Open brief van een inwoner van Amsterdam aan zijn burgemeester

'Door het apart zwemmen van jongens en meisjes van een islamitische basisschool te subsidiëren, legitimeert u de de onderdrukking van de moslimvrouw', schreef Ayaan Hirsi Ali in L & G van 6 maart aan burgemeester Job Cohen. 'Liever geen gescheiden zwemmen, maar als het moet, dan wel, want ik heb liever dat kinderen kunnen zwemmen dan dat ze de kans lopen te verdrinken', antwoordde Job Cohen in L & G van 13 maart. Paul Cliteur vindt dat Cohen helemaal geen religieuze instellingen mag subsidiëren maar, als burgemeester, neutraal moet zijn. 'Subsidiëren is partij kiezen. Wie alleen een moskee subsidieert, discrimineert een synagoge. Wie alle kerken subsidieert, discrimineert ongelovigen.'

Geachte heer Cohen,

Zoals blijkt uit verschillende berichten in Trouw van vorige week (10 maart en 13 maart) houdt u vast aan uw opvatting dat het om pragmatische redenen is toegestaan religieuze groeperingen te subsidiëren uit algemene middelen. Tenminste, zo moet ik uw pleidooi voor het betalen van zwemles en taalles die vanuit de moskee worden gegeven toch begrijpen?

Opvallend is dat u in uw stuk van 13 maart over dit punt luchtigjes heenpraat met terloopse opmerkingen die de kern van het debat niet raken. Er kan van u niet gevraagd worden dat u met een boog om kerken, synagogen en moskeeën heenloopt, zegt u.

Nee, maar dat vraagt ook niemand.

U wilt een dialoog tussen verschillende groeperingen in de stad. Geen mens die u dat recht zal ontzeggen.

U vindt het goed dat onze premier contact heeft met de Raad van Kerken. Ik ook. Wie niet?

Iedereen in Nederland, ook de moslim, staat het vrij om te geloven, te denken en te uiten wat hij of zij zelf wil zonder dat de overheid daarin interfereert, zegt u.

Niemand zal het met u oneens zijn, ook al vind ik het politieke stemmingmakerij te insinueren dat iemand het anders zou willen.

Het probleem dat u maar blijft miskennen, is dat u als burgemeester van Amsterdam geen publieke middelen mag gebruiken om religieuze overtuigingen financieel te faciliteren, ook niet indirect.

In Trouw van 10 maart 2004 formuleert u het als volgt: ,,Wij willen in Amsterdam graag dat moslimvrouwen Nederlandse taallessen nemen. Waar bereik je ze? In de moskee! Dan kun je als gemeente wel met een 'intermediaire organisatie' aan de slag, maar dan heb je een bereik van hooguit 20 procent. Gaat het via de moskee, dan komt er opeens 80 procent.''

Uw pragmatische, door uzelf zelfs als 'opportunistisch' gekwalificeerde benadering, ontneemt u het zicht op wat in Nederland toelaatbaar is.

Door niet met een intermediaire organisatie in zee te gaan, maar met een kerkgenootschap, synagoge of moskee, subsidieert de gemeente activiteiten van (in dit geval) de moskee. Het zou uitgezocht moeten worden op welke schaal deze verkeerde praktijk plaatsvindt, maar ik begrijp uit uw woorden (a) dat het voorkomt en (b) dat u het niet afwijst.

Daarover maak ik mij grote zorgen die alleen maar toenemen omdat u telkens voorgeeft dit punt niet te begrijpen. Het overkoepelende bezwaar tegen deze indirecte religieuze subsidiëring, is dat het in strijd is met de rol die de overheid in ons politieke bestel zou moeten spelen. De overheid dient neutraal te zijn. Men brengt dat ook wel tot uitdrukking met de woorden dat de overheid de scheiding van kerk en staat dient te respecteren.

Helaas heeft dat beginsel niet een duidelijke basis in de letterlijke tekst van de Grondwet (iets dat zou moeten veranderen, overigens). Maar het is wel een beginsel dat aan onze rechtsstaat ten grondslag ligt. Dit beginsel is de laatste tijd in toenemende mate relevant geworden, omdat Nederland een multiculturele samenleving is geworden.

Uit dat feitelijke gegeven van een multiculturele samenleving trekken veel mensen, net als u, de verkeerde conclusies. Zij trekken daaruit de conclusie van het 'multiculturalisme'. Dat is de stelling dat niet alleen de samenleving, maar ook de neutrale overheid zou moeten worden getransformeerd in een multiculturele overheid.

Zo'n multiculturele overheid zou allerlei faciliteiten moeten bieden voor het ventileren van religieuze identiteiten. Bidruimtes op openbare scholen. Het dragen van religieuze symbolen bij de rechterlijke macht. Ja, waarom zou een rechter dan ook niet een button mogen opspelden 'Stem VVD'?

Dat is een heilloze weg. Juist wanneer de samenleving meer multicultureel wordt, moet de overheid als bemiddelende scheidsrechter meer neutraal worden. Een multiculturele samenleving vraagt om een monoculturele staat.

Men kan het ook zo zeggen: Multiculturalisme en de multiculturele samenleving sluiten elkaar uit. Een multiculturele samenleving kan alleen goed functioneren wanneer de staat onpartijdig is.

Die monoculturele staat kan niet anders zijn dan een seculiere staat. Dat is niet hetzelfde als een atheïstische staat. Een seculiere staat wil zeggen dat de overheid geen partij kiest in religieuze en levensbeschouwelijke tegenstellingen. Subsidiëren is ook partij kiezen. Het blijft zelfs partij kiezen wanneer de overheid alle religieuze groeperingen subsidieert (immers dan is het partij kiezen ten nadele van ongelovigen).

De Rotterdamse christen-democraat Anton Stapelkamp laat in Trouw van 13 maart zien dat de Nederlandse staat op dit moment niet consequent is ingericht volgens de door mij beleden beginselen. Giften aan kerk en moskee zijn aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. In enkele gemeenten wordt begonnen met ambtsgebed. Uw Rotterdamse collega Opstelten zingt lustig 'Ere zij God', zegt Stapelkamp.

Maar het feit dat ook anderen een loopje nemen met het beginsel van de scheiding van kerk en staat wil natuurlijk niet zeggen dat elke vorm van gesjoemel moet worden gedoogd. Helaas is dat wel de conclusie die door Stapelkamp getrokken wordt.

Gelukkig haalt hij zijn eigen betoog aan het eind weer onderuit door geheel tegenstrijdig aan de teneur van zijn bijdrage te beweren dat het 'misschien verdedigbaar' is bij rechters kledingeisen te stellen. Ook zegt Stapelkamp: ,,En natuurlijk mag je van ambtenaren een zekere ingetogenheid verwachten, uit respect voor de burger die er misschien een andere opvatting op na houdt.''

Daar zijn wij bij des Pudels Kern. In strijd met zijn betoog onderkent dus ook Stapelkamp dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen iemands hoedanigheid als burger en iemands hoedanigheid als overheidsfunctionaris. Daar zou u een voorbeeld aan moeten nemen.

U bent erg tevreden over Milli Görüs die de islam in vrijzinnige richting interpreteert. Daar is toch niks mis mee? Nee, zeker niet. Maar u bent geen voorzitter van Milli Görüs, u bent burgemeester van Amsterdam. Dat wil zeggen: van álle Amsterdammers. Een burgemeester die zich met religieuze tekenen tooit, religieuze liederen meezingt (zoals Opstelten kennelijk doet), religieuze groeperingen uit de staatskas bekostigt (zoals u zelf kennelijk doet, zij het indirect) laat een aanzienlijk deel van de burgerij in de kou staan.

U vindt dit misschien Prinzipienreiterei. Het gaat er toch om wat 'werkt'? Nee, sommige dingen die 'werken' kunnen toch niet. Bovendien kan het onder de gegeven omstandigheden van grote multiculturaliteit of pluriformiteit niet langer werken dat de overheid zijn onpartijdige rol steeds meer laat varen en zelf 'partijdig' of 'pluriform' wordt.

Het is verbazingwekkend hoe moeilijk mensen zicht krijgen op dit vraagstuk. Uw positie is wat dat betreft helaas niet uniek. ,,Doen alsof de scheiding tussen kerk en staat vanzelfsprekend moet leiden tot verbanning van religie uit het politieke domein is misleidend'', schrijft de Amsterdamse historicus Jan Dirk Snel in hetzelfde nummer van Trouw.

Maar verbanning van religie uit het 'politieke domein' verwacht natuurlijk niemand. André Rouvoet kan in het politieke domein zich op bijbelteksten beroepen ter ondersteuning van zijn voorstellen. El Moumni kan zich op de koran beroepen. Maar de burgemeester van Amsterdam kan dat niet, omdat hij, net als de regering, boven de partijen moet staan en geen onderdeel moet zijn van de politieke strijd die in de samenleving plaatsvindt.

De positie van de ambtenarij en van de regering is dus een geheel andere dan die van volksvertegenwoordigers en politieke partijen. Net als de positie van de ambtenarij geheel verschillend is van die van de burgerij.

Een veel voorkomende misvatting is ook dat de vrijheid van denken, geweten en godsdienst uit artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens een kerstening of sacralisering van het overheidsbeleid zou legitimeren. Dit artikel geldt voor het menselijk individu in zijn hoedanigheid van staatsburger. Op dat artikel kan het staatshoofd zich dus niet beroepen ter rechtvaardiging van christelijke kersttoespraken. U kunt zich daarop ook niet beroepen in uw hoedanigheid van burgemeester wanneer u religieuze belijdenis wilt afleggen wanneer u in functie bent. Als we dit artikel ongekwalificeerd van toepassing zouden verklaren op mensen die een publieke functie bekleden dan zou het neutrale overheidsgezag veranderen in een bonte verzameling van individuen die vrijelijk hun politieke, religieuze en etnische identiteiten gaan uitventen. De staat is geen kerk. Ook niet een verzameling van kerken.

U zult zeggen: maar ik subsidieer alleen zwem- en taalles vanuit de moskee. Meer niet.

Nee, maar ik probeer u de consequenties voor te rekenen van deze heilloze weg. Waarom zou u niet veel meer gaan subsidiëren via de moskee? Vanwege het grotere bereik van de moskee (geen 20 maar 80 procent) kun je ook de bijstandsuitkeringen wel via de moskee laten lopen. Of het onderwijs. Of de rechtsbedeling. Op basis van het heilloze pragmatisme kan men elke overheidstaak wel door een kerkgenootschap laten verrichten. Dat was de situatie in de Middeleeuwen, maar het hoort niet de situatie te zijn in een moderne democratische rechtsstaat.

U kunt uw privégeld aan de moskee doneren, niet 'ons geld'.

Natuurlijk is denkbaar dat de gemeente zal proberen het geld voor de taalles of de zwemles te oormerken, maar men kan er niet omheen dat het de positie van de moskee versterkt. En wie de positie van de moskee versterkt met geld voor taalles en zwemles, versterkt ook de positie van de moskee als het aankomt op het overdragen van opvattingen over man/vrouw-verhoudingen, homoseksualiteit en ongeloof. Wie denkt alleen zwemles te subsidiëren, subsidieert dan in feite onderdrukking.

Een probleem is ook dat de overheid langs deze weg in feite discriminatie sanctioneert. Wie alleen een moskee subsidieert, discrimineert een synagoge. Wie alle kerken subsidieert, discrimineert ongelovigen.

In de Amerikaanse constitutie staat in het eerste amendement: Congress shall make no law respecting an establishment of religion, or prohibiting the free exercise thereof. ('Het Congres zal geen wet maken betreffende de instelling van een godsdienst, of die de vrije uitoefening van een godsdienst verbiedt.') Eigenlijk zou Nederland ook die scheiding van kerk en staat duidelijk in de Grondwet moeten regelen.

Ten overvloede: deze bezwaren hebben niets te maken met een afkeer van religie. Zij beknotten ook niet de vrijheid van godsdienst. Evenmin hebben zij iets te maken met het stigmatiseren van groepen mensen. Zij zijn niet gebaseerd op een afkeer van de islam, het jodendom, het christendom of welke godsdienst ook. Zij zijn gewoon gebaseerd op een nuchtere analyse van de uitgangspunten van een democratische rechtsstaat.

Dat gemeenschappelijk erfgoed mag niet verloren gaan. En wel in de laatste plaats door een slordig redenerende overheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden