Op zoek naar Vinex

nieuwbouwidentiteit | Vinexwijk Leidsche Rijn, is dat nog wel Utrecht? En IJburg, is dat Amsterdam? Precies 25 jaar geleden werden de vinexwijken bedacht, inmiddels rukt het stadse leven er op. Deel 2 van een tweeluik.

Of ze het gevoel had dat ze de stad verliet? "Ja! Fysiek én mentaal!" zegt Marieke Dubbelman. Ze woonde in Utrecht en verhuisde naar Leidsche Rijn, de nieuwe wijk aan de westkant van de stad. "Het kanaal over, de snelweg over, een heel eind doorrijden en dan rechtsaf een groot weiland in: dat was de plek van ons nieuwe huis."

Vrienden van haar uit 'de stad' vonden dat huis, toen het er eenmaal stond, heel mooi en ruim. Fijn ook, die grote tuin. Maar als ze rondkeken in de wijk, zeiden ze wat bewoners van vinexwijken in de loop der jaren waarschijnlijk ontelbare keren gehoord hebben van familie en vrienden: "Ik zou hier nog niet dood gevonden willen worden."

Marieke Dubbelman schreef tien jaar een blog over haar ervaringen als 'Vinexvrouwtje'. Zij en haar man wonen met plezier in Leidsche Rijn, samen met hun vier kinderen. Saai? "Och, hier wonen heel veel mensen met jonge kinderen en een drukke baan. Die zijn allang blij dat ze 's avonds na hun werk terugkomen in een prikkelarme buurt waar ze kunnen neerploffen op de bank."

En het gebrek aan sociale contacten in zo'n volledig nieuwe omgeving - nog zoiets wat buitenstaanders vaak aan vinexwijken toeschrijven? Aanvankelijk had ze het zo druk dat ze niet eens tijd had om haar buurtgenoten goed te leren kennen, vertelt Dubbelman. Een winkelcentrum was er nog niet, dus daar kwamen ze elkaar ook niet tegen. Nu begint het te komen. Niet zozeer dankzij een bloeiend verenigingsleven - want ook dat kwam niet snel van de grond - maar vooral via sociale media.

Leidsche Rijn is de grootste vinexwijk van Nederland en een van de jongste. Er wonen nu ongeveer 54.000 mensen en er wordt nog steeds gebouwd. Toen het beleid rond vinexwijken op papier gezet werd, 25 jaar geleden, was het de bedoeling dat die nieuwe wijken echt een deel van de bestaande steden werden - anders dan de groeikernen uit de jaren zeventig, zoals Zoetermeer en Purmerend, die vaak vijftien, twintig kilometer van de stad vandaan lagen. Is dat gelukt? Hoort Leidsche Rijn bij de stad? En hoe zit dat met andere vinexwijken?

Als Dubbelman Leidsche Rijn uit rijdt, komt ze eerst een bord tegen dat het einde van de bebouwde kom van Utrecht aangeeft en even later een bordje dat ze 'Utrecht' weer binnenkomt. Als haar elders in het land gevraagd wordt waar ze woont, zegt ze niet 'in Utrecht', maar 'in Leidsche Rijn, bij Utrecht'. En als ze uitgaat, stapt ze net zo lief in de auto naar Rotterdam dan dat ze naar de binnenstad van Utrecht fietst.

Maar Leidsche Rijn verandert. Steeds vaker ziet Dubbelman op drukke plekken geen bekende gezichten meer om zich heen en soms komt ze stinkende mensen tegen met een kapot gebit en een halve liter bier in de hand. Stadse zaken, stelde ze kort geleden vast in haar blog. Tot haar eigen verrassing. "De stad is hier."

Utrecht is het niet, maar de stad is hierheen gekomen. Dit vond ze een goed tijdstip om te stoppen met de blog als 'Vinexvrouwtje'. Vinex, daar is nu wel genoeg over geschreven.

Is dit een stad?

Bestaat 'de' vinexwijk nog wel? Heeft die ooit bestaan? Volgens mensen die er niét wonen wel: al die mensen die 'er nog niet dood gevonden willen worden', hebben er althans een duidelijk beeld van.

Frits Palmboom kent die beelden. Tegenwoordig is hij hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft, in de jaren negentig was hij als stedenbouwkundige nauw betrokken bij twee vinexwijken, Ypenburg (Den Haag) en IJburg (Amsterdam). Vinex, dat woord staat voor wijken met eindeloos veel rijtjeshuizen, eenvormig en saai, waar vooral mensen uit de gegoede middenklasse wonen en waar bijna niets te beleven is. "Dat is het doorsneebeeld, ja. Maar het is maar de halve waarheid."

Hij waarschuwde al voordat de eerste paal van Ypenburg de grond in ging: de overheid zadelde stedenbouwkundigen met zoveel voorwaarden op dat het vanzelf 'nogal veel van hetzelfde' zou worden. Het moest vooral laagbouw zijn, met 30 procent sociale woningbouw en een vaststaand aantal woningen per hectare. Niet te veel winkels, want het was de bedoeling dat de bewoners naar de binnenstad zouden gaan om de middenstand daar nieuw leven in te blazen. En het mocht uiteraard niet te veel kosten. "Dan kom je al snel overal op hetzelfde uit."

Om die eenvormigheid toch te voorkomen, moesten vinexwijken als het ware 'tegen de eisen in ontworpen worden', vond Palmboom. In Ypenburg deed hij dat door in te spelen op de kenmerken van het landschap waarin de wijk kwam te liggen: een voormalig militair vliegveld. De landingsbaan heet nu 'Landingslaan' en is een kilometerslange strook met een weg, lange bomenrijen en fiets- en wandelpaden aan weerszijden. In de bosjes die ooit vliegtuigen moesten camoufleren, liggen nu villa-achtige huizen aan kronkelende laantjes. Verderop in de wijk zijn watergangen en dijkjes behouden gebleven: de huizenrijen staan ertussen, en lang niet overal ziet dat er doorsnee uit.

De wijk is klaar, er wonen ruim 27.000 mensen. Naar verhouding twee keer zoveel gezinnen als in Den Haag en dus ook veel kinderen. Minder allochtonen dan in de rest van de stad en half zoveel mensen met een minimuminkomen. Voor cultuur gaan ze nog wel-eens de stad in, maar duidelijk minder vaak dan andere Hagenaren. Alleen musicals en cabaret zijn bij de gemiddelde Ypenburger kennelijk populair: hét Haagse podium daarvoor, het Circustheater, bezoeken zij twee keer zo vaak als de gemiddelde Hagenaar. Het is in grote lijnen het profiel van de vinexwijkbewoner dat je overal ziet.

Is dit nog Den Haag? Leon Hooijmans staat de tuin te doen in het bosrijke deel van Ypenburg - lekker weer: zonnig, maar niet te warm - en haalt z'n schouders op. Hij is geboren en getogen in Leidschendam, kwam vijftien jaar geleden hiernaartoe en werkt in Den Haag. Wat ben je dan? Hagenaar, Leidschendammer, Ypenburger? Vinexbewoner misschien? "Geen van alle, eigenlijk." Hij woont hier gewoon prettig.

In de verte klinkt het geluid van de snelweg die Ypenburg van Den Haag scheidt. "Maar kijk", zegt hij en wijst naar de bomen, vol in het blad. "Het lijkt wel of je hier in het bos woont."

Is dit nog Den Haag? Eric en Esther Helmer lopen even voor de 'snelle' boodschappen door het winkelcentrum van Ypenburg - waar het zelfs midden op de zaterdag niet druk is. Voor de 'echte' boodschappen gaan ze meestal naar Nootdorp, even verderop, dat heeft meer sfeer. "Hier is het altijd winderig", zegt zij. En hij: "Zelfs als het 25 graden is, kan je het hier nog koud hebben."

Maar ze voelen zich thuis in Ypenburg. "Er is een hoop lelijkheid te vinden", zegt hij. En zij: "Maar wij wonen op een prima plek." Hij werkt in Rotterdam, zij in Den Haag; als ze naar de film gaan, doen ze dat vaak in Delft. En dat is precies het fijne van Ypenburg: het is aan drie kanten omsloten door snelwegen (de A12, de A4 en de A13), dus je bent snel overal waar je wezen wilt.

En toch voelen ze zich echt Hagenaar. "Dit is gewoon een nieuw stuk Den Haag", zegt zij. "Het is allemaal nieuw hier, het is allemaal fris. Daar hou ik van."

Is dit echt Den Haag? "Nou, ik woon hier al een jaar of negen, maar Hagenaar voel ik me nog steeds niet, en dat gaat ook niet komen", zegt Marjan Bouwer. Ze staat een praatje te maken met een buurmeisje dat op een klein stukje gras haar dwergpony laat grazen - "als het mooi weer is, komen alle kinderen uit de buurt op die pony af."

Bouwer is destijds uit Delft hierheen gekomen en ze vindt haar buurtje 'fantastisch'. Dat begon direct, met buren die als nieuwe bewoners precies hetzelfde meemaakten als zij. Nee hoor, hier is niets te merken van wat je over vinexwijken hoort: dat het er vaak ontbreekt aan sociale samenhang. "Je komt elkaar tegen, je zegt gedag, je maakt een praatje. Iedereen kent elkaar."

In Den Haag komt ze zelden, in de rest van Ypenburg eigenlijk ook niet. Ze gaat op de scooter naar haar werk in Delft, in een dikke tien minuten. "Ik blijf toch altijd Delftenaar."

Hoort de wijk ergens bij?

Palmboom herkent de verhalen. Zeker, in de tijd dat de vinexwijken ontworpen werden, hadden bestuurders er de mond van vol dat die onderdeel van de stad moesten worden. "Maar die ambitie was destijds eigenlijk al ouderwets en achterhaald. Mooie buitenwijken horen bij de stad. Maar het leven van mensen speelt zich niet af in één wijk en ook niet in één stad."

Bestuurders zagen het destijds nog niet, maar als stedenbouwkundige hield hij er al rekening mee: de buitenwijk van de toekomst is een 'netwerkstad'. "De stad doet er nog steeds toe, maar niet meer alleen die ene stad waar zo'n wijk tegenaan ligt. Bewoners van Ypenburg zijn niet alleen gericht op Den Haag, ze gaan ook naar Delft en Rotterdam. Of Haarlem, als dat zo uitkomt."

Zo zijn er meer zaken veranderd sinds de bouw van de eerste vinexwijken begon, in 1995. "Het culturele klimaat is anders. De nadruk op het individu en hoe dat zich wil laten zien, is toegenomen. Meer mensen werken in creatieve beroepen. Dat ga je terugzien in de woningbouw. De crisis in de bouw zorgde ervoor dat investeerders huiverig waren voor grootschalige projecten en daardoor kwamen er kansen voor mensen die hun woning zelf wilden laten ontwerpen. Nieuwbouw in de vinexwijken wordt daardoor diverser. Zelfs bij rijtjeshuizen heeft soms elke gevel een ander steentje."

Of het is vooral vinex?

Ook IJburg bij Amsterdam is geen doorsnee-vinexwijk, al was het maar omdat zelfs de opgespoten eilanden waarop de wijk staat op de tekentafel ontworpen zijn.

De standaardrijtjeshuizen met tuintjes voor en achter die het beeld van de gemiddelde vinexwijk bepalen, zijn hier nauwelijks te vinden. Wel lange, rechte straten met strenge bouwblokken van donkere steen. Het enige park van betekenis, het Theo van Goghpark, is een grasvlakte met wat speeltoestellen en nog onvolgroeide boompjes. "Het moest stedelijk worden", zegt Palmboom, "echt een deel van Amsterdam."

Een veraf gelegen deel van Amsterdam. Met de tram is het ruim twintig minuten naar het Centraal Station, met de fiets kun je ook over een zwierig gewelfde brug - maar dan kom je in Diemen terecht.

Een rustig deel van Amsterdam. In een achterafstraatje speelt een jongen van een jaar of acht met een hockeystick en een bal. "Kijk je uit?" waarschuwt zijn moeder, die op een stoel voor haar huis in de zon zit, "er komt een fietser aan."

En het zou Amsterdam niet zijn als er niet ook iets hips te beleven viel. Op het strand van Blijburg - al drie keer verhuisd om plaats te maken voor nieuwe bebouwing - kan iedereen die zich jong voelt in de zon liggen en witte wijn drinken, het IJmeer in lopen en soms een yogacursus doen, naar denderende festivalmuziek luisteren of gewoon naar de vlammen in een vuurkorf staren.

Maar is het echt Amsterdam? "Het heeft wel een Amsterdamse uitstraling, vind ik", zegt Jacco Visscher, die op een doordeweekse middag met zijn vrouw en twee kleine kinderen langs het oostelijkste puntje van IJburg wandelt, het verst weg van de binnenstad. Nee, in de stad zelf komen ze bijna nooit. Eerder hebben ze in Purmerend gewoond ('niks aan') en in Amsterdam-Noord ('werd te klein'). Maar op IJburg zijn ze 'een beetje verliefd' geworden.

Of is dit gewoon een vinexwijk? Visscher wijst om zich heen. Bij het sluisje hier liggen wat mensen in de zon, sommigen springen het water van het IJmeer in. Aan de overkant is het groen van de Diemer Vijfhoek te zien, een natuurgebied waar ringslangen en blauwborstjes te vinden zijn. Zijn vrouw heeft net een stuk hardgelopen, daarna is ze even gaan zwemmen. "Dus als dit vinex is, vind ik het uitstekend."

Het eerste deel van dit tweeluik verscheen op 27 augustus.

Niet alles in Leidsche Rijn is huizen en fietspaden. Een café in de wijk Terwijde.

'Dit is gewoon een nieuw stuk Den Haag. Het is allemaal nieuw hier, het is allemaal fris. Daar hou ik van.'

Lees verder op pagina 6|7

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden