Operadroom in rood, groen en blauw

prins igor | interview | De Russische bas Ildar Abdrazakov begon zijn operacarrière in zijn geboorteplaats Oefa als figurant in Borodins opera 'Prins Igor'. Tegenwoordig zingt hij als wereldster de titelrol zelf. Drie jaar geleden in New York en vanaf vandaag zeven keer in Amsterdam.

Ildar Abdrazakov (klemtoon op de derde lettergreep) komt met wat vertraging binnenlopen. De Russische bas verontschuldigt zich. Hij komt net van het vliegveld, hij is vanochtend uit Milaan teruggevlogen. De vorige avond heeft hij de rol van Filips II in Verdi's 'Don Carlo' in het Teatro alla Scala gezongen. Collega Ferruccio Furlanetto moest afzeggen en de Scala zat met een probleem. Abdrazakov, in Amsterdam voor de voorbereiding van Alexander Borodins opera 'Prins Igor', heeft de rol op het repertoire en had die avond vrij. Vlug van Amsterdam naar Milaan dus, een half uurtje repetitie in het decor om de belangrijkste bewegingen door te nemen, en hup: voor de leeuwen.


Dat men op zo'n prominente plek bij een dergelijk noodgeval aan Abdrazakov denkt, zegt iets over de status die de 40-jarige Rus inmiddels in het internationale operawereldje heeft opgebouwd. De rol die hij nu in Amsterdam voorbereidt, zong hij drie jaar geleden in de Metropolitan Opera in New York in dezelfde enscenering van zijn landgenoot Dmitri Tsjerniakov. Hij behaalde er een groot succes mee, maar toch filosofeert de zanger tijdens het gesprek over de mogelijkheid om de rol na Amsterdam van het repertoire te halen.


"Igor is een rol voor een dramatische bariton met een hoge tessituur. Ik kan die hoge noten best zingen, maar kan niet zeggen dat het voor mijn stem heel natuurlijk aanvoelt. Niet zo natuurlijk als de noten die Verdi zijn koning Filips laat zingen in 'Don Carlo'. Een echte basrol die volmaakt in mijn stembanden valt, en die bovendien theatraal heel dankbaar is. Igor, eigenlijk maar een kleine rol, is dat veel minder."


De jonge Ildar maakte kennis met de opera van Borodin in het theater van zijn geboorteplaats Oefa, de hoofdstad van de autonome republiek Basjkirostan in oostelijk Europees-Rusland. In dat theater was hij als adolescent figurant. Gekleed in een theaterharnas, super serieuze en vastberaden blik in de ogen, hoorde hij naast zich Prins Igor zingen over oorlog tegen de Polowetsen, een oprukkend steppenvolk. Zijn zeven jaar oudere broer Askar, ook een bas, zong in die productie de rol van Khan Kontsjak, de leider van de Polowetsen, de vijand dus.


"Mijn zingende broer was de reden dat ik operazanger wilde worden. En door mijn figurantenbaantje kende ik de rol van Igor dus al lang voordat ik hem zelf zou gaan zingen. Ik had de teksten van Igor zo vaak gehoord als ik stokstijf in dat harnas naast hem stond, dat ik ze zo ongeveer uit het hoofd op kon dreunen. En de muziek is zo mooi, zo Russisch. Borodin werkte heel lang aan zijn enige opera en stierf voor hij die kon afmaken. Hij componeerde scène voor scène en alleen als hij ziek thuis was en niet zijn eigenlijke beroep als chemicus kon uitoefenen, als hij dus vrij was van die verplichtingen. Dat hij de opera niet af heeft gekregen, heeft het werk duidelijk geen goed gedaan. Zijn collega Nikolai Rimski-Korsakov en diens leerling Alexander Glazoenov hebben het werk voltooid en ervoor gezorgd dat het überhaupt uitgevoerd kon worden. Maar je hoort het, je hoort waar Borodin ophoudt en waar Rimski-Korsakov begint. Ík hoor dat in elk geval. In onze productie is daarom zoveel mogelijk muziek die niet expliciet van Borodin is weer geschrapt."


Abdrazakov vertelt met passie, maar raakt soms hulpeloos verstrikt in de Engelse taal. Met overtuiging probeert hij het dan in het Russisch, soms in het Italiaans, daarbij zijn gesprekspartner hoopvol aankijkend of die hem begrijpt. Een vertaalapp op Abdrazakovs mobieltje brengt soms uitkomst. Hij is in elk geval vol lof over regisseur Tsjerniakov, die hier in Amsterdam al eens een zeer succesvolle enscenering maakte van 'De legende van de onzichtbare stad Kitesj' van Rimski-Korsakov.


"Tsjerniakov heeft van een incomplete opera een compleet, afgerond werk gemaakt. Ik heb tegendraadse producties van hem gezien die me totaal niet aanspraken, maar deze 'Prins Igor' vind ik geniaal. Hij werkt met zwart-witvideo's die de gaten tussen verschillende scènes moeten opvullen. Heel overtuigend. Na een zo'n zwart-witfilmpje in de proloog kom je dan ineens in het overweldigend kleurrijke decor van wat bij ons de eerste akte is, een enorm veld vol papavers. De kleuren spatten ervan af: fris groen, fel rood en het stralende blauw van de lucht erboven. Het geeft je als zanger echt een kick om daarin te staan. Tsjerniakov ziet deze akte als een grote wensdroom van Igor, een hallucinatie. Hij is op dat moment in het verhaal een gevangene van de Polowetsen en in zijn hoofd gaat voortdurend vuurwerk af. Hij ziet die felle kleuren alleen in zijn hoofd. Van Tsjerniakov heb ik de opdracht gekregen om die scène te spelen alsof ik keer op keer geblokkeerd raak, alsof er kortsluiting in mijn hoofd is.


"De oorspronkelijke derde akte, die helemaal door Glazoenov gereconstrueerd was, is in onze productie verdwenen. En er is oorspronkelijke muziek van Borodin aan toegevoegd. Zo is er aan het slot een dramatische monoloog voor Igor, die je meestal niet hoort. En het einde met die schitterende, lyrische muziek - een soort leidmotief van de opera - is veel optimistischer. Een sterke, zinvolle finale, veel meer een happy end dan het oorspronkelijk was."


Als zanger heeft Abdrazakov de wind mee, net als veel van zijn landgenoten. Toen men in New York een paar jaar terug Donizetti's 'Anna Bolena' op het affiche zette, waren drie van de hoofdrolzangers Russen, onder wie Abdrazakov. Volgend seizoen doet hij mee in spraakmakend nieuwe producties van 'Don Carlo' en 'Boris Godoenov' in Parijs.


"Voor een Russische zanger is de rol van Boris Godoenov het hoogst haalbare. Het is een partij die meer in je hoofd en je hart zit dan in je stembanden. Je moet levenservaring hebben voor die rol, de stem volgt dan vanzelf. Nog zo'n belangrijk moment in mijn carrière was mijn debuut afgelopen december in het beroemde Bolsjojtheater in Moskou. Na twintig jaar professioneel gezongen te hebben, stond ik daar voor het eerst. Wederom als Verdi's Filips II. Het was heel bijzonder voor me, want ondanks het succes van Valery Gergjevs Mariinsky Theater in Sint Petersburg is het Bolsjoj nog steeds het eerste theater van Rusland. Als jongetje in Oefa luisterde ik naar de radio, waar altijd Bolsjoj-zangers te horen waren. Dat ik er ooit zelf nog eens zou staan. Ongelofelijk. Niets ten nadele van Oefa overigens, waar ik een fantastische tijd heb gehad. De grote Russische bas Fjodor Sjaljapin begon zijn carrière in Oefa, onze beroemde danser Rudolf Nurejev werd er geboren en studeerde er, net als violist Vladimir Spivakov. Er zijn beroemdere steden die minder grootheden hebben voortgebracht."


'Prins Igor', vanaf vanavond bij De Nationale Opera. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest staat onder leiding van Stanislav Kochanovsky. www.dno.nl


Ildar Abdrazakov: 'De kleuren spatten ervan af: fris groen, fel rood en stralend blauw. Het geeft je als zanger echt een kick om daar in te staan.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden