Opboksen tegen een slecht imago

Kickboksend Nederland wil af van het slechte imago,

Een stuk of twintig jongens staan sierlijk en beheerst op elkaar in te trappen. In elkaars bokshandschoenen, op elkaars scheenbeschermers. De helft van de groep op de roodblauwe mat slaat en stompt tegen grote zwarte bokszakken. Coach Nourdin El Otmani loopt roepend tussen zijn pupillen. "Nog één serie, nu explosief!" Het regent doffe roffels van slagen op de boksballen.

"Het klinkt misschien gek", lacht Gülsüm Çekiç (26) terwijl ze naast de boksring in de sportschool van El Otmani toekijkt op de trainende kickboksers. "Maar vroeger hoorde ik dit geluid in mijn hoofd tijdens het studeren. Het zorgde ervoor dat als ik het niet meer zag zitten, ik toch mijn boeken weer opensloeg om door te gaan." De afgestudeerde juriste geeft enkele avonden in de week les op de kickboksschool Boks Het Voor Elkaar in Amsterdam-Slotervaart.

Hier draait het niet alleen om stompen en schoppen. In de school van zevenvoudig wereldkampioen Nourdin El Otmani kunnen de jongeren ook terecht voor huiswerkbegeleiding, sollicitatietraining en leer-werktrajecten. Bovendien werden er vanuit het kickbokscentrum inzamelingsacties gehouden voor het naburige tentenkamp met uitgeprocedeerde asielzoekers. El Otmani stelde voor hen ook douches en kleedkamers beschikbaar.

Maar kickboksen draait sowieso niet alleen om stompen en schoppen. Trainer Sanaa Bouzeryouh (19): "Het is geen agressieve sport. Het gaat om karakter. Het gaat er niet om wie het hardste slaat of schopt, maar wie het in de ring het slimste aanpakt." Haar vriendinnen vallen haar bij. Het is niet zomaar slaan, het is het maken van combinaties, zegt de een. Het gaat om conditie, doorzettingsvermogen. Respect voor elkaar, zegt de ander.

Het is dus eigenlijk gewoon een hele normale sport, bezweren ze. In de sporthal waar het flink naar bezwete lichamen ruikt, hangt de liefde voor het kickboksen in de lucht. Iedereen wil hier maar wat graag vertellen over de positieve kanten van hun hobby. Want kickboksend Nederland baalt behoorlijk van alle negatieve publiciteit.

Gebeurt er iets negatiefs rond het kickboksen? Reken maar dat de kranten er direct vol mee staan, klaagden kickboksers deze week nog aan tafel bij 'Pauw & Witteman'. Maar wanneer grootheden als Remy Bonjasky en Peter Aerts vanaf de andere kant van de wereld terugkomen met bergen prijzengeld of kampioenstitels, staat geen enkele journalist ze op Schiphol op te wachten.

De overweldigende media-aandacht voor de van geweldsdelicten verdachte topkickbokser Badr Hari en de recente schietpartij bij het jeugdkickboksgala te Zijtaart zijn trieste dieptepunten. Het bracht een twintigtal kickboksers ertoe begin deze week met een manifest te komen waarin ze betogen hoe het imago van de sport kan worden opgekrikt. Op initiatief van Eindhovens CDA-raadslid Ibrahim Wijbenga roepen ze op tot één overkoepelende organisatie.

Wijbenga werkt tevens als jongerenwerker in Amsterdam-West en was 'vijftien kilo geleden' zelf ook fervent kickbokser. Hij pleit voor een centrale bond, met een officieel erkend reglement. De meer dan tien verschillende bonden, verenigingen of stichtingen zijn er tot op heden niet in geslaagd de neuzen dezelfde kant op te krijgen.

"Het ontbreken van een structuur maakt de sport kwetsbaar voor ongeregeldheden", zegt Wijbenga. "Het is toch vreemd dat een sport waar Nederland internationaal in domineert, geen bestuurlijke organisatie kent? Bovendien heeft kickboksen zich de laatste twintig jaar ontwikkeld tot echte volkssport. Let wel: niet alleen een onderklassesport. Ze komen uit alle lagen van de bevolking. In de meeste grote steden is het een top 5- sport." Precieze cijfers ontbreken, maar Wijbenga stelt dat in Nederland zeker honderdduizend beoefenaars op de mat staan, waarbij hij zich baseert op gesprekken in het veld en verschillende gemeentes.

Dat de agressieve uitstraling van de sport ervoor zorgt dat criminelen kickboksgala's als netwerkborrels zien, snapt Wijbenga. Dat de Amsterdamse burgemeester Van der Laan in de hoofdstad dergelijke gala's verbiedt, begrijpt hij ook. Juist een sportkoepel zou dat moeten veranderen.

Zouden de vechtsporters bijvoorbeeld bescherming moeten dragen, dan zullen er een stuk minder sensatiezoekers op afkomen. Ook het afschaffen van de vip-tafels bij grote toernooien - waar mensen flink wat geld voor betalen om vooraan te kunnen zitten - zou een stap in de goede richting zijn.

Sportschoolhouder El Otmani heeft het manifest ook ondertekend. Hij zegt dat het slechte imago niet alleen door de media komt. "We moeten de hand in eigen boezem steken. We kunnen wel zeggen dat agressie ook langs het voetbalveld voorkomt, maar dat is te makkelijk. Het grote probleem is dat iedereen die dat wil, een toernooi kan organiseren, of een boksschool kan opzetten. Met een bond kunnen we toewerken naar een systeem van licenties, zodat er meer controle en toezicht komt."

De kickbokswereld in Nederland is daar hard mee bezig. Maar al die kleine bondjes hebben weer elk hun eigen belangen. Een bond met twintig jaar ervaring staat niet te springen om direct ervaring en gegevens te delen met mensen die net in het wereldje komen kijken.

Het slechte imago wordt natuurlijk ook gevoed door de agressieve uitstraling, op posters staren woest kijkende gespierde mannen je met gebalde vuisten aan. Maar aan de andere kant bereikt de sport hierdoor wel een bepaald type jongeren. El Otmani: "Jantje of Pietje willen er in eerste instantie uit stoerheid bijhoren. Ze hangen wat rond bij de sportschool, vinden dat gaaf. Totdat ze eens bij mij op de mat komen, waar ik ze letterlijk afmat. Op een gegeven moment zijn ze verslaafd. En dan kan ik ze gaan kneden", grijnst El Otmani.

Juist hierdoor kan kickboksen bij uitstek een maatschappelijke functie vervullen. Door die aantrekkingskracht weet de sport probleemjongeren zogezegd 'van de straat te houden'. Ibrahim Wijbenga heeft als jongerenwerker vaak genoeg probleemjongeren doorverwezen naar de sportschool van El Otmani, in Wijbenga's woorden 'een pedagogisch verantwoorde plek'.

En El Otmani heeft gezien wat zijn sport voor die jongeren kan doen. "Een paar jaar terug kwam er eens een wanhopige jeugdwerker met een jongen van elf, twaalf bij mij binnen. Die zei: 'Nourdin, hier kunnen we helemaal niks mee. Dit wordt echt een crimineeltje.' En inderdaad, in het begin ging het niet fantastisch. Die jongen luisterde echt slecht. Dus pakte ik hem net ietsje harder aan dan de rest. Langzaam bloeide hij op. Twee jaar later zat ik op een bankje in de gymzaal. Hoorde ik die jongen tegen iemand zeggen: 'Zou je dat nou wel doen? Waar ben jij nou mee bezig?' Deze jongen was inmiddels zo gegroeid dat hij zelf anderen ging corrigeren!" En zo heeft El Otmani er tientallen voorbij zien komen.

"Ik train jongens niet om kampioen ín de ring te worden, maar daarbuiten." De sport kan positieve effecten bij probleemjongeren hebben, mits het goed gebruikt wordt, benadrukt El Otmani. Natuurlijk zijn er gevallen die niet terugkomen. Of die dermate ernstig zijn dat kickboksen alleen geen oplossing is. Iemand met 40.000 euro schuld. Iemand met een psychische stoornis. "Die moet niet alleen maar gaan boksen. Zo iemand heeft gewoon schuldhulpverlening nodig. Of psychische hulp." En die probeert hij dan door te verwijzen, maar ook op de mat te houden zodat zo iemand niet terugvalt in oude patronen.

Maar: niet iedereen is zo. El Otmani verwacht ook niet dat alle kickboksinstructeurs zo veel moeite steken in de jongeren. "Maar doordat er geen centraal toezicht is, zitten er ook simpelweg foute trainers tussen. Voor wie de prioriteit bij het vechten ligt, en niet bij wederzijds respect."

Wederzijds respect, daar hebben de jongeren hier wat aan. Ook op straat. Bijvoorbeeld Lina Afadass (17), die vroeger nogal eens in de problemen kwam. Die gepest werd, en vechtpartijtjes niet uit de weg ging. En bovendien thuis spullen kort en klein sloeg omdat ze zich niet kon beheersen. Totdat ze ging kickboksen.

Kun je door gericht te vechten leren om agressie te kanaliseren? Niet helemaal, zegt Jelle Jolles, universiteitshoogleraar neuropsychologie aan de Vrije Universiteit. "Agressie leer je niet reguleren door op een agressieve sport te gaan. Want waarom wordt iemand boos? Wanneer iemand onvoldoende mogelijkheden heeft om die woede verbaal te uiten. Dan gebruikt iemand zijn vuisten."

De kans is zelfs groter dat zij die agressieve neigingen hebben, die door een agressieve sport te beoefenen juist versterken, zegt Jolles. "Hier zijn verschillende onderzoeken naar gedaan. Zo is er gekeken naar jongeren die in de gevangenis veel tijd in de sportschool doorbrachten. En die later die nieuw verworven vaardigheden en lichamelijke kracht ook sneller gingen inzetten."

Wat wel werkt is de persoonlijke aandacht die jongeren op zo'n sportschool krijgen, meent Jolles. "Het is natuurlijk hartstikke goed dat die jongens twee, drie keer in de week onder begeleiding van prima trainers met een goed hart kunnen sporten."

En een goed hart hebben ze in Slotervaart, zeggen Sanaa, Lina en hun vriendinnen. Ze weten hier echt waar je mee bezig bent. Of je tentamenweek hebt of moeite hebt met huiswerk, zegt de een. Het is net een tweede huis, zegt de ander. Zo kwam trainer Gülsüm Çekiç vorig jaar bij de diploma-uitreiking van Lina kijken. "Om foto's te maken, ze had zelfs bloemen meegenomen. Dat geeft ook buiten de boksring een goed gevoel."

De meiden kijken ondertussen naar de bezwete jongens die aan het trainen zijn voor de wedstrijd van komend weekend. Ze wijzen op de verschillende combinaties die worden uitgevoerd: trap, trap, links, rechts, trap. Doet het nooit pijn, hier op de trainingsmatten? Ze lachen. "Het is niet de bedoeling dat je elkaar gaat aaien!"

Lina Afadass (17), eerstejaars MBO juridische dienstverlening

verkondigden twintig kickboksers deze week in een manifest.

Een overkoepelende bond zou een goed begin zijn. Maar ze steken ook de hand in eigen boezem: 'We kunnen wel zeggen dat agressie ook langs het voetbalveld voorkomt, maar dat is te makkelijk.'

"Agressief? Ik wás juist jarenlang agressief. Ik had problemen thuis, op school. Ik werd snel kwaad, en kon dan mijn woede nergens kwijt. Thuis schopte ik dan dingen stuk. Mijn vader bedacht dat een vechtsport misschien wat voor me zou zijn. Taekwondo. Maar dat vond ik niks, toen ben ik op kickboksen gegaan. Nu kan ik hier lekker tekeergaan, als dat nodig is. Maar veel belangrijker: ik heb mezelf nu onder controle. De sport heeft me een bepaalde gedragscode bijgebracht, waaraan ik me ook buiten weet te houden. Ook had ik vroeger weinig zelfvertrouwen, maar dat heeft het kickboksen mij geleerd. Ik werd wel eens op straat lastiggevallen, maar nu haal ik gewoon mijn schouders op. Ik ga gevechten juist uit de weg, want ik hoef mezelf niet meer te bewijzen. Ik weet wat ik kan. Ik heb mijn agressie leren omzetten in kracht."

"Ik deed eerst aan Kyokushin, een tak van karate. In 2009 werd ik Nederlands kampioene in mijn klasse. Maar de kans op blessures was bij deze vechtsport te groot, en ik heb mijn prioriteit bij mijn studie gelegd. Daarom vecht ik nu ook geen wedstrijden meer. Nu werk ik een paar avonden in de week als kickboksinstructeur.

"Kickboksen blijft een harde sport. Je moet je constant bewijzen. Het fijne is dat je je hele lichaam gebruikt. Het draait om het maken van combinaties. Weet je dat ik vroeger bij het leren van Franse zinnetjes combinaties in mijn hoofd maakte? Bij het tentamen Frans gebruikte ik ze als ezelsbruggetjes: 'j'habite près d'ici' werd dan bijvoorbeeld 'rechts-linkerschop'. En belangrijk: doorzettingsvermogen. Dat je tijdens de training - ook al ben je kapot - het leert opbrengen om die laatste tien seconden toch door te gaan."

Sanaa Bouzeryouh (19), tweedejaars bedrijfseconomie (VU)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden