OPENBARING EN BEPROEVING TEGELIJK

In hoog tempo is in Barcelona gewerkt aan het Olympisch uiterlijk. Veel nieuwe complexen, wegen en zelfs een nieuw vliegveld. Talrijke beelden en andere kunstuitingen maken duidelijk dat de stad meer te bieden heeft. Maar er is nog meer. Als hoofstad van de autonome regio spelen Catalaanse sentimenten een grote rol in Barcelona. Maar verder dan massaal vlagvertoon gaan deze uitingen niet. Daarvoor zijn de Catalanen te trots, op de Spelen en zijn de economische banden met de rest van Spanje te groot.

JORIS VERSTEEG

"Wij slapen zondag" , zeggen de Barcelonezen, maar wanneer ik dit op de zevende dag schrijf, vliegt onophoudelijk een helikopter boven de stad, klinkt het gebler van politie en ambulances, schalt de televisie uit ontelbare ramen, rinkelt ergens een fruitautomaat, jengelt al een uur een alarm en volg ik verplicht een hysterisch radioverslag van de Tour de France. Daardoorheen zingt Placido Domingo in fortissimo, begeleid door stuiterende biertonnen en een schreeuwende conversatie tussen een groep vrouwen op straat. Dit alles tegen de achtergrond van het geraas van het gewone verkeer, druk doende het Olympisch record stoplichtsprinten scherper te stellen, en het gebulder van de luchtvloot die de atleten en hun begeleiders aanvoert.

Stil is het in ieder geval nooit in deze dichtstbevolkte stad van Europa met 1,7 miljoen inwoners - groot-Barcelona telt er vier miljoen. Toen de paus hier enkele jaren geleden een mis in de openlucht wilde opdragen, probeerde hij de menigte te overstemmen met de woorden; "De paus wou ook graag wat zeggen."

Het minste dat je kunt zeggen is dat Barcelona energie uitstraalt. Niet voor niets begint Eduardo Mendozo zijn literaire bijbel over de Catalaanse hoofdstad, 'De stad der wonderen', met de woorden: "Het jaar dat Onofre Bouvila in Barcelona aankwam, heerste er een koortsachtige bedrijvigheid in de stad" . Dat was aan de vooravond van de wereldtentoonstelling in 1888. In de jaren twintig van deze eeuw werd de stad opnieuw op zijn kop gezet voor de wereldtentoonstelling van 1929 en de afgelopen jaren was het na de ijzige rust van het Francisme opnieuw raak. Een vernieuwd vliegveld, een nieuwe ringweg, een Olympisch dorp, nieuwe en vernieuwde stadions en sportcomplexen - niemand kan zeggen dat Barcelona de Spelen niet serieus neemt.

Maar het gaat de Catalanen om meer dan sport alleen. De Spelen bieden een gelegenheid bij uitstek om de wereld te laten weten dat Barcelona niet zozeer de tweede stad van Spanje is, maar vooral de hoofdstad van de autonome regio Catalonie, in oppervlakte groter dan Nederland of Zwitserland en met zes miljoen mensen de Denen overtreffend. Dezer dagen verschenen in een aantal Europese kranten advertenties van de autonome Catalaanse regering, de Generalitat. Onder een kaart met en stip staat de vraag: "In welk land zou u deze punt plaatsen?" Het antwoord op de volgende pagina luidde: "In Catalonie, uiteraard" .

De Catalanen zijn zich terdege bewust van het feit dat slechts door een speling van het lot Madrid de nationale hoofdstad werd, maar Barcelona in de achttiende eeuw onder Castilie bleef. Hun traditionele reactie is de bewering dat ze meer Europees dan Spaans zijn, dat ze meer met Parijs en Milaan, dan met Madrid gemeen hebben. Na de burgeroorlog in 1939, waarin Barcelona het langste stand hield, verbood Franco het Catalaans in het onderwijs en de media, al was in het laatste decennium van de dictatuur sprake van een liberalisering. Toen de generaal op 20 november 1975 de ogen sloot, knalden de kurken in Barcelona en was er geen fles champagne meer te koop.

Sindsdien is er op elk gebied sprake van een recatalanisering. Politiek bestaat een vergaande autonomie, die gepaard gaat met een permanente strijd met Madrid over peseta's. Op cultureel terrein wordt het Catalaans krachtig bevorderd door de Generalitat. Op TV-3, het Catalaanse tv-station, vechten J. R. en Bobby hun intriges in Dallas in het Catalaans uit. "Je kunt de hele dag Catalaans praten als je wil" , zegt Fransesco Aronjo, cultureel redacteur van het dagblad El Pais. "De helft van de bevolking - de immigranten uit de rest van Spanje - heeft Castilliaans als moedertaal, de andere helft Catalaans. Samen gaat het goed en zijn er geen spanningen, al zullen uitgesproken Catalanisten daar anders over denken."

Het symbolische leger van deze natie zonder staat is FC Barcelona - 'Barca' - met als huur-generaal Johan Cru-ef, zoals de Catalanen de naam van de trainer in twee lettergrepen uitspreken.

De Generalitat heeft de bevolking gevraagd Catalaanse vlaggen - dezelfde kleuren als de Spaanse vlag, maar met meer rode strepen - tijdens de Spelen op straten en balkons te hangen. Dat was niet aan dovemansoren gezegd. Barcelona ziet momenteel zo rood-geel van zijn vlag, dat de socialistische burgemeester en voorzitter van het organiserend Olympisch Comite, Pasqual Maragall, zaterdag tot matiging opriep en verzocht om ook de Spaanse vlag te respecteren. De Catalaanse trots verklaart ook waarom nog niet het kleinste protest tegen de Spelen valt te beluisteren. Weliswaar zijn de prijzen van huizen astronomisch gestegen en vrezen de Barcelonezen na afloop van hun 'Jocs' een recessie, maar geen van de 400 000 bezoekers of miljoenen tv-kijkers zal ontgaan dat er zoiets als Catalonie bestaat.

Ondanks het benadrukken van de eigen identiteit zijn de Catalanen te pragmatisch om de Kroaten of het radicale deel van de Basken te volgen. Daarvoor zijn de handels- en industriele belangen met de rest van Spanje te groot. Het 'pactisme', de neiging tot compromissen, wordt gedicteerd door het welbegrepen eigenbelang. De Generalitat wordt bestuurd door een relatief gematigd nationalistische, conservatieve coalitie, onder leiding van de 62-jarige Jordi Pujol. De Links Republikeinse partij, die afscheiding van Spanje voorstaat, kreeg bij de laatste verkiezingen in maart niet meer dan 11 van de 135 zetels in het Catalaanse parlement.

Het jongste vlaggen-incident is slechts een van de uitingen van spanning tussen de bezielde burgemeester Maragall en el president Pujol. Een fysieke confrontatie bijna, omdat het stadhuis en de paleis van de Generalitat in de gotische oude binnenstad op een steenworp afstand tegenover elkaar liggen. Voor de Spelen hebben beiden een pact gesloten en zullen zaterdag zijaan-zij de opening bijwonen.

Volgt na de Spelen de kater? De wereldtentoonstelling van 1929 werd een financiele ramp, maar na de Krach op Wall Street was de hele wereld er beroerd aan toe, zegt burgemeester Maragall. "Wij zullen noch winst, noch verlies maken" . Nog optimistischer is Angel Borlan, woordvoerder van Holsa, de houdstermaatschappij van de bedrijven die de Olympische installaties en de wegen bouwen. "De afgelopen zes jaar hebben we ter waarde van 9 miljard dollar geinvesteerd. Voor de komende vijf jaar zijn er voor 15 miljard aan contracten getekend. De sanering van de oude wijken gaat verder, we gaan alle transportbedrijven buiten de stad brengen. En het belangrijkste: Barcelona is op de lijst van de multinationals gekomen" , jubelt de woordvoerder.

De vraag rijst wat Barcelona eigenlijk is - de cosmopolis die het zegt te zijn en aan en van de internationale cultuur geeft en neemt, zoals zijn schilders, schrijvers en architecten al een eeuw bewijzen, of de stad met onmiskenbaar provinciale trekken? Dit laatste blijkt onder andere in het Picasso-museum, waar de teksten onder de tekeningen slechts in het Catalaans zijn gesteld, niet in het Engels of Frans, laat staan in het Spaans.

Iets van beiden, is het antwoord. De stad is een openbaring en een beproeving tegelijk: de flamboyant gebeeldhouwde huizen van Antoni Gaud en zijn tijdgenoten in de negentiende eeuwse wijk Eixample, temidden van fantasieloze spiegelende bankgebouwen en de gesel van de een miljoen voertuigen die de stad dagelijks doorkruisen. Een stad die zijn architecten en designers aanbidt, maar waar een wandeling om hun produkten te bekijken een aanslag op het zenuwgestel en de gezondheid vormt. Het verkeer had met een gemiddelde snelheid van achttien kilometer per uur zijn verzadigingspunt bereikt en de nieuwe rondweg zorgt voor een betere doorstroming. Maar de uitlaatgassen blijven door de bergketen langs de stad hangen en doen de ogen soms gemeen prikken. Wee de marathonlopers die zich hier straks bij een temperatuur van ruim 35 graden doorheen moeten zwoegen.

Een stad ook met een groot drugsprobleem, al zullen de meeste bezoekers daar weinig van merken, omdat de dealers en junks zich in de buitenwijk Sant Cosme ophouden. Daarheen zijn tot ongenoegen van de bewoners tot drie dagen na afloop van de Spelen ook de prostituees en travestieten gedeporteerd die zich normaal bij het luxe hotel prinses Sophia ophouden. Maar dat is de komende weken voor de vip's van het Olympisch Comite bestemd.

Niets provinciaals hebben in ieder geval de prijzen, waarmee Barcelona zich tot de toptien van duurste steden ter wereld mag rekenen. Een eenvoudige maaltijd kost tegen de 40 gulden, in een goed restaurant moet zeker op 100 gulden per persoon worden gerekend. De prijzen van hotelkamers zijn navenant. De gemeente wilde acht nieuwe drie- en vier sterren hotels laten bouwen, maar kwam in hevig conflict met de voorzitter van de hotelliersvereniging en FC Barcelona-bestuurder, Joan Gaspart, die vreesde voor beddenoverschot na de Spelen. Het werden er vijf, maar het grootste, Hotel de les Arts in het Olympische dorp, is nog niet klaar en kan morgen maar voor een deel in gebruik worden genomen.

Wie zich door dit alles niet laat afschrikken komt ruimschoots aan zijn trekken. Buiten zijn normale bezienswaardigheden, biedt Barcelona een keur aan nieuwe beelden en gebouwen en laat zich wat betreft tentoonstellingen, theatervoorstellingen en concerten niet onbetuigd. Op de eerste verdieping van Gaud's Casa Mila is tot 30 september een bescheiden, maar interessante tentoonstelling te zien over de Catalaanse avant-garde, met werken van onder andere Picasso, Miro, Dal, Man Ray en Calder.

Met de bouw van het Olympisch complex op de berg Montjuc (spreek uit: mondzjwiek) is de draad weer opgepakt van de wereldtentoonstelling van 1929. In dat jaar werd het stadion gebouwd, dat het nooit tot Olympische status bracht, daar Hitler in 1936 met de eer streek. De oorspronkelijke neo-klassieke facade met zijn paarden is gerestaureerd, voor de rest is het stadion geheel vernieuwd. Op de grasmat en de sintelbaan na is er geen kleur te bekennen. De organisatoren herinneren zich de pijnlijke beelden van de lege stoelen in Seoul en hebben om herhaling te voorkomen alles grijs laten maken. Proeven wezen uit dat dat het minste opvalt als niet alle kaartjes zijn verkocht. Het stadion biedt uitzicht op de stad met zijn torens van Gaud's onvoltooide levenswerk, de tempel de Sagrada Famila, tegen het broererige decor van bruine smog.

De parel van het complex is het nieuwe overdekte Palau Sant Jordi voor binnensporten met zijn zwierige facade en een koepel van 136 bij 110 meter. Een hoogstandje van de Japanse architect Arata Isozaki. De stad met beelden van Gaud, Miro en Calder, is het aan zichzelf verplicht om veel kunst in het rond zijn Olympische gebouwen te doen. In en bij het Sant Jordi paleis is dit zonder meer geslaagd. Buiten staat een zuilengroep, verbonden door speelse metalen draden die van de Barcelonese kunstenaar Tapies kon zijn, maar door de Japanse Aiko Miyawaki is ontworpen. Gevoeliger zijn binnen de geschilderde muurpanelen van de Spanjaard Rafols Casamada.

Over het aangrenzende zwembad valt niets bijzonders te zeggen, behalve dat valt te hopen dat de reusachtige stellage-tribune beter gebouwd is dan die in Bastia, die onlangs onder het publiek bezweek. Het vierde gebouw op de Olympische ring is het hoofdkwartier voor sportonderwijs van Catalonie van de Catalaanse architect Ricardo Bofill, waar zal worden geworsteld. Je moet van Bofills strakke classicistische taal houden om het mooi te vinden. Bofill werkt vanuit Frankrijk en beschikt in Spanje niet over een officiele architecten-titel, omdat hij zich te goed voor de examencommissie achtte. De contracten laat hij door zijn wel gediplomeerde zuster tekenen. Van Bofill is ook het nieuwe hal van het vliegveld. "Het was een risico dat aan hem op te dragen" , zegt zijn collega-architect Josef Maria Montaner. "Bofill telt nogal wat mislukkingen, waaronder zijn wooncomplex in Marne-la-Vallee bij Parijs, wat een reusachtig paleis lijkt, maar kleine, slecht gebouwde woningen bevat." Beleefdheidshalve zwijgt hij over Bofills flatgebouwen bij de badplaats Sitges uit 1966, die drie jaar later onbewoonbaar verklaard moesten worden wegens gevaar voor de bewoners. Bofills stalen en glazen kubus met palmen op het vliegveld vindt Montaner echter wel geslaagd, al zorgde het aanvankelijk voor ernstige storing van de radar.

De twee mooiste gebouwen op de Montjuc hebben niets met de Spelen te maken. Het ene is een reconstructie van het Duitse paviljoen van de wereldtentoonstelling van 1929 van Mies van der Rohe, het ander het Miro museum uit 1975 van Joseph-Llus Sert. Van der Rohe's huis van staal, glas, onyx en marmer werd na de tentoonstelling afgebroken, maar is in 1986 gereconstrueerd en bevat zijn beroemde Barcelona stoel. Voor de jaren twintig is het tussen de potsierlijke Spaanse paleizen een gedurfd open paviljoen, wat degelijker dan Rietveld, al mist het behalve diens onhandigheid ook de speelsheid van Rietveld.

Serts witte museum voor zijn vriend Miro doet duidelijk denken aan De Stijl, maar heeft ronde vormen op het dak. Het glas in de halve koepels zorgt ervoor dat de surrealistische werken indirect door het Spaanse, c.q. Catalaanse licht worden beschenen. Beter kan Miro niet hangen. Sert, een dicipel van Le Coubusier, was tijdens de burgeroorlog de architect van het Spaanse paviljoen van de wereldtentoonstelling in Parijs in 1937 dat geheel in het teken van de strijd tegen het fascisme stond en waar Picasso zijn Guernica voor het eerst toonde. Ook dit gebouw is nagebouwd in het Olympische complex Vall d'Hebron in Barcelona en werd zondag door koning Juan Carlos geopend.

Behalve werk van Miro, is in zijn museum tot 6 september een tentoonstelling van video-kunst te zien. Deels door onbekendheid, deels door wat ik zag heb ik nooit veel om deze kunstvorm gegeven, tot ik hier de installatie 'The legible city' zag van de Australier Jeffrey Shaw in samenwerking met de Nederlander Dirk Groeneveld. De interactieve apparatuur maakt van de toeschouwer een fietser die naar believen tussen de 34-ste en 68-ste straat in Manhattan, over de Amsterdamse grachtengordel en in Karlsruhe kan fietsen. Het stuur en de trappers van een fiets sturen een computer aan, die de patronen van de huizen en gebouwen waar de fietser zich bevindt in driedimensionale letters op een groot scherm projecteert. Tot hier blijft het een technisch verhaal, maar dankzij Groenevelds research vormen de letters historische teksten die op het betreffende gebied slaan.

Vanaf de Dam reed ik over een uitgestorven Damrak naar het Centraal Station, dat uit de volgende tekst bestond: "10 jan 1732 sijn der twe broers met een klijn schuitje op het Ey uyt schieten gegaan ent schuitje is omgeslagen en sij sijn verdronken" . Het ritje rond het CS kostte een goed kwartier manoevreren om de hele tekst te kunnen lezen, plus de nodige zadelpijn.

Kan minister d'Ancona als zij volgende week in Barcelona is niet eens een ritje maken en de installatie voor permanent gebruik in een Amsterdams museum aan schaffen?

In het complex van Vall d'Hebron tegen de bergen in het westen van de stad zal worden gefietst en getennist en zal een deel van de pers worden ondergebracht. In het complex staan enkele opmerkelijke beelden. Claes Oldenburg en Coosje van Bruggen ontwierpen het twintig meter hoge sculptuur 'Els mistos', een omgevallen pak lucifers waaruit fel geel geverfde al of niet geknakte of verbrandde lucifers van staal steken. De Spanjaard Eudald Serra maakte een half rond metalen object op drie poten, waarin een stier kan worden herkend, het Spaanse motief bij uitstek waar ook Miro zich van bediende. De huizen voor de pers mogen er ook zijn, althans van buiten.

Meer compromissen lijkt de gemeente te zijn aangegaan in het Olympisch dorp aan zee. Door de verplaatsing van Spanje's eerste spoorlijn en de afbraak van een vervallen industriegebied in de wijk Pable Nou, het 'Catalaanse Manchester', heeft de stad haar zicht op zee hervonden en een kilometers lange boulevard en zandstrand gekregen.

De nieuwe ringweg loopt onder het Olympisch dorp door en vormt daardoor geen nieuwe barriere. Maar voorzover door de afzettingen is te zien heeft het Olympisch dorp weinig bijzondere woonblokken opgeleverd. Twee wolkenkrabbers vormen de blikvangers. De eerder genoemde hoteltoren 'hangt' in een stalen frame en is niet onaardig. De appartementen-toren daarentegen lijkt al van geringe afstand op de eerste de beste kantoorkolos. Tot ontzetting van de Barcelonezen ontbreken er balkons. Holsa-woordvoerder Borlan doet luchthartig over de kritiek van zijn stadsgenoten: "Aanvankelijk werd Gaud ook niet gepruimd en riep men: ,breek het af'."

In het dorp - in werkelijkheid een stadswijk - ruikt het naar specie en knispert het onder de schoenen. De boulevard eindigt voor het dorp in een bouwput vol kratten en bouwketen. Verscheidene gebouwen zijn nog niet af. Aan het Olympisch hotel wordt dag en nacht gewerkt, maar echt gereed zal het deze week niet komen. Barcelona heeft zijn best gedaan, de rest is voor manana, pardon: dema op zijn Catalaans.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden