Review

Opera: de mens is een volgzame hond, zonder eigenwaarde.

Dat mensen soms net beesten zijn, is een uitspraak die in tijden van verkiezingskoorts bij niemand verbazing hoeft te wekken. Het dier heeft zelfs een eigen hok gevonden op de kieslijsten. Zo’n honderd jaar geleden ging de jonge Weense filosoof Otto Weininger in zijn essay ’Der Hund’ nog een stapje verder. De tot het protestantisme bekeerde jood vond een heuse Tierpsychologie uit, waarin hij menselijke karaktertrekken koppelde aan het gedrag van dieren. Zo staat bij Weininger de diepzeefauna model voor de menselijke onderwereld: inktvissen als criminelen die het daglicht niet verdragen.

Met name de hond onderwierp Weininger aan een nauwgezet onderzoek. In het genoemde essay staat de trouwe viervoeter voor alles wat slecht is. Het dier is blind in zijn volgzaamheid en heeft daardoor alle eigenwaarde en vrije wil verloren, aldus Weininger. „Hij laat zich door de mensen slaan, om zich daarna weer aan hem op te dringen”, schreef hij met afschuw. „Zoals de slechte mens dat steeds bij de goede doet.”

De mensenhatende filosoof bracht de verschillende soorten Bello’s en Fifi’s ook nog eens netjes in categorieën onder. De door hem bewonderde componist Beethoven bijvoorbeeld was weliswaar een genie, maar behoorde wel bij het plebejische Hundentypus. Dat weerhield Weininger er niet van zich op drieëntwintigjarige leeftijd met een pistoolschot van het leven te beroven; in dezelfde kamer van de Schwarzpaniergasse waar ook Beethoven de dood vond.

De figuur Otto Weininger spookte al een tijdje door het hoofd van componist Rob Zuidam. Niet als lichtend voorbeeld voor een politieke partij, maar als onderwerp voor een muziektheaterwerk.

Toen Zuidam zo’n vijf jaar geleden op ’Der Hund’ stuitte, wist hij meteen dat hij het libretto had gevonden voor zijn nieuwe werk. De oprichting van muziektheatergezelschap De Helling in diezelfde periode (door Zuidams voormalig compositiedocent Klaas de Vries en mezzosopraan Gerrie de Vries) bood dé mogelijkheid om ’Der Hund’ te verklanken als kameropera.

Want als je Zuidam in een categorie zou moeten onderbrengen, is het wel in het vakje ’operadier’. Geen enkele andere Nederlandse componist durft zo on-Nederlands eigenzinnig expressief en speels te zijn, heeft zo’n gevoel voor drama, weet zijn publiek zo te raken met zijn muziektheater als hij. Zelfs in de intimiteit die Zuidam in ’Der Hund’ weer zegt op te zoeken, vind hij toch ruimte voor grote gestes. Expressieve zanglijnen (laat dat maar aan Zuidam over), flarden Beethoven (’Hammerklaviersonate’) mengen zich op het sobere toneel met synthesizerbasjes (Krafwerk) tot een even naargeestige als komisch-bizar schouwspel. In de rol van Weininger staat tenor Sebastian Brouwer college te geven achter een katheder en wordt daarbij geflankeerd door zijn onderwerpen van verachting: Hundinnen Charlotte Riedijk en Gerrie de Vries. Blaffen, janken, hijgen, opzitten, pootjes geven, in je hok, af, doodliggen: alles is door Zuidam in zijn partituur vastgelegd.

„De tekst van ’Der Hund’ is nog enigszins te pruimen omdat die over een dier gaat”, zegt Zuidam in de repetitiepauze, terwijl het DoelenEnsemble nog wat passages doorneemt. „Weininger kon het evenzogoed over vrouwen of joden hebben, dan wordt het pas echt naargeestig. De tekst van ’Der Hund’ is bizar. Weininger verzint een Tierpsychologie en neemt die vervolgens serieus. Met het projecteren van menselijke eigenschappen op dieren deed Weininger niets nieuws, denk maar aan de fabels van La Fontaine. Maar bijzonder is dat Weininger zich zo op de hond fixeert, waarover hij vervolgens niets positiefs kan verzinnen. De blindengeleidehond bijvoorbeeld, of dat die hondentrouw toch nog ergens goed voor is: dat zit er bij hem niet in. Van dat eendimensionale werd ik meteen enthousiast.”

De overdrijving en de hysterie van Weininger doen sterk denken aan de onderwerpen van Zuidams twee recentste muziektheaterwerken, die vorig jaar in het Holland Festival te horen waren. De scenische McGonagall-Lieder baseerde Zuidam op een lang gedicht over de glorieuze bouw en tragische instorting van een brug; voor ’Rage d’amours’ schreef de componist zelf een libretto op basis van de briefverslagen over Johanna de Waanzinnige en haar vergaande postmortale liefde voor Philips de Schone.

Een andere overeenkomst is dat Zuidam blijkbaar in alledrie de gevallen de voorkeur gaf aan tekstbronnen die niet oorspronkelijk in dialoogvorm geschreven zijn. Dat geeft Zuidam veel muzikale vrijheid en de mogelijkheid om eigen vormen te bedenken. „De hoofdpersoon Weininger is een enorme zak, daar kun je niet omheen. Ik heb geprobeerd om erbarmen voor hem op te wekken in mijn muziek, om hem pruimbaar te maken. Weininger is bij mij een antiheld, een tragische figuur. Dat was het moeilijkst om voor elkaar te krijgen.”

’Der Hund’ is Zuidams eerste stuk in het Duits. Hij zegt dat hij al langer met de gedachte rondliep om iets in het Duits te componeren. „Omdat ik het een hele mooie taal vind.” Door zijn vriendschap met collega Hans Werner Henze en zijn verblijven in München in de jaren negentig zegt de componist dieper te zijn doorgedrongen in de cultuur. „Het beeld dat ik in mijn jeugd van Duitsland meekreeg is daardoor erg veranderd. De Duitsers die ik heb ontmoet, waren veelal geïnteresseerde, open en ook wel aandoenlijke mensen. Juist vanwege de afwezigheid van ironie. Dat werkte bij mij vaak bijna schokkend: ze menen het echt! Maar dat vond ik tegelijkertijd ook heel interessant. Het maatschappelijke debat is hier in Nederland bijvoorbeeld oneindig veel oppervlakkiger. Dat merkwaardig serieuze komt bij uitstek in die steriele synthesizerpop van Kraftwerk naar boven: bewust ervoor kiezen om niet loos te gaan met zo’n bandje.”

Het Duits van Weininger heeft Zuidams muziek onwillekeurig beïnvloed, zegt hij. De vocale lijnen plooien zich naar de taal, de expressionistische klankwereld van de opera verwijst in sfeer naar het Wenen van rond 1900, maar blijft toch onmiskenbaar Zuidam.

„Alles wat ik lees dat scan ik op muziektheatrale mogelijkheden”, antwoordt Zuidam op de vraag hoe hij aan zijn onderwerpen komt. „De dingen die steeds boven komen drijven zijn mensen die verder gaan dan normaal. De een is gek op een brug, de ander op een prins en weer een ander heeft een excessieve hekel aan een hond. Gekte op zichzelf vind ik theatraal niet eens aantrekkelijk. Maar het obsessieve, dát vind ik interessant. Ik denk dat ’Der Hund’ per saldo een tragische opera is geworden, waarin lachen het enige is dat je nog rest. Ik vind die tweespalt altijd moeilijk uit te leggen. Het is zoals met mijn liefde voor de muziek van Bellini. Op zijn best denken mensen dat het leuke camp is. Maar ik kan maar niet duidelijk krijgen dat het voor mij schoonheid in zijn meest pure en naïeve vorm is. Het gehijg en geblaf van de Hundinnen heeft niet als functie de zaak te verluchtigen. Het maakt het op een bepaalde manier alleen maar erger.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden