Open gordijnen, maar niet langer gastvrij

interview | Identiteit geeft houvast, daarom kost het Nederlanders zoveel moeite om eeuwenoude zelfbeelden los te laten, stelt letterkundige Herman Pleij. De ophef over Zwarte Piet, de kwestie Guus Hiddink, het is allemaal te verklaren.

Met de discussie rond Zwarte Piet gaat het volgens Herman Pleij zeker goed komen. Legendes en volksfeesten zijn volgens hem kapstokken voor maatschappelijk ongerief en dingen die je dwarszitten. Hij herinnert eraan dat Sinterklaas een paar jaar geleden een rol speelde in het pensioendebat, bij de verhoging van de aow-leeftijd. "Heel speels. Sint was zo oud, die moest ook met pensioen. Nu zitten we met een onverwerkt slavernijverleden, toenemende zorg over racisme en gedoe rond de PVV. Je hebt soms kapstokken nodig om een debat te voeren."

Nu ziet hij al van alle kanten ideeën komen. "Idiote oplossingen soms. Alhoewel ik die van Gouda, met stroopwafelpieten, wel heel geestig vind. Wat de Amsterdamse burgemeester Van der Laan vorig jaar deed was slim. De intocht ging door, maar er ging wat veranderen: Pieten hadden niet twee maar één koperen ring en minder krullen. Het lijkt niks voor te stellen, maar je erkent daarmee wel het punt van de tegenpartij. Zo zijn we er in Nederland altijd uitgekomen. Nog niet genoeg, nee. Maar dit ligt ook erg diep en het gaat over een zeer gevoelig punt."

In zijn boek 'Moet kunnen', dat vandaag volledig herzien uitkomt, laat hij op de van hem bekende manier zien dat Nederland taaie tradities kent die langzaam veranderen en die in feite grote schokkende gebeurtenissen opvangen. De collectieve mentaliteiten, zoals hij die noemt - eenvoud, zuinigheid, recht door zee, doe maar gewoon, verbeeld je maar niks, leve het gezin - kwamen al in de Middeleeuwen voor. Pleij heeft lang gezocht naar een overkoepelend motto en volgens hem is dat: 'moet kunnen'. Hij meent dat in die uitdrukking veel ligt opgesloten van wat ons beweegt. Je kunt het horen bij de patatkraam, maar ook in de ministerraad. "Hoe extreem het ook is wat je wilt, ook al ben ik het er niet mee eens, het moet toch mogelijk zijn. En dat is nog tot Willem van Oranje terug te voeren."

Senseo

Is het toeval dat Pleij zijn gast vraagt of hij koffie wil en dan licht verontschuldigend zegt dat het van een Senseo-apparaat komt? In zijn boek legt hij uit hoe slim de makers van Senseo - jawel, Nederlands fabricaat - bij de lancering hiervan het gezellige gezin in stelling brachten. Die gezelligheid stamt uit de stadscultuur van de late Middeleeuwen. Ooit werd met gezellig de verbondenheid uitgedrukt van gelijkwaardige mensen die niet zonder elkaar konden bestaan. "We waren immers gezellen op aarde, verbonden door hetzelfde lot."

Pleij trekt lijnen - 'liefst lange lijnen' - van het nu naar toen en weer terug. "Ik ga tegen de waan van dit tijdperk in dat de wereld na een schokkende gebeurtenis totaal is veranderd. Ik denk vaak aan de woorden die Joop den Uyl sprak tijdens de oliecrisis: 'het wordt nooit meer als vroeger'. Er veranderde echter niets. De moorden op Fortuyn en Van Gogh brachten dat ook naar voren. Het blijkt, grofweg gezegd, niet te kloppen. Die moorden waren heel ingrijpend, maar diep gechoqueerd gaan we weer verder. Er verandert wel iets, maar niet in absolute zin."

Kunt u zich nog herinneren wanneer u hiermee bent begonnen?

"Jazeker. Mijn vak is middeleeuwse letterkunde, dat vond ik als student heel opwindend. Midden jaren tachtig kwam ik in contact met mensen van de Haagsche Post en met hen sprak ik over het totale gebrek aan belangstelling voor de wat oudere letterkunde, terwijl de schilders uit ons verleden alle aandacht krijgen. Toen vroegen zij of ik daarover een stuk wilde schrijven. Zo is dat balletje gaan rollen en schreef ik stukken over hoe wij met onze cultuur omgaan. Het is een soort essayistiek, heel speculatief, maar erg leuk om te doen."

"Ik kwam ook op dat spoor via mijn proefschrift over carnavalsteksten en het gilde van de Blauwe Schuit. Die teksten uit de 15de eeuw waren onbegrijpelijk, niemand had er belangstelling voor, maar ik vond ze intrigerend. Ik ontdekte toen dat literatuur in de 15de eeuw gebruikt werd om een burgerlijke moraal te vestigen. Door tijdens carnaval de wereld om te keren: te zuipen, te schreeuwen, vreemd te gaan. Dit was het spiegelbeeld van de gewenste moraal: hard werken, zuinig zijn. Ik dacht toen: hé, dat noemen wij calvinistisch. Men begon dus in de zeventiende eeuw met het toeschrijven van die eigen zelfbeelden aan het calvinisme om daarmee de indruk te wekken dat deze deugden van protestantse origine zijn en niet uit het katholieke zuiden komen. Maar dat is stadsmoraal, koopliedenmoraal. Calvijn en calvinisme hebben daar op voortgeborduurd. Toen zag ik ineens die lijnen, want wij zijn nog steeds bezig met zelfbeelden dat wij zuinig zijn, hard werken en dat je voor jezelf moet kunnen zorgen."

Heeft u een verklaring voor het gegeven dat die beelden nu al zo'n zes, zeven eeuwen standhouden?

"Mensen hebben houvast nodig, een identiteit. Vooral omdat het zo'n lange traditie heeft, doe je er heel moeilijk afstand van. Dat is duidelijk met het volksgericht dat vorige week over voetbalcoach Guus Hiddink uitbrak. Kranten als De Telegraaf en Algemeen Dagblad eisen dat die man onmiddellijk wordt ontslagen. Ze vinden niet dat hij een slechte trainer is, maar hij berooft ons van onze identiteit! Oranje is voor velen een deel van hun identiteit, een symbool van saamhorigheid. Waar vroeger de kerk zorgde voor saamhorigheid, is er nu Oranje. Dat moet zo'n Guus Hiddink ons niet ontnemen."

Het zijn emotionele reacties, maar die zitten wel diep, zegt Pleij. Wij denken dat wij een nuchter volk zijn, maar dat wordt volgens hem geregeld weersproken door uitgesproken hysterisch gedrag, zoals bijvoorbeeld de begrafenis van André Hazes. "Als je lang rustig bent, dan knalt het er soms uit, zoals met carnaval. Dan hang je de beest uit en keer je er opgefrist uit terug. Die ventielfunctie is belangrijk."

"Wij zijn ook niet van de slappe meningen. Die zijn soms zelfs extreem! Nou, dan gaan we om de tafel zitten om te praten. Zegt de ene kant: vuile slavendrijvers, hoe haal je het in je kop om met Zwarte Piet te komen. Zegt de andere kant: blijf met je gore poten van ons kinderfeest af. Maar uiteindelijk komen er pragmatische oplossingen. Dat noemen ze in de Verenigde Staten 'going Dutch'. 'Kijk hoe Nederlanders dat doen', zeggen ze, 'die schelden elkaar ook verrot maar uiteindelijk maken ze een mooi compromis'. Dat gaat hortend en stotend, maar het gebeurt wel. Elke samenleving heeft sprookjes, mythen en legendes nodig. Die veranderen met de tijd mee, blijven nooit hetzelfde. Maar soms, zoals met ons Sinterklaasfeest, gaat het niet snel genoeg en is er een actualiteit die de huidige stand inhaalt."

Oubollige Sint, slimme Piet

Dat het sinterklaasfeest voor Nederlanders steeds belangrijker lijkt te worden kan Pleij wel verklaren. "Het is namelijk een reinigingsritueel. Dat hoorde aanvankelijk bij de kerken, het christendom. Schuld bekennen, boete doen en beloning krijgen. Zoals gezegd is die kerk voor velen vervaagd, maar er moet iets voor in de plaats komen. We kunnen niet zonder reinigingsrituelen. We schrijven versjes voor elkaar, niet voor de lol, maar om elkaar eens duchtig de oren te wassen en het toch gezellig houden."

"Mensen die zeggen: 'handen af van Zwarte Piet', vergeten dat het sinterklaasfeest de laatste jaren behoorlijk is veranderd. De Sinterklaas uit mijn jeugd is totaal anders dan die van vandaag en Zwarte Piet trouwens ook. Sinterklaas was toen een engerd, een ontzettend autoritaire man en hij had een boek waarin precies stond wat jij fout had gedaan. Joost mocht weten hoe hij dat wist. Piet stond ernaast met een roe in zijn ene hand en een zak in zijn andere. Die roe was om je af te tuigen en die zak was om je naar Spanje te vervoeren, voor de zware gevallen zeg maar."

"Maar nu is de Sint een lieve, wat oubollige man geworden die de moderne tijd niet meer kan volgen. Internet, daar snapt hij niets van. Gelukkig heeft hij een roedel pieten om zich heen, dat zijn ontzettend leuke types, die slim zijn en alles in goede banen leiden. De zak is uitsluitend voor de cadeautjes."

In zijn boek schrijft Pleij dat als je de strekking van alle sinterklaasversjes op een rij zou zetten, je een gedetailleerde beschrijving in handen hebt van onze huidige collectieve mentaliteiten. "Stel je niet aan, verbeeld je maar niets, doe maar gewoon, gedraag je, wat moeten ze wel niet van je denken, wees netjes, kom eerlijk voor je mening uit, niet zeuren en je best doen." Het zijn mentaliteiten die volgens Pleij vooral ter herleiden zijn tot onze koopmanscultuur die is ontstaan vanaf de late Middeleeuwen.

"De eerste bewoners van deze moerasdelta waren gedoemd om handelaren te worden. Je kon hier niet bestaan van de grond. Sinds de vijftiende eeuw zijn wij de grootste vrachtvervoerders van Europa. Wij leven van transitohandel. Wij kopen iets in land A, knutselen er wat aan en verkopen het door aan land B. Niet te veel over praten, want anders gaan anderen het ook doen. We worden meester van het compromis: 'dit kost zoveel, nee zoveel'. Het is schipperen en marchanderen. Daar komt de komst van de waterschappen bij, waardoor we moeten overleggen en samenwerken om droge voeten te houden en waarbij niemand moet denken dat hij of zij beter is dan een ander."

Op onszelf

Een van de weinige dingen die volgens Pleij uit die begintijd zijn verdwenen, zijn de gastvrijheid en saamhorigheid die juist in de Middeleeuwen kenmerkend waren voor de Lage Landen. "We laten nu de gordijnen wel open, maar dat betekent beslist geen uitnodiging om binnen te komen. De individualisering heeft hard toegeslagen. We herkennen allemaal het beeld dat ook met goede vrienden over een etentje onderhandeld moet worden. Dan komen er vier agenda's op tafel en wordt er over zes weken afgesproken. Dat wordt twee keer afgezegd, elke partij een keer. Na negen weken ga je eten en wordt het ontzettend gezellig en laat. Bij het afscheid nemen zeg je dat het etentje snel moet worden overgedaan. Het is heel opmerkelijk dat we zo op onszelf zijn geworden. Ik denk dat dat de verklaring is voor de enorme populariteit van popfestivals bij jongeren. We kunnen immers niet het hele jaar opgesloten blijven."

'Moet kunnen' eindigt met een waarschuwende noot. U wijst op de vele fusies op hogescholen, ziekenhuizen en noem maar op. Hierdoor ontstaat er veel hiërarchie en daar houden we helemaal niet van, zegt u.

"Klopt, ik eindig moralistisch, ik kon het niet laten. Onze geschiedenis is doortrokken van de strijd tussen centrale en decentrale macht en dat begon al met het gedoe tussen de Oranje-stadhouders en de raadspensionarissen. Maar in grote organisaties gaat ons poldermodel verloren, we sluiten geen compromissen meer, brugfuncties gaan verloren en de top weet niet meer wat op de werkvloer leeft. In onze tijd zie je dat bij het drama rond de snelheidstrein Fyra, maar ook uitgerekend bij de Rabobank. Dat was altijd een coöperatieve organisatie, een vereniging waar de baas precies wist wat er bij de balies speelde."

"Ik geloof deskundigen die zeggen dat het klein- en middenbedrijf de motor van de Nederlandse economie is. Het familiebedrijf is door de eeuwen heen voor de Nederlander de meest ideale bedrijfsvorm. We moeten het hebben van onze ideeënrijkdom. Wij zijn goed in het bedenken van dingen en niet in het uitvoeren en coördineren. Aanvaard dus dat de besluitvorming in de polder langzamer gaat, maar betaal die tol en gooi dat model niet weg."

'Moet kunnen' van Herman Pleij verschijnt vandaag bij uitgeverij Prometheus Bert Bakker. 224 pagina's, 17,95 euro.

De foto maakt deel uit van de tentoonstelling 'Nederland in 100 verjaardagen' van fotografe Ilvy Njiokiktjien, die van 8 november tot en met 11 januari te zien is in het Nederlands Fotomuseum. Bij de tentoonstelling verschijnt het boek 'Slagroomtaart en Slingers', waarin alle honderd verjaardagen zijn gebundeld, met een voorwoord van Youp van 't Hek. Het boek is vanaf 22 november verkrijgbaar in de winkel, prijs 25 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden