Carsen het koor bewegen, een uitvergroting van Turandot en de onbekende prins. De machtsstrijd tussen deze beiden speelde zich ook tussen de koorleden af.

Zij speelden echt mee als handelende personages. De zelfmoord van slavin Liù was wat dat betreft weer een fantastisch aangrijpend hoogtepunt. In een lange diagonaal stonden de koorleden op de bühne en gaven met iedere stap die Liù voor hen langs loopt, een mes door. Dat mes kwam uit bij Turandot, die het in verwondering klaarhield voor Liù. Sopraan Cheryl Barker vulde de rol van Liù in met schitterende legati en ragfijne pianissimi. Barker gaf een uitermate ontroerend portret van deze echte Puccini-rol; het kleine onfortuinlijke meisje dat zoals een Mimì of een Butterfly Puccini's mooiste melodieën mag zingen. Fantastisch zoals Barker dat voor elkaar kreeg.

Puccini maakte het zich door deze Liù (door hemzelf aan het verhaal van Carlo Gozzi toegevoegd) wel moeilijk. Hoe Turandot nog sympathiek te maken na Liù's dood? Alsof na de dood van Butterfly er nog een liefdesduet moet komen tussen Pinkerton en zijn nieuwe vrouw Kate. Carsen slaagde er gedeeltelijk in om dit probleem op te lossen. Toen de onbekende prins zijn enige raadsel aan Turandot opgaf, keek en acteerde deze al op zo'n manier die haar ontluikende liefde voor de prins verried.

Carsen werd geholpen door het feit dat men in Antwerpen wederom koos voor de zelden gespeelde eerste versie van de derde akte zoals die door Franco Alfano voltooid werd (Puccini stierf voor hij de opera kon afmaken). Hierin krijgt Turandot meer mogelijkheden om haar motieven te verklaren en zijn haar jubilante uithalen aan het slot uitingen van opperste vreugde. Ook hier wist Broderick enorm te overtuigen, met naast zich de zeer goede Calaf (de onbekende prins) van de Russische tenor Mikhail Davidov.

Davidov zong een spannende 'Nessun dorma' en was zowel vocaal als fysiek de juiste partner voor Broderick. Beiden liepen stralend voor het koor uit naar de rand van het toneel, waar zij zich perfect mengden in de laatste climax, door dirigent Silvio Varviso met meesterhand uit de bak getoverd. Varviso en Puccini, het blijft een wonderbaarlijk schone eenheid. Met het orkest en koor van de Vlaamse Opera in absolute topvorm was dit een meesterlijk muziektheater-ervaring.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden