opera

Herhalingen: 31 jan., 3,6,9,12,15,18,21 febr.

Behalve Wolfgang Schöne (Amtortas) waren alle zangers nieuw. Er zat een ander orkest in de bak en een andere dirigent zorgde ervoor dat er eigenlijk sprake was van een totaal nieuwe produktie. LE: Niemand minder dan Sir Simon Rattle dirigeerde zijn eerste 'Parsifal', zijn eerste Wagner-opera überhaupt. Hij waagde de stap naar deze meest problematische Wagner, nadat hij in het Muziektheater Debussy's 'Pelléas et Mélissande' had gedirigeerd. Eén van de zangers daarin, de bas Robert Lloyd, overtuigde Rattle ervan dat, als hij die opera aankon, hij niet hoefde terug te schrikken voor 'Parsifal'. LE: Rattle had de produktie, die Klaus Michael Grüber voor Amsterdam maakte, gezien en was daar zeer enthousiast over. Toen de mogelijkheid kwam om déze 'Parsifal' te doen met het door Rattle gekende en gewaardeerde Rotterdams Philharmonisch, was de deal rond. LE: Het is opvallend dat Rattle de regie van Grüber zo waardeert. Hij onderstreepte dat dinsdagavond door niet alléén voor het gordijn te verschijnen, maar gebroederlijk met de regisseur. Die wierp met hartstochtelijke gebaren kushandjes in de orkestbak, wat overigens zeer begrijpelijk was. Wat speelden de Rotterdammers goed! LE: De warme weelde die Rattle uit de orkestbak toverde, spoorde evenwel absoluut niet met de kille kaalslag (met als dieptepunt het starre duet tussen Parsifal en Kundry) die op de bühne te zien is. Regisseurs als Hans Croiset, Gerardjan Rijnders en Erik Vos spraken in 1990 in deze krant hun bewondering uit voor de regie van Grüber: de meeste muziekrecensenten waren het niet met hen eens. Muziek versus theater. Zo was het dus dinsdagavond nog steeds. De beelden van Grüber, Gilles Aillaud (decors) en Moidele Bickel (kostuums) werkten alleen maar storend, op het geslaagde eerste bedrijf na. Storender dan tijdens de eerste series waarbij Hartmut Haenchen (die nauw met Grüber samenwerkte) het Nederlands Philharmonisch Orkest dirigeerde. Rattle's 'Parsifal' is anders dan die van Haenchen; vloeiender, zalvender, zuidelijker en vooral theatraler. LE: De Rotterdammers speelden fantastisch voor hem en realiseerden de meest fantastische, uitgedirigeerde climaxen, die overigens nooit krampachtig klonken. Geen detail bleef onderbelicht waarbij Rattle's gevoel voor dynamiek en tempo welhaast ideaal was. De 'Verwandlungsmusik' in de eerste akte was een intens hoogtepunt, en zo volgden er meer. De begeleiding van Kundry's verhaal over Herzeleide bijvoorbeeld, de 'Karfreitagszauber' en het koor tijdens de eerste graalonthulling. LE: Bij die laatste scène werd het verschil tussen bak en bühne treffend verduidelijkt: Rattle bestookte tijdens het dirigeren de koorleden met extatische blikken, die in opdracht van Grüber verslagen kijkend voor zich uit bleven zingen. LE: Rattle en orkest speelden dus een hoofdrol, direct gevolgd door de verzengende Kundry van de debuterende Litouwse mezzo Violeta Urmana. In haar grote solo in de tweede akte zette zij een vocale prestatie van wereldformaat neer. De goed gezongen, maar houterig geacteerde Parsifal van de Deen Poul Elming bleef in de schaduw van Urmana staan. Schöne herhaalde zijn goede Amfortas, Günter von Kannen was nieuw (en perfect) als Klingsor. Robert Lloyd straalde grote autoriteit uit als Gurnemanz, een rol die hij zestien jaar geleden ook al eens in Amsterdam zong. Met zes voortreffelijke, Nederlandse bloemenmeisjes stond deze 'Parsifal' muzikaal en vocaal op een uitzonderlijk hoog niveau. LE:

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden