Review

Op zoek naar vergane musici

Op zoek naar het graf van beroemde jazz-musici. Jaap van de Klomp vond er 156. Zijn zoektocht resulteerde in ’Jazz Lives’.

’Voor je er erg in hebt zijn er alleen nog maar grafstenen’, zei fotograaf Jaap van de Klomp na het zoveelste overlijdensbericht van een jazzmuzikant. En plotseling was het idee van een boek over graven van jazzmusici geboren.

Een rijke vriend, die altijd al een boek wilde uitbrengen, wierp zich op als hoofdsponsor. Onlangs verscheen het boek ’Jazz Lives’.

In drieënhalf jaar reisde Van de Klomp acht keer naar de Verenigde Staten om foto’s te maken op verlaten begraafplaatsen en onderzoek te doen in de archieven. In het boek staan 156 graven van muzikanten die een rol hebben gespeeld in de vooral Amerikaanse jazzwereld. Er staan maar zes Europese musici in. Jazzcriticus Scott Yanow schreef de biografieën, Dan Morgenstern de introductie, en muzikant Bill Crow droeg een essay bij.

Jaap van de Klomp (67) is van jongs af aan jazzliefhebber. Op zijn vijftiende luisterde hij al naar Dixieland. Hij las erover en raakte gefascineerd door de muziek. Als stamgast in het Utrechtse jazzcafé ’Persepolis’ werd hij in 1957 gevraagd om in het bestuur te komen en jazzoptredens te organiseren.

„Kinderen waren we: zeventien, achttien jaar”, vertelt hij. „We begonnen in een schuur van het café en later in de kelder, perfect voor jazzmuziek: donker, laag, klein, zonder ventilatie.” Er woonden veel goede muzikanten in de buurt van Hilversum, maar het groepje jongens trok ook internationale musici aan. Grote namen als Dexter Gordon, Kenny Clarke en Sonny Rollins traden op in Persepolis. Van de Klomp denkt met genoegen en weemoed terug aan de tijd, die een korte bloeiperiode kende van drie jaar (1963-1966). Daarna kwam de popmuziek op, raakte de jazz in de verdrukking – en die laatste werd ook minder toegankelijk.

Van de Klomp gaf er in 1967 de brui aan: hij besloot tournees te organiseren en bekwaamde zich in de fotografie. In 1999 stelde hij het boek ’One Night Stand’ samen, met foto’s van de nachtconcerten die jarenlang iedere zaterdag in het Amsterdamse Concertgebouw plaatsvonden.

Ook het nieuwe boek is een project geweest om vergane glorie van de vergetelheid te redden. Het is een eerbetoon aan de muzikanten. Er komen bekende en onbekende musici in voor, enkele heeft de fotograaf zelf meegemaakt.

Bijna alle grafstenen waren moeilijk te vinden. „Soms had ik meer het gevoel dat ik verdwaald was dan iets anders”, aldus Van de Klomp. Zoektochten die leken te mislukken slaagden uiteindelijk toch vanwege zijn doorzettingsvermogen. „Je moet niet ophouden tot je het antwoord hebt gevonden”, legt hij uit.

Eén van de moeilijkst traceerbare graven was van de jong gestorven Jimmy Blanton (23), ’de vader van de moderne bas’. Met één krantenknipsel uit het Jazzinstituut in Newark ging Van de Klomp op pad. Daarin stond dat Blantons lichaam was vervoerd met de ’Chattanooga Choo Choo’ trein naar Chattanooga (Tennessee).

Met behulp van een bibliothecaris en veel zoekwerk kwam hij bij het sterfjaar van zijn moeder terecht: 1969. Dat bleek precies het jaar waarvan het archief bij de begrafenisondernemer was zoekgeraakt. Een paar dagen later werd Van de Klomp gebeld en maakte hij een omweg van anderhalve dag om bij het familiegraf te komen. Daar stond, achter de familiezerk, een grafsteentje voor ’James Blanton Jr’.

Op dezelfde leeftijd overleden en al even onvindbaar was trompettist Booker Little Junior. Zelfs zijn dochter wist niet waar hij lag. Er waren evenmin foto’s te vinden en telkens als Van de Klomp een kennis sprak, werd hij doorverwezen. Toen de fotograaf in Memphis op het spoor kwam van een oude vriend van de muzikant, bracht die hem naar het graf. Daar stond alleen ’Little’ op. Van de Klomp vond in het archief ook een fotootje. Dat stuurde hij naar Little’s dochter, die nu eindelijk wist waar ze haar vaders graf kon bezoeken. „Dat zijn van die kleine leuke dingen”, zegt de fotograaf.

Van de Klomp vindt het wel verdrietig dat zoveel muzikanten jong overleden zijn. „Erg jammer dat we al die muziek nu moeten missen.”

Pianist Richie Powell, broer van Bud Powell, is bijvoorbeeld op vierentwintigjarige leeftijd in de stromende regen bij een auto-ongeluk omgekomen, samen met zijn vrouw en trompettist Clifford Brown.

Juist de moeilijk vindbare grafstenen vindt Van de Klomp het meest de moeite waard. „In veel gevallen wist niemand waar het graf was”, vertelt hij. Vaak lagen de muzikanten op de zogenoemde ’zwarte begraafplaatsen’, met overwoekerde grafstenen.

Dienden zij in het leger, dan hadden ze recht op een begrafenis op een nationaal kerkhof.

Zo vond hij na omwegen Willie ’The Lion’ Smith, een pure aanvaller op de piano die zich ook ’als een leeuw’ zou hebben gedragen in de Eerste Wereldoorlog. Amerikanen besteden weinig aandacht aan grafstenen. „Er wordt daar niets opgeruimd, alles blijft zoals het is”.

Het boek is per muziekinstrument ingedeeld, op volgorde van geboortedatum. „Het is een bladerboek geworden”, vertelt Van de Klomp. „Bedoeld om even stil te staan bij je favoriete muzikant en er eventueel een plaatje bij op te zetten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden