Operastad zonder operahuis

Guy Coolen: ¿Je moet geen missionaris willen zijn.¿ (FOTO ERIC FECKEN) Beeld
Guy Coolen: ¿Je moet geen missionaris willen zijn.¿ (FOTO ERIC FECKEN)

De vierde editie van Operadagen Rotterdam begint vandaag. Tien dagen vol avontuur en experiment, maar ook met Puccini. Artistiek leider Guy Coolen over opera van de toekomst.

Of Rotterdam al dan niet een operastad is, hangt volgens Guy Coolen vooral af van hoe je de term opera definieert. „Als je opera in de klassieke zin bedoelt, dan is Rotterdam wellicht geen echte operastad. Maar als je het breder ziet, een soort opera van de toekomst in gedachten hebt, dan is in Rotterdam de interesse voor opera groot. Je kunt misschien beter spreken van een festival voor muziektheater, dat dekt de lading van al die verschillende voorstellingen die we hebben beter. Toch kiezen we voor ons festival bewust voor de titel ’Operadagen’, omdat muziektheater een te negatief beladen term is; mensen denken daarbij al gauw aan een hele experimentele vorm van opera die niet voor hen bedoeld is. Maar eigenlijk zou de term die we gebruiken niet zo veel uit moeten maken. Opera was vroeger immers, in de tijd van ontstaan, ook een experiment.”

De Vlaming Coolen is sinds 2008 artistiek leider van de Operadagen Rotterdam, waarvan vandaag de vierde editie van start gaat. Een amalgaam van grote, kleine en minieme voorstellingen verspreid over de stad, in grote theaters, in kleine zaaltjes, in huiskamers en in de open lucht. Een community festival van tien dagen waarbij de makers de verschillende bevolkingsgroepen in de stad opzoeken en ze uitdagen om met hen het avontuur en het experiment aan te gaan. De maatschappelijke relevantie is daarbij een belangrijk gegeven; in principe moeten de Operadagen voor iedereen in de stad toegankelijk kunnen zijn.

Guy Coolen is al sinds jaar en dag leider van het Muziektheater Transparant in Antwerpen, een gezelschap dat met succes het begrip ’opera’ oprekt, er nieuwe vormen voor probeert te vinden. Vanwege die succesformule, én omdat hij in Rotterdam, tijdens eerdere edities van de Operadagen zelf geslaagde voorstellingen maakte, wilde men Coolen in Rotterdam graag hebben.

„Je moet je afvragen wat opera kan betekenen in een stad zonder eigen operahuis”, zegt Coolen. „Volgens mij heel veel. Ik ben sowieso iemand die graag buiten de muren van het klassieke operahuis treed. Dat betekent dat je zelf op zoek moet naar je publiek. ’Gewone’ operahuizen zijn vaak lui, omdat hun zalen meestal toch wel vol zitten. Natuurlijk zijn de liefhebbers die altijd al naar de opera gaan ook bij ons van harte welkom, maar wij proberen zoveel mogelijk ’andere’ bevolkingsgroepen in Rotterdam te bereiken. Dat is zeker niet eenvoudig. Hoe kondig je iets aan, welk thema kies je?”

„We hebben een prachtige, kleine voorstelling over een Anatolische jongen (gezongen door countertenor Nuri Harun Ates) die worstelt met zijn homoseksualiteit. Het is denk ik de meest gewaagde voorstelling van deze editie. Maar als je hiermee de Turkse gemeenschap kunt bereiken dan ben je maatschappelijk relevant bezig. In 2011 willen we Turkije in de Operadagen centraal stellen. Deze voorstelling zou een belangrijke opstap kunnen zijn.”

Coolen maakt zich overigens geen illusies dat de allochtone gemeenschap, de Turkse of welke andere dan ook, zich makkelijk zal laten verleiden. Maar hij is er van overtuigd dat je van onderaf moet beginnen.

„Ik bezocht laatst in Antwerpen een voorstelling van de Chinese Opera en er zat geen enkele Chinees in de zaal. Dat verbaasde mij enorm. Hier in Rotterdam hebben we de grote Chinese gemeenschap direct benaderd. Er bleken in Rotterdam drie Chinese operagezelschappen te bestaan, waar niemand iets van wist. De Rotterdamse Chinezen toonden zich heel betrokken, waren geïnteresseerd in onze ideeën, en komen naar onze voorstellingen kijken. Het is in dit soort zaken belangrijk dat je niet boven de hoofden van de mensen gaat zweven, maar met ze in discussie gaat en hun verhalen aanhoort. Wij moeten ons aanpassen aan hen. Je moet geen missionaris willen zijn.”

Opera van de toekomst dus, maar wat is dat precies? „In elk geval niet een tekstje op muziek. De balans tussen theater en muziek is essentieel, het één is even belangrijk als het ander. En er moet een noodzaak zijn, een relevantie, waarom je een bepaald werk wilt brengen. Operahuizen zouden er gebaat bij zijn. Het is daarom erg goed dat Opera Europa, een groot samenwerkingsverband van Europese operahuizen, de jaarlijkse bijeenkomst in 2010 in Rotterdam zal hebben. In een stad zonder eigen operahuis dus! Tijdens die dagen zal goed gediscussieerd worden over de opera van de toekomst.”

Coolen noemt de komende Operadagen bij voorbaat geslaagd vanwege de samenwerking met de wirwar van gemeenschappen. „Rotterdam heeft misschien dan niet zo’n grote operageschiedenis, maar die geschiedenis kunnen we nu maken. Al onze huiskamerconcerten zijn volgeboekt, en dat in wijken waar zoiets normaal niet zou gebeuren. Onze workshops zitten vol met Rotterdammers; onder hen ook hip-hoppers.”

In de toekomst wil Coolen meer eigen producties maken, en niet meer zoals voorheen, het bij elkaar gooien van voorstellingen die er al waren. Hij krijgt daarvoor een budget van het rijk en van de stad, en zijn ideeën worden gedragen door de partners. Vanaf volgend jaar zal ook het Rotterdams Philharmonisch Orkest in de Operadagen als volwaardig partner participeren. Naast het Onafhankelijk Toneel/Opera O.T., het RO-Theater en de Rotterdamse Schouwburg zijn dat dan vier grote culturele instellingen die meedoen.

„Uiteindelijk moet dit een creatie-festival worden. We willen eigen talent naar buiten brengen, én complementair zijn, iets anders maken dan wat er al is. Maar ik wil niet overmoedig zijn. We hebben een grote publiekstrekker als ’Madama Butterfly’ van de Stanislavski Opera Company uit Moskou nodig. Daar wil ik niets aan afdoen. Puccini is trouwens evenzeer opera van de toekomst. Als tijdens de Operadagen over vier jaar alles uitverkocht is, dan heb ik recht van spreken.”

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden