Review

'Opeens stond de politie voor de deur'

Christine Otten (1961) is schrijfster.

’Mijn roman is gebaseerd op een traumatische gebeurtenis in ons leven, zo’n vijftien jaar geleden. Van het ene op het andere moment vielen we in een soort kafkaëske nachtmerrie, zo heb ik het tenminste wel ervaren.

Ik was zwanger van m’n dochter, we waren net terug van vakantie, we waren kortom gelukkig, toen op een ochtend om vijf uur de politie met z’n tienen en een hond voor de deur stond. We kregen niks te horen, maar wel werd ons hele huis overhoop gehaald, lees: ons hele leven. Ik dacht: ik moet iets verschrikkelijks gedaan hebben, misschien heb ik iemand per ongeluk iets aangedaan. Want het gekke is, zo’n inval appelleert aan een latent schuldgevoel - waar rook is, is vuur.

Een paar maanden later kreeg mijn man Hans te horen dat hij verdacht werd van betrokkenheid bij RaRa, een groep die in die tijd aanslagen pleegde. Weer maanden later werd hij gearresteerd, op het schoolplein van ons zoontje, achter slot en grendel gezet en constant verhoord. Ik mocht er niet bij, maar ook ik werd geschaduwd, onze telefoon bijvoorbeeld werd afgeluisterd. Het is heel raar hoor als er zo’n zweem van verdachtmaking om jezelf en je man heen hangt, ik was in een bizarre thriller verzeild geraakt, het was erg heftig. Na zes dagen is Hans vrijgelaten. De zaak liep met een sisser af, want er was natuurlijk helemaal niks. Het erge was dat de mensen van het openbaar ministerie dat ook wisten, ze waren verstrikt geraakt in hun eigen dadendrang.

Het was al met al een indrukwekkende gebeurtenis, maar na verloop van tijd was die voor mij ook wel afgerond, opgeborgen, klaar. Een paar jaar geleden raakte ik in gesprek met een redacteur van m’n uitgeverij die deze affaire helemaal niet bleek te kennen. Maar toen zij ervan hoorde, zei ze onmiddellijk: daar moet je een boek over schrijven. En Hans had ook wel eens gezegd dat ik er iets mee moest doen. Er zitten natuurlijk ook waanzinnig veel interessante aspecten aan.

Ik ben research gaan plegen, de archieven ingedoken, heb met mensen van justitie gesproken, en heb het boek van Hans gelezen - dat had hij twee jaar na zijn arrestatie geschreven; ik kon het destijds niet aan, het was te dichtbij. In negen maanden heb ik vervolgens dit boek geschreven, een zelfstandig verhaal, een zelfstandig kunstwerk dat een nieuw leven mag leiden. Nee, het voelt niet als oprakelen van een trauma, daarvoor is het ook te lang geleden. Tijdens het schrijven heb ik ook geen nachtmerries gehad, wél tijdens het onderzoek.

Het is een roman, en dat heeft voor mij een hoop voordelen. Via fictie kun je universele thema’s aan de orde stellen, zoals schuld, wraak, vergeving, angst, hoe je met geheimen omgaat, hoe je een fatsoenlijk mens kunt zijn. Die thema’s zijn ook van belang voor lezers die in die RaRa-zaak eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd zijn. Als romanschrijver kan ik bovendien in de huid van andere mensen kruipen, van de rechter-commissaris bijvoorbeeld die destijds onze tegenstander was; van zo iemand kan ik een echt mens maken, niet een karikatuur of zo, dat vind ik het mooie van een roman.

Ik heb geen wraak willen nemen, want dan zou ik van die rechter-commissaris juist een verschrikkelijke man hebben gemaakt, en omgekeerd van Hans een hele ideale man. Het is alsof ik een nieuwe werkelijkheid heb kunnen scheppen die veel beter klopt dan de werkelijkheid van toen, want toen leefden we in een soort fictieve wereld. Ik zie me nog op de bank zitten met een dikke buik, en de krant lezen, de voorpagina van Trouw. Hans kon wel twaalf celstraf krijgen, stond er, of twintig jaar, ik weet het niet meer. Maar het was hoe dan ook volstrekte fictie waarin ik ineens terecht was gekomen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden