Opera zoals opera ooit bedoeld is

OPERA

Antonio Pappano

Giordano's 'Andrea Chénier'

(Warner Classics)

*****

Vier sterren kreeg de in Londen bijgewoonde live-voorstelling van 'Andrea Chénier' begin 2015 in deze krant. Nu de dvd van deze wonderbaarlijk geslaagde enscenering verschenen is, moet daar toch nog een ster aan worden toegevoegd. De voorstelling werd een weekje later vastgelegd, toen iedereen nog beter op elkaar ingespeeld en ingezongen was.

De voorstelling was toen ook in heel Europa in bioscopen te zien. De detailwerking van David McVicars traditionele productie, met al die schitterende periodekostuums, komt in mooi gefilmde close-ups prachtig dichtbij. Regisseur McVicar ensceneert het werk gewoon voor wat het is, een revolutionair drama met withete passie, verraad en dood. Een typisch Italiaanse opera uit het einde van de negentiende eeuw, niets meer, maar ook niets minder.

De opera van Umberto Giordano uit 1896 wordt zelden gespeeld, wat vreemd is gezien de heerlijke melodieën, het compacte en ontroerende drama alsmede de vocale kansen voor de drie hoofdrolspelers. Dat zijn hier Jonas Kaufmann, Eva-Maria Westbroek en Zeljko Lu¿i¿. Een tenor, een sopraan en een bariton, zoals zo vaak gevangen in een love triangle, die zich in deze opera afspeelt net vóór en net na de Franse Revolutie.

Kaufmann is de idealistische dichter Chénier die verliefd wordt op de aristocratische Maddalena di Coigny (Westbroek). Beiden eindigen onder de guillotine, hij gedwongen, zij vrijwillig. Lu¿i¿ is Carlo Gérard, eerst lakei in dienst bij de Coigny's en heimelijk verliefd op Maddalena, later aanvoerder van de revolutionairen. Een pracht van een rol.

En dan zijn er nog tal van bijrollen, die in deze productie van het Royal Opera House Covent Garden erg luxueus bezet zijn en bijdragen aan het succes van het geheel. Zo is niemand minder dan Rosalind Plowright de oude Gravin di Coigny en horen we verder Denyce Graves (Bersì), Carlo Bosi (L'Incroyable), Peter Hoare (Abbé) en Peter Coleman-Wright (Fléville). In de korte, maar zeer effectieve scène met de de oude Madelon (Giordano op zijn best) ontroert de Italiaanse Elena Zilio optimaal.

In de personenregie van al deze kleine personages toont McVicar zich een meester. En hij heeft geluk gehad dat zijn protagonisten niet alleen zulke goede zangers zijn, maar ook acteurs van formaat. Kaufmann en Westbroek gaan geheel in elkaar op en vinden hun einde glorieus onder de guillotine. Maar niet dan nadat ze een verzengend slotduet hebben gezongen dat in hun uitvoering, opgepookt door een ontketende Antonio Pappano in de bak, gewoon niet beter kan. Opera zoals opera ooit bedoeld is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden