Op zoek naar mijn roots

Muurschildering van Nelson Mandela nabij zijn huis in Johannesburg. Beeld epa

Iedereen wil weten: waar kom ik vandaan? Collega Jeannine Julen, van Surinaams-Creoolse afkomst, bezoekt Kaapstad, en denkt in Zuid-Afrika 'thuis' te komen. Het ligt toch ingewikkelder.

Het begon met een boek van de Zimbabwaans-Schotse schrijver Alexander McCall Smith. Met zijn personage Mma Ramotswe, de eerste vrouwelijke detective van Botswana. Een met forse billen gezegende vrouw die haar afro groots droeg, fier in traditionele jurken door hoofdstad Gaborone wandelde en minstens drie keer op een dag zei hoe trots ze op Botswana is. Ramotswe was mijn eerste, weliswaar fictieve, kennismaking met Afrika. Ik kende het continent niet, maar door Ramotswe ging er iets broeden.

En terwijl ik in de jaren erna experimenteer met mijn eigen kroeshaar, 'The Book of Negroes' lees en waar mogelijk op zoek ga naar Afrikaanse hebbedingetjes, verschuift mijn liefde voor Botswana naar Zuid-Afrika. Waarom weet ik niet. Het gebeurt gewoon, net zoals mijn lievelingskleur blauw ineens groen werd. En daarna mosterdgeel. Alleen is de liefde voor Zuid-Afrika intenser. Misschien door spreekbeurten over Nelson Mandela, de muziek van Miriam Makeba, de gedichten van Antjie Krog, de moed van Desmond Tutu of de documentaires over het Xhosavolk die ik heb gezien. Hoe dan ook, als ik midden januari voor het eerst voet zet op Zuid-Afrikaanse bodem, gaat mijn hart sneller kloppen. Welcome to the mother city, zegt het bord op Cape Town International Airport. Het is precies hoe ik me voel: dit is thuis.

Vreemdeling
Maar een dag later word me tussen de souvernirstandjes op de Greenmarket in hartje Kaapstad al heel snel duidelijk dat ik in het land waaraan ik me zo verbonden voel niet meer dan een vreemdeling ben. "Waar kom je vandaan?", vraagt mijn verkoopster.

"Oorspronkelijk uit Suriname", zeg ik. "Zweden?", vraagt ze.

"Nee, Suriname."

"Oh, Surname. Wacht... nee, ik begrijp je niet."

Terwijl ze een van blik gemaakte radio inpakt leg ik uit waar Suriname ligt, en dat ik nu al bijna mijn hele leven in Nederland woon.

"Hoe is het daar?", vraagt ze geïnteresseerd.

"In Suriname?"

Ze schudt haar hoofd. "Neeee! In Nederland."

Kussens opschudden
Tijdens deze groepsreis sta ik niet bij de zwarten, maar tegenover ze. Alsof ik, vergezeld door mijn westerse reisgenoten, continu aan de verkeerde kant sta. Ik dineer in dure restaurants, overnacht in nog duurdere hotels, vlieg over de mooiste natuurgebieden en leun met een glas champagne in de hand achterover op een boot, zonnebadend op een lagoon. Intussen zijn het de andere zwarten die mijn eten serveren, mijn kussens opschudden en me standaard met 'mam' of 'madam' aanspreken.

Reageren? Bent u benieuwd naar uw herkomst? Of heeft iemand weleens uw karakter geanalyseerd? We zijn benieuwd naar uw verhaal. Schrijf ons in maximaal 120 woorden en vermeld uw naam en woonplaats.

Alleen een twintig jaar oudere zakenman uit - ik gok - Zimbabwe laat die dienstbare toon compleet varen. "Ik hoop dat je in Nederland een man trouwt die je behandelt als een koningin. Want dat verdient een vrouw als jij", zegt hij als we beiden onze borden volscheppen bij het ontbijtbuffet. Een typisch Afrikaanse versiertruc, weet ik van vliegtuigfilms. Maar Afrikaanser dan dit zal ik niet vaak bejegend worden, voel me eerder de zwarte met witte privileges.

Echt ongemakkelijk wordt het voor het eerst in de populaire Sjimmy Beach Club. In de Los Angeles-achtige gelegenheid zwermen schaars geklede danseressen om de dj, en trotseren waaghalzen aan het zwembad in hun bikini of zwembroek de koele avondwind. "Iedereen is hier mooi!" roept een van ons. Maar mijn oog valt op het personeel: overwegend zwart, zo nu en dan een witte manager.

"Dineren die obers zelf ook weleens op dit soort plekken?" vraag ik onze gids Ralph Jackson terwijl ik op mijn sushi wacht. Ralph schudt zijn hoofd. "De meesten wonen in townships. Dat ze elke ochtend naar de stad trekken is juist goed, dan vergeten ze even de armoede waarin ze wonen."

Drang
Misschien is het omdat ik dezelfde huidskleur als zij heb, misschien omdat een van de vrouwelijke obers 'my dear' tegen me zegt in plaats van 'madam', maar ik voel ineens een niet te stillen drang om naar de townships te gaan. Ralph, zelf kleurling en lichtgetint, kijkt bedenkelijk. Hij vertelt over mensen die nog in emmers poepen, over zijn vrienden die in zinken hutten wonen, en over het buitensporige geweld in die wijken.

Het townshipbezoek zal pas op mijn laatste dag plaatsvinden. Intussen merk ik dat ik in de plukjes en beetjes Kaapstad steeds herkenning zoek, en soms teleurstelling vind. Zo herinneren de grote, of beter gezegd gigantische billen in strakke harembroeken of krappe zomerjurkjes mij aan het postuur van mijn geliefde romanpersonage Mma Ramotswe. Maar de traditionele Afrikaanse kettinkjes, lappen stof en hebbedingetjes waar mijn hart thuis sneller van gaat kloppen, blijken hier als toeristische meuk te worden gezien.

Ik waan me op wijnboerderij Groot Constantia aan de rand van Kaapstad in Toscane, vertrouwd Europees. Maar schrik weer van die andere boerderij (tevens ons hotel) in het plaatsje Langebaan waar de toiletbordjes 'only whites allowed' en 'only blacks allowed' als museumstuk zijn blijven hangen.

Xhosa-vrouw in traditionele kledij. Beeld getty

Echte Zuid-Afrikanen spreek ik nauwelijks. Geen tijd voor, en bovendien wekt mijn nieuwsgierigheid naar het apartheidstijdperk irritatie op. "Voor informatie moet je betalen. Jullie journalisten zijn niet te vertrouwen", moppert een gids op leeftijd bij het District Six-museum.

In het pittoreske vissersdorpje Paternoster, tref ik iemand die wel wil praten. Nathalie van der Heever heet ze. Een koffiekleurige vijftiger met een gulle glimlach.

Apartheid
Onder een witte parasol schuilt ze met een groep vrienden en collega's voor de hete middagzon. De eigenaresse van het fish-and-chipszaakje is nog aan het werk, verraadt haar witte haarnetje. Maar tijd voor een praatje heeft ze wel. "Hoe was het hier tijdens de apartheid?", vraag ik, bang weer afgepoeierd te worden. "Apartheid was in deze bruine gemeenschap nooit aan de orde", zegt Nathalie. "Dat kwam later pas, na de afschaffing."

Ze neemt me mee naar haar geboortehuis. Wat vroeger het huis was waar ze samen met haar grootouders, ouders en broers en zussen woonde, heet nu gasthuis Katonkel en is in bezit van een van de vele witte hotelmanagers in het dorp. "My dear", verzucht ze. "Ik kan je zoveel narigheid vertellen, maar ik wil geen bitter mens zijn." Dan, na aandringen van vriend Mornayw Williams (46) die haar verontrustend blijft aankijken, begint ze toch te praten. Over haar opa. Die ging op zijn 75ste met pensioen, mocht in dienst blijven bij de mosselfabriek waar hij werkte en ook in het vissershuis van de fabriek blijven wonen.

Een paar jaar later, hij was begin tachtig, kreeg hij op de boot een beroerte die hem fataal werd. "Mijn grootvader overleed om tien over negen uur in de avond. De ochtend erna, om half zeven, zette de nieuwe fabriekseigenaar mijn tante het huis uit." En zo ging het met meer gezinnen, zegt Nathalie. Want de nieuwe eigenaren zagen meer heil in toerisme dan in de slinkende visserij. Ze buigt haar hoofd, staart naar de grond. "Weet je, soms zou ik willen dat we ons oude Paternoster weer terugkrijgen."

West-Afrikaans
Zou ik passen in die gemeenschap van kleurlingen waar zij zo naar terugverlangt? Mijn moeder heeft immers dezelfde huidskleur als zij. Lijk ik dus op haar volk? Nee, zegt Nathalie. Vriend Mornayw blijft me intussen bestuderen. Dan: "Je hoofd is te rond. En je ogen te... gewoon anders. Eerder West-Afrikaans." Ik vertel ze over mijn dilemma, dat ik me Afrikaan wil voelen vanwege mijn voorouders. "Maar ik herken niets, versta niets, begrijp niets." Ik weet precies wat je bedoelt, roept Nathalie. "Me, I am pitch black, but I don't speak a word African."

In Langa, Kaapstads oudste township, is niet alleen de voertaal Afrikaans, alles is er Afrikaans. Ik zie de zandweggetjes waar MCall Smith over schreef, hier alleen bevuild met lege blikjes en plastic. Ik zie vrouwen in lange gewaden langs de weg schapenkoppen bereiden, het as nog op hun gezicht. Ik hoor Afrikaanse namen, let op Afrikaanse begroetingen, en maak de beginnersfout bij alles te vragen wat het betekent. "Zo heet ik gewoon!"

Of: "Zo groeten we gewoon", krijg ik een aantal keer te horen. Maar Langa toont me ook haar armoede. Fruitkraampjes en kapperszaken zijn slecht in elkaar gespijkerde krotten. En in kamers van tien vierkante meter wonen soms twee gezinnen, acht mensen in totaal. Hun vragen stellen kost geld en voelt ongemakkelijk.

Shack
Na wat onderhandelen met gids Abongile Gwabeni - 'Aan een interview van vijf minuten heb je wel genoeg, toch?' - kan ik iemand spreken. Ik ontmoet Bulelwa Roio (20). Niet in een huis, maar een shack. Een hut met zinken platen. Hier geen poep-emmers, zoals Ralph ze omschreef. Bulelwa neemt me mee naar hun woonkamer, een hut naast de hoofdhut. Hier kijkt ze met haar broertjes en zusjes tv op plastic tuinstoelen.

De jonge vrouw straalt, geeft me voor het eerst een Afrikaans welkom zoals ik dat verwachtte te krijgen. Ze leert me woorden in haar taal Xhosa, zoals ujani, dat 'hoe gaat het' betekent. Of qhela kakubi: je bent respectloos. Ze lacht me uit als ik er niet in slaag de kenmerkende Xhosa-klik uit te spreken, vertelt over haar wens om psycholoog te worden en glundert bij de gedachte dat ze straks als eerste van het gezin een middelbareschooldiploma op zak heeft.

Maar Bulelwa heeft een dochter van twee, een zonde. Want ze is niet getrouwd. "Ze weet wat ze gedaan heeft, ze weet dat haar vriend de schade moet vergoeden", roept de gids groot gebarend in de deuropening als ik vraag naar de regels van de Xhosa-cultuur. "Ze is in waarde gedaald." De tranen staan in haar ogen. Ik vraag verder, maar ze antwoordt nauwelijks. "Er is veel naar me geschreeuwd tijdens mijn zwangerschap", is het enige wat Bulelwa nog kan uitbrengen.

Ik wil goed afsluiten. "Lijk ik op een Afrikaan?" Ja, natuurlijk! "Je neus, je gezicht, je kleur, je zou zo een Xhosa kunnen zijn." Hoe vaak heb ik dezer dagen gehoord: "Je mag dan wel lijken op een Afrikaan, voor ons ben je een westerling." Maar hier, in dat woonkamerhutje naast het meisje dat in waarde is gedaald, voel ik me op mijn laatste dag in Zuid-Afrika eindelijk een Afrikaan.

Een beetje maar.

Weet wat je wilt vinden
Geïnteresseerd in de westerse geschiedenis van Zuid-Afrika? Dan is Kaapstad uitstekend. Meer weten over de nomadische Bosjesmannen? Ga dan naar Johannesburg. Elk deel van Zuid-Afrika heeft zijn eigen geschiedenis, zijn eigen complexiteit. Er onvoorbereid naartoe reizen maakt het alleen maar complexer.

Plan je eigen reis
Een georganiseerde reis is gemakkelijk, maar kan ook beperkend werken. Op het laatste moment een township bezoeken, met een gids praten of ergens wat boeken doorspitten, zit er dan niet meer in. En juist die laatste-moment-acties zijn belangrijk bij de zoektocht naar uw roots.

Niet alle nieuwsgierigheid wordt op prijs gesteld
Vraag niet naar de betekenis van elk litteken, elke groet en elke naam. Niet alles heeft een betekenis. En niet altijd willen mensen erover praten. "Het is gewoon cultuur!", heb ik een paar keer gehoord.

Bruin is niet zomaar bruin
Een kleurling is vaak lichtgetint, maar kan ook donker zijn. Een zwarte Zuid-Afrikaan is vaak donker, maar kan ook lichtgetint zijn. Toch ligt het gevoelig om die twee met elkaar te verwarren. Iemands etnische aanduiding bepaalt in Zuid-Afrika van oudsher zijn sociale status.

Schrijf alles op
Nieuwe ontdekkingen verder uitdiepen? Schrijf ze op. Dan komen de te nemen vervolgstappen vanzelf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden