Openbaring in Central Park

Broers verkeren in midlifecrisis en zoeken de zin van het leven

De romans van de Amerikaanse schrijver Michael Cunningham (1952) worden altijd bevolkt door zoekende personages die worstelen met de zin van het leven. Een andere rode draad door zijn oeuvre is zijn voorkeur voor driehoeksverhoudingen of de keuze voor een drietal personages met thematisch verwante levensverhalen - zoals in zijn succesroman 'The Hours' (1998, De uren), die bekroond werd met zowel de Pulitzer Prize als de PEN/Faulkner Award.

Ook in 'De sneeuwkoningin' (geïnspireerd op het gelijknamige sprookje van Andersen) belanden we in een ménage à trois. Die bestaat uit de symbiotische broers Barrett en Tyler Meeks en de terminaal zieke geliefde van Tyler, Beth. Ze wonen onder één dak in Bushwick, een tamelijk troosteloze buurt in de New Yorkse wijk Brooklyn. De broers, rond de veertig jaar oud, zitten midden in een klassieke midlifecrisis.

Tyler speelt op zijn 43ste nog altijd gitaar in een bar en worstelt met de compositie van het ultieme liedje voor zijn stervende bruid. In een poging om creatief boven zichzelf uit te stijgen snuift hij regelmatig coke. Dan heeft hij 'dat prikkelende gevoel dat hij leeft', dan is hij 'een en al helderheid en doelgerichtheid' en zit hij vol goede voornemens (onder andere: minder coke gebruiken). De zin van zijn leven is vooral gelegen in zijn zorg voor Beth.

Zijn jongere broer Barrett is altijd de veelbelovendste geweest. Met groot gemak doorliep hij Yale, maar vervolgens heeft hij louter eenvoudige baantjes gehad; een postdoctorale opleiding maakte hij niet af, de opzet van een internetonderneming mislukte. Zelf beweert hij dat er in al zijn plannen 'een onweerlegbare logica' zit, maar het belangrijkste lijkt toch zijn onvermogen om keuzes te maken en daarin te volharden. Als we hem leren kennen is hij net, voor de zoveelste keer aan de dijk gezet (per sms!) door een vriendje.

Terwijl hij 'oud en berooid' door New York dwaalt, ontwaart hij boven Central Park een hemels licht, als een openbaring van boven. Daarmee opent de roman. Hij raakt er steeds vaster van overtuigd dat het hier een teken betreft - alleen van wat?

De vraag of we van zulke tekenen enig heil in het leven kunnen verwachten hangt voortdurend boven het verhaal. Als Beth een paar maanden na deze mystieke ervaring plotseling van kanker genezen lijkt, is Barrett geneigd een verband te zien. Maar nog weer een paar maanden later verstrooien de broers haar as boven de Hudson. Heeft Barrett, zo suggereert Cunningham, het licht misschien "bedacht op een avond dat hij er heel dringend behoefte aan had zich vergezeld te weten op de wereld"?

Hoe dan ook lijkt Barrett zich gaandeweg te verzoenen met zijn lot. De 'openbaring' in het park bevestigt voor hem dat hij gezien is door het oog van God.

Zijn baantje als verkoper in een hippe modezaak is in zijn eigen ogen geen vorm van mislukking meer, maar een bevestiging van zijn nederige positie in de schepping. Het is niet nodig om groot succes te boeken, een schitterende carrière op te bouwen, denkt hij. "Ik heb er geen behoefte meer aan om belangrijk te zijn, om er toe te doen."

Of we dit moeten zien als een staaltje van opperste wijsheid of als een geval van zelftroost, laat Cunningham in het vage, zoals hij wel meer in het duister laat. Misschien is zijn boek vooral een commentaar op een maatschappij waar rijkdom, succes en roem als hoogste waarden gelden.

Ook Tyler beleeft uiteindelijk een soort catharsis: hij ontdekt dat het in het leven gaat om het onderweg zijn, niet om het bereiken van de bestemming, om "de zoektocht die weet dat de schat nooit gevonden zal worden maar die toch doorgaat, steeds ijveriger speurend naar datgene wat zich niet laat vinden, die beseft dat het gaat om de zoektocht zelf, niet om de eerste glimp bij fakkellicht van de ondergrondse schatkamer waar goud en albast hoog opgetast liggen."

Elegante, zwierige zinnen schrijven kan Cunningham nog altijd. Maar hij blijft deze keer steken in een wel heel losjes gecomponeerde, tamelijk ijle meditatie over de grote vragen van het leven.

Michael Cunningham: De sneeuwkoningin.

(The Snow Queen) Vertaald door Marijke Versluys.

Prometheus, Amsterdam; 286 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden