Open en bloot

Links: De nieuwe Rabozaal in de Amsterdamse Stadsschouwburg, gezien vanaf de tribune. Nu staat er een speciale opstelling voor het stuk ¿Rocco en zijn broers¿, waarbij vier tribunes op het toneel geplaatst zijn rondom een boksring. Rechts: Aanbouw van de Stadsschouwburg richting de Melkweg, gezien vanaf het Leidseplein. (FOTO'S WERRY CRONE, TROUW) Beeld
Links: De nieuwe Rabozaal in de Amsterdamse Stadsschouwburg, gezien vanaf de tribune. Nu staat er een speciale opstelling voor het stuk ¿Rocco en zijn broers¿, waarbij vier tribunes op het toneel geplaatst zijn rondom een boksring. Rechts: Aanbouw van de Stadsschouwburg richting de Melkweg, gezien vanaf het Leidseplein. (FOTO'S WERRY CRONE, TROUW)

Een zwarte doos van glas en staal, een roezemoezende stadsfoyer en transparante repetitieruimtes vegen het stof van de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Welk stuk ik er voor het eerst heb gezien en hoeveel voorstellingen in de afgelopen decennia, weet ik niet. Wel dat we het begin jaren zeventig, in onze studententijd, vertikten nog langer een net jurkje of pak aan te trekken voor een bezoek aan de Stadsschouwburg. De spijkerbroek bleef aan. In het verlengde van de Actie Tomaat, de opstand tegen de gevestigde toneelorde in 1969, was dat onze alledaagse provocatie van het burgerlijke imago, wat door de vele oudere toneelbezoekers met lede ogen werd aangezien.

Zeker bij belangrijke premières heeft feestelijke kleding dat taboe allang weer ingehaald. Daarin verschilt de Schouwburg niet meer van andere uitgaansgelegenheden. Maar de aversie tegen de stoffigheid van het cultuurbolwerk aan het Amsterdamse Leidseplein verdween nooit helemaal. Soms sluimerend, om dan opeens weer los te barsten. Vooral toen Gerardjan Rijnders artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam werd, zich publiekelijk keerde tegen pluche en ouderwetse toneellijst, en zijn heil zocht op het Westergasfabriekterrein, liepen de discussies hoog op.

De roep om sloop – van de binnenkant – heeft het uiteindelijk afgelegd tegen historisch cultuurbesef en -behoud. Het verlangen naar meer toegankelijkheid en een flexibele, aan uiteenlopende eisen van modern toneel aan te passen theaterzaal heeft tot een misschien nog wel radicalere oplossing, letterlijk een uitweg, geleid. Aan de achterkant van de Schouwburg ontspruit een uit veel glas en staal opgetrokken complex (architect Jim Klinkhamer) dat, hangend boven de Lijnbaansgracht, meteen een schakel vormt met popmuziektempel de Melkweg.

Met zestig speeldagen zal de Melkweg, via een eigen ingang, bovendien een ander publiek de nieuwe theaterzaal binnenlokken. Zo ontstaat een ware symbiose van oud, nieuw en jong.

Voor Melle Daamen is het telkens een feest zijn bezoekers rond te leiden. ’De Schouwburg Ontsloten’ was de titel van de beleidsnotitie waarin hij begin 2002, honderd dagen na zijn aantreden als directeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg, zijn visie gaf op functie en toekomst van de Stadsschouwburg als toonaangevend centrum van de Nederlandse theatercultuur. Het gebouw moest de hele dag reuring en vitaliteit uitstralen in plaats van uitsluitend ’s avonds tijdens voorstellingen open zijn, vond hij: „Het was heel rigide. Het is wel gebeurd dat iemand na afloop op de wc zat, toen de lichten al werden uitgedaan.”

De belangrijkste verandering is dat de monumentale entree aan de voorkant nu café-restaurant Stanislavski herbergt, de hele dag open voor ontbijt, lunch, diner. Tot na middernacht kan ook het theaterpubliek er over een voorstelling napraten. Daglicht stroomt binnen door grote ramen die negen voormalige deuren in de voorgevel vervangen. Die deuren scheidden ooit de standen. De hoofdingang was voor de notabelen, de zijdeuren waren voor het lagere volk dat daar ongezien naar het schellinkje klom. Het standsverschil zette zich er zelfs door in de ondiepe traptreden en relatief simpele leuningen.

Via die trappen is nu het Ajax-terras, met uitzicht over het hele plein, eenvoudig bereikbaar vanuit het café. Wel moest daarvoor een muur, die destijds de standen hermetisch scheidde, worden gesloopt – de enige ingreep die voor stevig gesteggel met de Rijksdienst voor Monumentenzorg zorgde. Verder is alles in oorspronkelijke staat hersteld, wit geschilderd en zijn alle pilaren tevoorschijn gehaald. Opeens valt de prachtige kroonluchter, die altijd al in de hal hing, op.

De sfeer is ’Parijzig’. Komt, volgens Daamen, door de hoogte, het cafégeroezemoes zonder muziek, en stijlverwantschap met de Parijse Opéra Garnier. De serieuze uitstraling van de in de rechterhoek gehandhaafde Theaterbookshop vormt, merkt men, een mentale barrière voor dronken voetbaltoeristen vanaf het Leidsepleinterras.

Gevolg van de keuze voor horeca aan de voorkant is dat de kaartverkoop en de officiële ingang naar de (rechter)zijkant zijn verhuisd. Weggemoffeld, roepen velen, boos over de verdwenen allure. „Onzin”, vindt Daamen, „want ook de entree door de hoofdingang blijft nadrukkelijk bestaan met een breed, van tafeltjes vrijgehouden pad. Horeca is voor mij niet een doel, maar een middel. Als stadsfoyer, om de schouwburg open te krijgen.”

In de onder de kaartverkoop uitgegraven garderobe ontdekt Daamen een niet-originele klok. Er zijn meer details, die in de praktijk om correctie vragen. In de zeer ruime artiesteningang – met rood pluchen (!) zitje – aan de Marnixstraat tobt een verder tevreden portier Joost Kuper over de kale vloer die bij pratend bezoek voor een hinderlijke weergalm zorgt.

üp naar het pronkstuk, de nieuwe theaterzaal. Te bereiken via het Gijsbrecht-bordes op de tweede verdieping. Even een omweg langs kleedkamers met open bovenlichten, waardoor acteurs in de gangen lopende toeschouwers kunnen horen praten.

Dan: de overweldigende ruimte maakt me even sprakeloos. „Overkomt iedereen”, glundert Daamen. Een comfortabele, vanaf de vloer intiem ogende tribune van ruim 500 stoelen, ertegenover een eindeloos hoge achterwand van glas die uitkijkt op de bakstenen achtergevel van de oude schouwburg, ertussen een enorme speelvloer van 29 meter breed en 19 meter diep.

De Rabozaal als ultieme zwarte doos waar ’s avonds én bij daglicht de meest diverse producties geprogrammeerd kunnen worden. Van klassieke opstelling tot toneel-optoneel met neergelaten scheidingswand en losse tribunes; met een apart podium op de vloer en vele rijen extra stoelen of alleen staanplaatsen is er bij popconcerten zelfs plaats voor 1100 tot 1400 mensen. Geluidsoverlast naar de grote schouwburgzaal, de Melkweg en vice versa is er niet. En de akoestiek? „Daar kunnen we nog niet echt iets over zeggen”, zegt Daamen: „Muziek lijkt goed, maar op stemmen kon nog niet getest worden. Dat wordt dus nog een verrassing.”

Tussen de bedrijven door is het voor het publiek goed toeven in een ver boven straatniveau hangende foyer met uitbundig uitzicht over Lijnbaans- en Leidsegracht, een verdieping hoger zo mogelijk nog fraaier vanuit een opvallend licht repetitielokaal, artiestenkantine en dakterras. De transparantie tussen buiten en binnen is nog drastischer doorgevoerd in het grote repetitielokaal beneden. Door een enorme glazen wand aan de straatkant kunnen voorbijgangers het werk- en repetitieproces bekijken.

Met name Ivo van Hove, de huidige artistiek leider van huisgezelschap Toneelgroep Amsterdam, vindt dat belangrijk, mede om aldus de nieuwsgierigheid te prikkelen. Maar of acteurs dat op prijs stellen? „Acteurs zijn toch best exhibitionistisch”, zegt Daamen. Op het podium ja, maar daarnaast is juist de beslotenheid van een repetitielokaal essentieel voor acteurs om kwetsbaar, onzeker te durven zijn bij het zoeken naar de kern van hun rol. Zij willen vast de gordijnen dicht. Maar, zegt Daamen: „Ivo heeft een hele sterke wil.”

Of de nu gerealiseerde openheid van de Stadsschouwburg straks toch een enkel discreet gordijn kan velen, zal de tijd leren. Het blijft spannend.

Verbouwing Stadsschouwburg Amsterdam 2009 (Werry Crone/Trouw) Beeld
Verbouwing Stadsschouwburg Amsterdam 2009 (Werry Crone/Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden