Openbare verkopen zorgen voor miljoenen ontslagen

SHANGHAI - De ex-directeur van wat ooit een staatsbroodfabriek was, kijkt smekend. Hij wil zijn fabriekspand in Shanghai graag kwijt, en liefst zo dat hij er zelf een baan aan overhoudt. Wie anderhalf miljoen gulden kan betalen - “maar over de prijs valt nog te onderhandelen” - mag er morgen binnen.

De directeur probeert al twee maanden lang wanhopig een koper te vinden. Alle honderd arbeiders van de vroegere staatsfabriek zijn naar huis gestuurd, en ook de machines zijn elders opgeslagen. De directeur is nu alleen over, samen met de conciërge die in een koud kamertje bij de fabriekspoort schuilt tegen de regen. De staatsbank betaalt hun salarissen nog wel door, maar voor hoelang nog is niet duidelijk.

De broodfabriek is slechts tien jaar oud, maar het pand is totaal vervallen. We worden in een zwarte piepende goederenlift naar boven geleid, naar grote lege ruimten. De directeur wijst naar de witte vlekken op de stoffige vloer, de plaatsen waar vroeger de machines en koelingen hebben gestaan. In een hoek is nog een deeg-mengmachine overgebleven.

Officieel mag het verkopen van fabrieken pas sinds september, toen president Jiang Zemin op het vijftiende partijcongres hervormingen in de staatssector aankondigde. De tienduizend meest succesvolle staatsbedrijven mogen zich noteren op de beurs, de overige twintigduizend moeten een 'andere oplossing' zoeken, zo stelde Jiang Zemin. Hij noemde dit niet privatisering, maar het toestaan van 'verschillende vormen van eigenschap'.

Eén van de toegestane oplossingen is hopeloze bedrijven failliet verklaren, de arbeiders op straat zetten en het pand verkopen. Aldus wordt het laatste gedeelte van de staatsindustrie opgeruimd, waar toch al weinig van over was.

In 1978 maakte de staatssector nog bijna 78 procent uit van de nationale economie. Vorig jaar was dat percentage nog geen 30. “We praten nog steeds over 'leven in de staatsindustrie blazen', maar eigenlijk bestaat die nog nauwelijks”, zo lacht professor Bing Xiang van de China Europe International Business School in Shanghai.

Hij vertelt hoe de autoriteiten begin jaren '80 nog probeerden de staatsindustrie te hervormen door managers meer macht te geven. Maar dat leidde vooral tot hoge restaurant- en karaoke-rekeningen. Daarna probeerde de Chinese regering de staatsbedrijven een bepaald percentage inkomstenbelasting te laten betalen, waarna ze de rest van de winst zelf mochten houden. Maar niemand bleek zin te hebben om belasting te betalen en bedrijven gingen op papier ineens verlies lijden. Uiteindelijk werd enkele jaren geleden besloten de grote succesvolle staatsbedrijven te laten noteren op de beurs. Aandeelhoudende managers zullen dan, zo luidt de theorie, meer met de toekomst van hun bedrijf begaan zijn.

In sommige gevallen kopen de managers en de arbeiders hun hele bedrijf op. In een buitenwijk van Peking investeerde een directrice 1,7 miljoen yuan in 51 procent van de aandelen van een metaalbedrijf. Twintig onderdirecteuren en 185 van de 1000 arbeiders kochten de rest. De aandelen zijn alleen te koop voor arbeiders van het bedrijf; de waardepapieren moeten de staf nu een sterk gevoel van verantwoordelijkheid geven.

Dergelijke vormen van verkoop zijn de ideale vorm van privatisering. Niet alleen behouden de arbeiders hun baan, de fabriek gaat nu echt, volgens socialistisch principe, in handen van het volk.

Vaak is de praktijk minder ideaal. De eerste onhervormbare bedrijven gingen enkele jaren geleden al dicht, maar toen gebeurde dat nog onder een arbeiders-vriendelijke formule, waarbij de arbeiders nog wel wachtgeld en pensioen krijgen doorbetaald. Maar de komende jaren zullen miljoenen van de huidige 110 miljoen arbeiders in staatsbedrijven op straat komen te staan, en de staat kan moeilijk voor iedereen blijven betalen.

Nog zijn er regio's in China waaraan al deze drastische hervormingen totaal voorbijgaan. Een krant uit Hongkong berichtte onlangs over een fabrieksdirecteur Wu Yonggao, uit de Noordelijke stad Lanzhou. Wu staat in schoon Mao-pak trots voor een modelproduct van zijn fabriek: een kleine tractor. De fabriek bestaat vanaf 1952, onderging tijdens Deng's twintig jaren van open-deurpolitiek geen enkele hervorming, en wil nu ook Jiang Zemin's tijdperk overleven. Dat doet Wu door hoge productiecijfers en enorme papieren winsten te rapporteren, alhoewel een bezoeker vooral een verroeste werkplaats en rijen onverkochte tractoren ziet. “Niemand verliest hier ooit zijn baan”, zegt manager Wu trots. “Dat is onze traditie.”

Maar iedereen weet dat de meeste staatsfabrieken maar het beste dicht kunnen. In Peking organiseerde de stad onlangs zelfs een speciale tentoonstelling. De lokale kranten riepen “mensen, inclusief buitenlanders” op te komen kijken naar de 56 staatsbedrijven in de aanbieding. De krant meldde uitdrukkelijk dat kopers niet verantwoordelijk zouden zijn voor oude schulden of de vroegere arbeiders.

In Shanghai begon de verkoop van staatsbedrijven al voor september. Een manager van een Hongkongse winkelketen laat een recente aanwinst zien: een fabriek waar ooit zonnepitten werden geroosterd (een populaire lekkernij in het theater voor de komst van popcorn in China). In juni kocht de manager het staatsbedrijf. De arbeiders werden naar huis gestuurd. “We hebben zelf al te veel mensen in dienst, en kunnen moeilijk voor die van anderen gaan zorgen”, verklaart de manager droog. Het oude fabriekspand wordt nu gebruikt als verzamelruimte voor verse groente. Het afgelopen jaar deden buitenlandse concurrenten als Albert Heijn hun intrede in Shanghai, en de manager van de Hongkongse winkelketen probeert nu hun 'alles vers'-formule te imiteren.

Ook al stonden de fabrieken al voor september te koop, de manager vindt het toch prettig dat de verkopen nu ook officieel zijn toegestaan. Sinds Jiang Zemin's speech worden er steeds meer fabrieken van de hand gedaan, zo vertelt hij, en daardoor zakken de prijzen ook snel. Zijn bedrijf, dat honderdvijftig winkels heeft, kan dergelijke goedkope fabrieksruimte goed gebruiken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden