Opa had nooit wat

Beeld thinkstock

Wat behandelt de dokter wel en wat niet? In het eerste deel van een serie: Tachtigers worden steeds fitter en komen in aanmerking voor operaties die ze vroeger niet kregen. Maar voor wie is dat weggelegd?

Ik kan ook wel leven zonder die man, dacht Ids Mollema een half jaar terug over de arts-assistent die hem naar huis liet gaan. "U bent 93 jaar oud, het is maar de vraag of we u moeten behandelen", zo verstond de oud-kaasmaker de boodschap. Ruim een week was hij benauwd door flinke pijn op de borst. Dokters dachten aan van alles: problemen met de spijsvertering, stress en de ouderdom. Met een morfinepil zou hij thuis hopelijk tot rust komen. "Ik kreeg bijna het idee: ik stel me aan."

Rond dezelfde tijd zat Meindert Timmer (84) bij de specialist om te praten over het 'plekje' op zijn alvleesklier. Hij voelde zich goed, maar dat zou hem later waarschijnlijk opbreken. En dan had hij nog geluk: de tumor was niet ver gevorderd en er waren geen uitzaaiingen te vinden. Maar toch: de enig mogelijke ingreep was de zogeheten Whipple-operatie. Behalve de kop van de alvleesklier verwijdert de arts galblaas en galwegen, de twaalfvingerige darm en vaak een deel van de maag. Het is een ingreep die voor een veertiger al zwaar is, de patiënt moet in goede conditie zijn om eventuele complicaties aan te kunnen.

Timmer twijfelde. Hij vroeg zijn dokter: wat zou u uw eigen vader adviseren als die mijn leeftijd had? Gewoon wachten, zei de arts. Lekker genieten van het leven, ga leuke dingen doen, over een paar jaar zien we wel weer.

Hoe zou het vroeger gegaan zijn? Ids Mollema was naar huis gegaan, grote kans dat hij met morfine langzaam was weggezeild. Alvleesklierpatiënt Timmer was misschien nooit bij de specialist beland, en zo ja dan had die hem deze grote operatie beslist afgeraden.

Meindert Timmer is zo niet gebouwd. "Waarom blijven al die andere patiënten in bed liggen?" Dat vroeg hij zich na zijn vorige ingreep - aan de galwegen - af. Op de gangen rond de verpleegafdeling in het Amsterdamse AMC waren 's avonds alleen de wieltjes te horen van zijn infuuspaal.

"Ik ben nu eenmaal gewend te bewegen", verklaart Timmer zijn wandelingen - eigen initiatief, kort na die operatie. Hij is thuis dagelijks in de weer: in de grote tuin, met de hond en in het park. Zijn bloeddruk is prima. Hij leest twee kranten, zit op internet en ontvangt met zijn vrouw graag de vijf kleinkinderen.

Hij had als juridisch adviseur veel vrijheid en werkte tot zijn zeventigste de hele week. Timmer - ik wil niet met mijn echte naam in de krant, ik vertel zo min mogelijk mensen dat ik ziek ben - weet nog precies wanneer hij zijn laatste sigaret rookte: in 1965. Hij drinkt sporadisch alcohol en mijdt patat en kroketten - "nooit lekker gevonden". Zijn vader overleed weliswaar vroeg, zijn grootouders en ooms gingen in meerderheid de 90 over.

Ids Mollema is van dezelfde snit, zo bleek al na zijn dotteroperatie zes jaar geleden. Met infuuspaal en al ontsnapte hij van zijn ziekenhuiskamer naar de hometrainer. "Lichamelijk was ik matig, geestelijk goed. De dokters zouden later zeggen: 'als u het aandurft, durven wij deze ingreep ook aan'. Kijk, als mijn tijd gekomen is dan heb ik daar heus vrede mee. Maar zo ver was het nog niet."

Goede genen
Ook hij wandelt dagelijks en zit op de home-trainer, hij oefent sinds kort op de elektrische piano en heeft een iPad met e-mail en een smartphone. Afgezien van doofheid - al ontstaan in zijn jeugd - mankeerde hij niets tot op hoge leeftijd. Met zijn genen zit het ook goed - zijn vader werd 103 en zijn jongere zussen, 89 en 87, zijn er ook nog. Diezelfde vader bracht Mollema op diens veertiende aan het roken - 'anders ben je geen kerel' - maar rond zijn veertigste gooide Ids alle sigaretten in de prullenbak.

Weduwnaar Mollema ging een half jaar geleden braaf van het ziekenhuis terug naar het verzorgingshuis. Daar ging het alleen maar slechter. Zijn dochter kreeg het voor elkaar dat hij opnieuw werd opgenomen - in een ander ziekenhuis, in haar eigen woonplaats, zodat ze hem makkelijker kon bezoeken. Daar kreeg hij extra zuurstof en medicijnen om vocht te verliezen, waardoor hij er direct beter uitzag. Zijn dochter ging dan ook iets geruster naar haar eigen huis. Tot die avond dat haar vader zelf vanaf zijn ziekenhuisbed opbelde: 'ik word zo gedotterd'. De pijn op de borst was hardnekkig gebleken.

Beeld Werry Crone

"Toen ben ik heel snel teruggereden naar het ziekenhuis", zegt de dochter van Ids. "Om op zijn minst nog afscheid genomen te hebben, voor als het fout zou gaan." Dotteren is een vrij veilige ingreep: de cardioloog leidt een klein veertje door de bloedvaten naar de plek waar die zijn vernauwd. Dat was er aan de hand bij Mollema, hadden ze ontdekt. Maar op deze manier een bloedvat verwijden bij iemand van boven de 90 - dat is minder vanzelfsprekend. Bij ouderen - dat begint al bij 70 - heeft dat veel meer risico's: van een inwendige bloeding tot ernstige stollingen - die weer een infarct kunnen veroorzaken.

Inspraak
Ook Meindert Timmer voelde niks voor 'afwachten'. Zo belandde hij in de spreekkamer van Olivier Busch. Die werkt in het Amsterdamse AMC en doet met zijn collega's jaarlijks zo'n 75 van de 500 jaarlijkse Whipples bij alvleesklierkanker in Nederland. Busch vroeg hem nogmaals 'weet u het wel zeker? Het is een zware ingreep'. Maar Timmer wilde van geen wijken weten. Ook de informatie dat wereldwijd tien procent van de operaties verkeerd afloopt - zware complicatie of zelfs voortijdig overlijden, kon hem niet afschrikken. Hij had zijn zaakjes geregeld, voor het geval dat. Tien tot vijftien jaar geleden, zo vertelt Busch, was het onbespreekbaar om iemand van boven de tachtig zo'n grote ingreep te laten ondergaan. Het was nog de tijd van de dokter die de wet voorschrijft.

Maar de patiënt van nu wil inspraak en de tachtiger blijft niet achter. Dat gaat nog steeds door, constateert de Amsterdamse chirurg. Met collega's telde hij het aandeel van tachtigplussers in de whipple-operatie. In 2005 was reeds 3,5 procent van de patiënten zo oud, drie jaar geleden was dat gestegen naar 5,5 procent. Ook daarna meldden zich steeds meer krasse tachtigers: het aandeel is in tien jaar verdubbeld.

Steeds meer mensen vieren net als Timmer hun tachtigste verjaardag in goede gezondheid. En de zorg is verbeterd. Busch: "Leeftijd als factor alleen speelt geen rol bij onze beslissing om deze operatie uit te voeren. We wilden natuurlijk wel weten: handelen we in het belang van patiënten?" De cijfers over heel Nederland zijn voorzichtig positief: direct na de operatie overlijden weliswaar iets meer tachtigplussers, maar drie jaar na de operatie zijn ze nog net zo vaak in leven als jongere patiënten: de overleving is dan dertig procent.

Het is volgens Busch bekend dat in sommige ziekenhuizen artsen oudere patiënten minder snel de Whipple aanbieden - als doorverwijzer of als operateur. "Als je kijkt naar de fitheid van een deel van de tachtigers, dan vermoed ik dat een deel van die leeftijdscategorie wel in aanmerking komt, maar toch niet de operatie krijgt. Angst voor complicaties en sterfte kan een rol spelen."

De fitheid van de tachtigplussers, is die altijd goed te beoordelen? "Dat is lastig" , zegt Busch. "Zoals de kleinkinderen die ook nogal eens meekomen het vaak uitdrukken: 'opa had nooit wat'." Als Busch in de medische voorgeschiedenis duikt, hebben ze vaak gelijk: opa of oma zag nog nooit een ziekenhuis van binnen. Bij anderen levert navraag sores op, zoals problemen met de bloedvaten of het hart, suikerziekte. "Ze komen hier vaak in hun beste pak, maar ik kijk nogal eens om de hoek of er een rollator staat."

Beeld Werry Crone

Busch vraagt altijd: 'wat wilt u nog van het leven?' "De ene tachtiger heeft zijn vrouw verloren, heeft kinderen in Australië en voor hem hoeft het allemaal niet zo. De ander staat nog volop in het leven, is vrijwilliger en wacht op een nieuw kleinkind. Dat maakt verschil. Ook in de bereidheid om de consequenties te aanvaarden: risico op complicaties, een moeilijk verblijf op de intensive care. Ik zeg altijd maar: als ik iets voor u ga doen, moet u dat andersom ook willen."

Een risico van tien procent dat het misgaat, de een schrikt daarvoor terug en de ander roept 'nou ik vind negentig procent kans op succes erg hoog'. Zoals die man van 86 die Busch onlangs meldde dat hij net een nieuwe vriendin had - die wou nog wel even doorleven. Hij was thuis voor de spiegel gaan staan en had geconcludeerd "zoals ik er uitzie, zo zullen de dokters me toch nog niet laten gaan".

Wat drijft u?
In een paar gesprekken moeten artsen als Busch boven tafel krijgen wat de patiënt drijft. En eventuele partner of kinderen. "Dat ze gaan overlijden, dat is nog niet waar mensen de meeste moeite mee hebben. Het idee dat er niets meer aan je ziekte te doen is, dat is vaak het moeilijkst te accepteren. Ook als je boven de tachtig bent." Niet lang geleden kreeg Busch ook een tachtiger op bezoek - met een variant op die van Haarlemmer Timmer. De dokter in diens eigen ziekenhuis was duidelijk geweest: u bent niet fit genoeg. "Zijn zaak vormde een twijfelgeval. Maar zijn zoon en hijzelf waren uitgesproken: we willen een operatie, we kennen de risico's en zijn bereid die te lopen."

Na de Whipple kreeg de man een gevreesde complicatie - lekkage in de buik. Hij belandde op de intensive care. Van daaruit belde de intensivist naar Busch: Moeten we nog wel alles uit de kast halen? Om eraan toe te voegen 'de familie wil dat helemaal niet'.

Nadat hij van zijn verbazing was bekomen, vroeg Busch zijn collega 'met wie heb jij dan gesproken'. Dat bleek de dochter te zijn van de man, die beklemtoonde dat zij 'van het begin af aan' al twijfels had bij deze operatie. De behandeling werd gestaakt. "Die man is er niet meer, en dat komt door mij", zo vat Busch de afloop samen. "Hoe had ik kunnen weten dat er verdeeldheid was binnen zijn familie? Was zijn zoon zo stellig geweest, of vond hij dat zelf ook? Ik moet daar nog beter op letten."

De operatie legt een flink beslag op een gespecialiseerd ziekenhuis en als er complicaties zijn, lopen de kosten op de intensive care razendsnel op. Heeft dat hele circus dan nog wel zin voor iemand die waarschijnlijk nog maar een paar jaar te leven heeft? Kan Busch zich niet beter richten op die andere patiënt - de moeder van veertig met jonge kinderen die haar nog hard nodig hebben?

Beeld Werry Crone

"Zo denken wij niet", zegt Busch. "Die veertiger, dat is vaak heel schrijnend. Maar als ik me daardoor zou laten leiden, zou ik geen goede beslissing nemen. Ik moet kijken naar wat ik medisch voor iemand kan doen."

Toch hebben veertigers doorgaans betere kansen op herstel. Busch: "Je kunt het ook omdraaien: iemand die 80 is heeft al bewezen dat hij zo oud kan worden. Dat is voor jongeren minder vanzelfsprekend. Gelukkig hebben we in Nederland niet de situatie dat ik moet gaan kiezen tussen de veertiger en de tachtiger."

Gaat die keuze er ooit komen? "Dat lijkt me sterk", zegt Busch. "Dat zou een politiek besluit moeten zijn - dat kunnen wij als arts niet beslissen. En het meest waarschijnlijke is dat de politiek dan toch weer een besluit neemt om alle operaties te vergoeden, met misschien de boodschap erbij dat het wel efficiënt moet. Terwijl de Nederlandse ziekenhuiszorg al een van de efficiëntste ter wereld is."

Genieten van wandeling
Drie weken na de operatie wandelt Meindert Timmer al weer korte stukken in de duinen. Hij kon een week na de ingreep naar huis. Een jongere man die nog voor hem werd geopereerd, ligt er nog steeds. Timmer is wel wat afgevallen, maar hij eet weer probleemloos. Bij het laatste onderzoek was er niets meer te zien van de afwijking in zijn alvleesklier. Hij geeft zijn leven een 'dikke 8', zeker zolang het goed blijft gaan - hij blijft onder controle. Om hem heen ziet hij leeftijdsgenoten wegvallen, of het moeilijker hebben. Hij weet dat eerdere generaties niet de kans hadden deze operatie op zijn leeftijd te krijgen. "Ik vind dit toch een hele verbetering."

Het viel hem wel op dat sommige artsen het woord 'kanker' snel in de mond nemen. "Zelfs als dit nog helemaal niet zeker is. Dan wil men je toch al voorbereiden, terwijl dat helemaal niet hoeft. Je wordt dan als patiënt onderschat. En het levert onnodige zorgen op. Gelukkig heb ik een nuchtere aard."

Of ook hij net als vele familieleden de 90 gaat halen, daar is hij op dit moment niet zo mee bezig. "Ik geniet nu van de tijd die ik heb."

Ids Mollema zegt het zelf: hij heeft geluk dat zijn lichaam alles nog aankan. Zijn dochter had voor niets afscheid genomen, na het dotteren knapte haar vader razendsnel op. De pijn verdween, evenals het vocht dat hij vasthield.

Dat eerste ziekenhuis, dat hem met morfine naar huis liet gaan, stuurde later een bloemetje met excuses naar Mollema. "Dat deed me goed." Eigenlijk is hij weer net zo goed als een half jaar terug. "Ik kan ervan genieten tijdens de wandeling even op een bankje te zitten, en te kijken hoe de mensen het zebrapad oversteken. De een gehaast, de ander rustig. Ik geef mijn leven een 8."

De echte naam van Meindert Timmer is bij de redactie bekend.

Hoe fit is de tachtiger?

"Het gaat goed me hoor, dokter." Hoe fit is de tachtiger die zich in zijn beste staat meldt op het spreekuur nou werkelijk? Franse artsen ontwikkelden vijf jaar geleden de G8, een eerste screening. Ze vroegen aan patiënten het volgende.

Bent u:

-onlangs minder gaan eten
-onlangs afgevallen
-gebonden aan bed , stoel, huis
-dement of depressief
-te licht
-volgens uzelf ongezonder dan leeftijdsgenoten
-meervoudig medicijngebruiker
-ouder dan 85?

Mensen die niet volmondig nee kunnen zeggen op de meeste vragen, of die op een op meerdere punten echt slecht scoren, zijn er na operaties doorgaans slechter aan toe dan fittere lotgenoten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden