Opa en oma doen er niet toe

Een kind dat in een pleeggezin terechtkomt, verliest vaak het contact met zijn grootouders. Ten onrechte, vinden opa en oma Bastings. Zij ontmoeten via Hyves veel lotgenoten: „Het is alsof je een beerput opentrekt.”

Cavia Snuffie scharrelt vrolijk door zijn kooi in een hoekje van de woonkamer. Hij deelt zijn stro met een soortgenoot die voorlopig alleen ’cavia’ heet. Het wachten is op haar vierjarige kleindochter, vertelt Angela Bastings (51): „Het beestje krijgt een naam als Fabiënne weer eens komt.”

Dat kan nog weken duren, en als ze komt, dan maar heel kort. Want Fabiënne en haar zusje Marise (1,5) zitten ieder in een ander pleeggezin. Op 30 september 2008 heeft Bureau Jeugdzorg ze uit huis geplaatst. Sindsdien hebben Angela en haar man Raymond (67) hun kleindochters nauwelijks meer gezien.

Aan hun eettafel in Maastricht vertellen de Bastings hun verhaal. Dat is complex en kan hier omwille van de privacy niet helemaal uit de doeken worden gedaan. Het is ook eenzijdig: Bureau Jeugdzorg Limburg laat desgevraagd weten niet op deze specifieke zaak in te kunnen gaan. Toch verdient de geschiedenis van de Bastings een plek in deze krant, om dat die illustratief lijkt voor de lastige situatie waarin grootouders van duizenden uit huis geplaatste kinderen zich bevinden (zie kader).

Hun verhaal begint bij dochter Karin (26), die depressief werd na een zeer ellendige periode. Haar man verliet haar, ze beviel als single moeder van een doodgeboren derde kind. Karin stortte in en moest opgenomen worden in een psychiatrische kliniek.

„Mama is ziek in haar hoofd”, zo vatte peuter Fabiënne de situatie samen: „En dus wonen wij in oma’s huisje.” Maandenlang hadden de Bastings hun kleindochters fulltime in huis, en ondersteunden ze tegelijkertijd hun dochter, met wie ze ’een honderd procent goede band’ hebben. Totdat Angela vanwege een hernia drie keer achter elkaar in het ziekenhuis terechtkwam. Ze raakte – tijdelijk gelukkig – verlamd van middel tot teen.

„Ik kon de kinderen niet meer tillen”, vertelt Angela. „En de jongste huilde veel, daar kon mijn man niet meer tegen.” De stress en ook de zorg om hun dochter werden het echtpaar te veel. Angela moest toegeven dat ze de situatie niet meer aan kon: „Dat vond ik heel moeilijk, dat was een heel proces.”

Aan het einde daarvan belden de Bastings met Bureau Jeugdzorg Limburg. Daar troffen ze een empathische gezinsvoogd, die voorstelde om de kinderen tijdelijk in een pleeggezin onder te brengen. „’Dat was het beste’, zei ze. En ook: ’Je moet weer op krachten komen, anders kun je helemaal niets meer voor je dochter en kleinkinderen betekenen’.”

Dat klonk redelijk, vonden de Bastings. De meisjes zouden tijdelijk ergens anders gaan wonen en vanuit hun nieuwe plek vaak bij opa en oma blijven langskomen, zo stelden ze zich voor. Maar Jeugdzorg koos voor een scenario dat het echtpaar en hun inmiddels uit de kliniek ontslagen dochter compleet overviel. Op de bewuste 30ste september kwam er een telefoontje, vertelt Angela: „Met de mededeling: ’Je hebt vijf minuten om wat spullen in te pakken. De kinderen worden straks bij de crèche door Jeugdzorg opgehaald’.”

Geen tijd om de meisjes voor te bereiden, geen tijd voor een fatsoenlijk afscheid. Er was ook geen contact mogelijk met de pleeggezinnen, zegt Raymond: „We weten nog steeds niet waar Fabiënne en Marise nu wonen.” De kinderen moesten wennen aan hun nieuwe gezinnen, daarom was het beter als ze hun moeder en grootouders voorlopig niet zagen, zo meldde Jeugdzorg.

Pas op 14 december, de verjaardag van Fabiënne, mochten de meisjes vier uur bij hun grootouders op bezoek komen. Die uren waren ’afschuwelijk’, zegt Angela. De eerste drie kwartier inspecteerde Fabiënne het hele huis: hadden haar bed, haar tandenborstel, haar poppen, haar dvd’s nog hun vertrouwde plaats? Stond haar keukentje nog op zolder?

Daarna, zo vertelt Angela, ging de kleuter helemaal opgevouwen ’in een konijntjeshouding’ op de badkamervloer liggen. „Zo, met haar hoofd op de grond, jammerde ze een kwartier lang ’mama, mama, mama’. Het was hartverscheurend.” Via via hoorden de Bastings later dat Fabiënne diezelfde avond, toen ze weer terug was bij haar pleeggezin, uit frustratie haar hele gezicht had opengekrabd.

Op deze dramatische ontmoeting volgden er nog twee, volgens een aparte bezoekregeling die Jeugdzorg voor de grootouders in het leven riep. Maar die regeling is inmiddels weer afgeschaft, zo liet de gezinsvoogd deze week per brief weten. Verder contact tussen kleindochters en grootouders is ’de verantwoordelijkheid van Karin’. Die is zeer bereid om met de meisjes bij haar ouders langs te gaan, maar ja, zegt Angela: „Dat gaat dan weer van haar tijd af. Zij heeft haar dochters ook maar vier uur per drie weken.”

De Bastings zouden ’een heel boek kunnen schrijven’ over wat ze de afgelopen maanden met Jeugdzorg hebben meegemaakt. Met als belangrijkste thema’s hun verdriet over het gemis van hun kleinkinderen, hun schuldgevoel, hun spijt en machteloosheid, hun onbegrip.

Angela: „Ik denk wel eens: als ik de zorg nu wél had aan gekund, dan had ik de meisjes deze trauma’s kunnen besparen.” Raymond: „Hadden we geweten dat het zo zou gaan, dan hadden we nooit de hulp van Jeugdzorg ingeroepen.” Angela: „Jeugdzorg zegt dat de kinderen rust en stabiliteit nodig hebben. Waarom kunnen wij niet die stabiele factor niet zijn? Waarom komen ze hier niet elke zaterdag?”

Een boek schreven ze tot nog toe niet, wel openden ze in januari een Hyves-pagina (www.opaenoma-verdriet.hyves.nl), die inmiddels 299 leden heeft Op deze manier kwamen de Bastings in contact met heel veel lotgenoten. „We ontvangen zoveel brieven en e-mails van grootouders met vergelijkbare verhalen”, zegt Angela. „Het is alsof we een beerput opentrekken.”

Door middel van een handtekeningenactie en een petitie aan minister Rouvoet, proberen de Bastings nu aandacht te vragen voor de positie van grootouders in de Jeugdzorg. Die moeten het recht krijgen op een omgangsregeling met hun uit huis geplaatste kleinkinderen, vinden zij.

„Ons doel is dat de kindjes weer terugkomen bij Karin”, zegt Raymond. „Dat we weer een fijne familie vormen. Nu is er een breuk, nu is er iets kapot.” Tot die tijd kijkt hij stiekem in elke buggy die hij passeert op straat: „Je weet het niet, misschien zit mijn kleindochter daar wel in.”

Om privacyredenen zijn de namen van Karin en haar dochters Fabiënne en Marise gefingeerd.

(Trouw) Beeld Chris Keulen
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden