Opinie

Openheid is de kern van het geloof

Ik bracht mijn kleindochter naar hockey. Er waren selectiewedstrijden voor de elftalindelingen van het volgend seizoen. Overal partijtjes op halve velden. Overal ouders – elk meent zijn uil een valk. Langs de lijnen selectieverantwoordelijken met blocnote. Bewust van hun belang. Ik zag alle inspanning en bedacht dat maar elf het eerste elftal zouden halen.

Een gevoel van vergeefs- en vergankelijkheid overviel me. De wind draait en waait en draait en al draaiend waait de wind weer terug. Wat er was, zal er altijd weer zijn. De vroegere generaties zijn vergeten, en ook de komende zullen weer worden vergeten. Ik begreep precies wat Prediker bedoelde.

Het zal de leeftijd wel zijn en de dood, die tegenwoordig iedere week wel een keer langs komt. Afgelopen week zelfs drie maal, ver weg en dichter bij. Thuis hebben we het praten over sterfgevallen op rantsoen gezet. Anders wordt het met stip het voornaamste gespreksonderwerp.

Van het hockey terug naar huis sloeg iets om. Ik zag dezelfde hockeyvelden, maar nu zag ik ook de lol, de hoop op een leuk elftal, de spanning. Ik herinnerde me mijn eigen zenuwachtigheid, vroeger, over de elftalindeling. Mijn opluchting als in mijn elftal niets gewijzigd was. De melancholie verdween. Ik voelde me vrolijk.

De omslag dankte ik aan het boek dat de Leidse praktisch theoloog Henk de Roest schreef over de kerk. De Roest ziet de kerk als een huis van God. Als een schuilplaats voor de ziel, waar God wordt ontmoet. De ziel is kwetsbaar. ’We zijn weemoedig als we alleen zijn en onbespied’, schreef Cornelis Verhoeven. In Gods huis wordt de ziel omvat door Gods liefde. De Roest citeert Franz Rosenzweig die zei dat pas een door God wakker geroepen ziel zich kan uiten in liefde voor de naaste.

Ooit is de kerk klein begonnen. In huiskamers. Met een gemeenschappelijke maaltijd. Met rond de tafel enkele mensen die zich door Jezus aangesproken wisten en een rijk van gerechtigheid verwachtten. Ze steunden elkaar en zetten zich in voor vreemden buiten de kerk. Christus was hun spirituele kern en nog steeds is hij de dieptedimensie waardoor de kerk zich onderscheidt van andere clubs die zich inzetten voor hun medemensen.

Voor De Roest vormen tafel en maaltijd het kernknooppunt. In een mensenleven kan de positie ten opzichte van dat knooppunt flink veranderen. Soms dichterbij, soms verder af. Ook kerken, De Roest spreekt liever van kerkplekken, zijn aan verandering onderhevig. Sommige verdwijnen, andere komen op. Hij doet daar niet ingewikkeld over. Geen krant, partij, bedrijf of merk, kan tegenwoordig als vanzelfsprekend uitgaan van binding met een volgende generatie. Kerken onderscheiden zich daarin niet van andere organisaties.

Waar het om gaat, is dat er steeds opnieuw mensen zijn die bij elkaar komen om iets van God te vernemen. In hun samenkomsten is innigheid, maar er wordt ook naar woorden gezocht. Er wordt geoefend in godsverstaan en dat oefenen maakt open voor de vaardigheid van het niet-verstaan. Dat wil zeggen: medemensen, binnen en buiten, niet op te sluiten in van te voren gevormde beelden, maar hen te zien met de frisse blik van de Barmhartige Samaritaan.

Er is een opvallende parallel tussen wat De Roest schrijft over de samenhang tussen innigheid en openheid, spiritualiteit en engagement, en wat godsdienstsocioloog Jan Hendriks in zijn jongste boek beschrijft als zijn ideale kerk. (’nu echt mijn laatste boek’, schreef hij, maar waarom eigenlijk?) Ook bij Hendriks zie je hoe concentratie op de spirituele kern drempelloos leidt tot openheid voor praktische consequenties.

Voor De Roest en Hendriks is een kerk pas levend als beide aspecten, innerlijkheid en engagement, serieus genomen worden. Beide pleiten voor klein beginnen, oog voor elkaar, voor de wereld, deel uitmaken van een gastvrije geloofsgemeenschap, die niet in de war raakt als over God alleen in voorlopige termen gesproken wordt. Gastenhuis. Naar binnen en naar buiten. Ook de kerkleden zelf zijn gast, vreemdeling.

Ik keek naar de hockeyende kinderen maar zag, opgesloten in mijn eigen déjà vu, alleen mijzelf. Ik zag pas hoe vrolijk, enthousiast, gespannen en vol vertrouwen de kinderen waren toen ik de dood in mijzelf overwon en mezelf, met dank aan De Roest, weer ging zien als ’onaf’, open. Openheid als kern van geloof. Mooi om daar zo aanstekelijk over te schrijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden