Reportage

Op zoek naar meneer Bernardino tussen het puin van Mozambique

Een vrouw zit buiten Beira naast haar gehavende huis. Beeld REUTERS

Na cycloon Idai is er in en rond de Mozambikaanse havenstad Beira nauwelijks nog internet- of telefoonverbinding. Terwijl de stad opkrabbelt na de storm, proberen inwoners elkaar te vinden.

Ben van Wyk (29) weet zeker dat zes van zijn zeven werknemers de verwoestende cycloon Idai in centraal Mozambique hebben overleefd. Maar van “meneer Bernardino” heeft hij vijf dagen later nog niets gehoord. Zo noemt de in Zimbabwe geboren Van Wyk zijn oudste arbeidskracht respectvol. Meneer Bernardino woont op een braakliggend terrein een half uur buiten havenstad Beira. Zijn baan is eenvoudig: hij past op de grond, die in het bezit is van het bedrijf dat agrarische producten fabriceert en vervoert naar boeren in Mozambique, Zambia en Malawi. Van Wyk is de manager.

Van Wyk stapt in zijn Toyota 4x4 en strijkt met een hand over zijn baard. Praktisch alle internet en telefoonverbindingen liggen er uit sinds de storm. Er zit niets anders op dan fysiek bij meneer Bernardino langs te gaan. Op een brug naast het vliegveld probeert hij nog één keer te bellen. Tientallen mensen staan er met hun mobieltje in de lucht. “Dit is de enige plek waar goed bereik is”, zegt hij. Meneer Bernardino’s telefoon gaat niet over.

De weg van Beira naar Zimbabwe, door de Chinezen onlangs aangelegd, ligt er even buiten de stad nog prima bij. Pas na zestig kilometer blokkeren overstromingen de doorgang. Van Wyk wijst op de honderden vrachtwagens die overal geparkeerd staan. “Beira is de belangrijkste havenstad van Mozambique. Maar nu alle toegangswegen zijn afgesloten, ligt de transportsector stil.”

Een man staat naast door Idai verwoeste bomen in Beira. Beeld EPA

Brokstukken

Langs de weg snoeien mannen de omgewaaide bomen. De helft van de huizen mist een dak. Toch is het eigenlijk vooral verrassend hoeveel simpele hutjes de windstoten van 200 kilometer per uur hebben doorstaan. Mozambique is een van de armste en minst ontwikkelde landen ter wereld. 

Drie van zijn werknemers verloren hun huis. Volledig verwoest. Van Wyks eigen woning hield het. Maar het was eng. “Ik lag met mijn vrouw in bed, onze twee kleine kinderen in de kamer ernaast”, vertelt hij. “Ik hoorde de wind steeds verder aanzwellen. Telkens als ik dacht dat de storm op haar hoogtepunt was, werd het nóg erger. Ik ben zelden zo bang geweest. Vooral omdat je niks kunt doen. Je kunt niet buiten checken of alles het houdt: er vlogen allerlei brokstukken in het rond. Maar binnen ben je bang dat je muren en dak bovenop je zullen bezwijken.”

Hij slaat rechtsaf een zandweg in. De kuilen staan vol plassen. Al is van een overstroming in dit gebied – net als in Beira – geen sprake. Mannen lopen langs, gammele fietsen aan de hand met bundels dunne, afgezaagde boomstammen achterop. “Normaal verdienen zij hun geld met de verkoop van houtskool”, legt Van Wyk uit. “Maar nu er na de storm dringend behoefte is aan bouwmaterialen, kappen ze kleine bomen en verkopen zij die langs de kant van de weg.”

Mensen wachten in Beira op drinkwater. Beeld EPA

Uniform

Hij parkeert. Het stuk gras dat naar een verhoogd treinspoor leidt, waarachter meneer Bernardino woont, is zompig. Elektriciteitspalen zijn omgevallen, de kabels hangen laag in het natte gras. “Moet je nagaan hoeveel moet worden hersteld, voordat de stroom kan terugkomen”, verzucht Van Wyk. “Oh, pas op trouwens. Er leven hier veel slangen tussen het gras.”

Meneer Bernardino is niet thuis. Maar hij leeft wel. Zijn buren zeggen dat hij in het ziekenhuis in Mafanbisse is, tien kilometer naar het oosten, op de rand van waar het graslandschap door overstromingen vrij plotseling overgaat in een reusachtig, bruingekleurd meer. Dat is het gebied waar de Pungwe-rivier buiten zijn oevers is getreden, zo ver dat zij hele dorpen heeft verzwolgen. Dat is het gebied waar reddingshelikopters af en aan vliegen om verstekelingen van daken te redden.

Raakte meneer Bernardino tijdens de storm gewond? Het ziekenhuis, prachtig gelegen tussen suikerrietplantages, is beschadigd. “Hij is gemakkelijk te herkennen”, zegt Van Wyk. “Meneer Bernardino draagt altijd – ja, echt elke dag – met trots zijn bedrijfsuniform.” Toch kan hij hem niet vinden. Bij de receptie verschijnt een administratieboek. Het is goed zoeken, maar uiteindelijk vindt hij de naam en handtekening: Bernardino Mucratera. Hij heeft eerder vandaag iboprufen voorgeschreven gekregen.

Vis

Uit nieuwsgierigheid rijdt Van Wyk vanuit Mafanbisse nog een paar kilometer door. Nu hij zo dichtbij is, wil hij zelf even zien waar de weg onbegaanbaar wordt. Vissers kondigen het overstromingsgebied aan. Met geïmproviseerde hengels en door hulporganisaties uitgedeelde muggennetten staan ze in de ondergelopen bermen langs verhoogde weg. Van Wyk lacht. “Ik was bang dat er voedseltekorten zouden ontstaan. Maar ik was vergeten dat we rond Beira altijd onze vis hebben.”

Bij het plaatsje Tica is de weg afgesloten. “Maar kijk, de Chinezen zijn al aan het werk om de boel te repareren”, roept Van Wyk enthousiast uit. Ze zijn met groot materieel uitgerukt. Dat hadden ze vast nog staan na de aanleg van de snelweg, denkt hij. En ja, zo gaat het natuurlijk vaak in Afrika: Europeanen bemannen de reddingsvluchten, de Chinezen repareren de infrastructuur.

Een beschadigde weg in Nhamatanda, ongeveer 50 kilometer van Beira. Beeld AP

Op de weg terug naar Beira volgt een nieuwe stop bij het huis van meneer Bernardino. Maar die is nog altijd niet terug. Misschien is hij ook zelf bij mensen, bij familie bijvoorbeeld, aan het controleren of zij in orde zijn na de storm. “Vraag hem zich morgenochtend te melden op het vliegveld” verzoekt Van Wyk de buren. “Ik weet nu dat hij nog leeft, maar ik wil hem ook echt even in de ogen kijken.”

De zon breekt door. Van Wyk vult bij een tankstation twee plastic jerrycans. “In Beira is nauwelijks nog benzine”, legt hij uit. “Voor onze generator thuis hebben we brandstof nodig. Alleen dan hebben we elektriciteit.” Zwetend stapt hij de auto in. De airconditioning binnen staat hoog. “En toch is het fijn”, zegt hij. “Laat de zon maar schijnen. Dan verdampt het water sneller. Alles is al een week lang kletsnat. Door de vochtigheidsgraad van bijna 100 procent wil niets drogen. Nog geen handdoek.”

De volgende dag wacht Van Wyk vanaf acht uur op Beira’s vliegveld, sinds de storm de centrale ontmoetingsplek in de stad. Rond een uur of tien veert hij op. Want daar staat hij, keurig in uniform zoals altijd: meneer Bernardino. Hij is in goede gezondheid, zegt hij. “Ik had gisteren slechts wat hoofdpijn, daarom was ik in de kliniek. Nee, de storm heeft alleen het dak van mijn huis weggerukt.”

Honderdduizenden kinderen hebben in Mozambique onmiddellijk hulp nodig

Nu het water in delen van Mozambique langzaam aan het dalen is, worden steeds meer dode lichamen zichtbaar. Hoeveel doden er uiteindelijk geteld zullen worden is heel lastig te voorspellen. Meer dan duizend, schat Elhadj As Sy, de secretaris-generaal van het internationale Rode Kruis (IFRC) tijdens een bezoek aan

het rampgebied tegen pers­­bureau AP.  Vanuit de grotendeels verwoeste stad Beira proberen hulporganisaties en de overheid grip op de situatie te krijgen. Twee vliegtuigen van Artsen zonder Grenzen zijn gisteren met onder meer medicijnen aan boord in de havenstad aangekomen. Ook heeft de organisatie mobiele hulpposten opgericht en probeert ze de gezondheidscentra in het armste deel van de stad te herstellen.

Nog altijd vliegen helikopters boven de regio om mensen op te pikken en naar Beira te brengen. Duizenden proberen wadend door het water de havenstad te bereiken. Lokale vissers schieten gestrande mensen waar mogelijk te hulp en brengen ze per boot naar de stad.

Daar wachten hun nieuwe problemen. Zo is er nauwelijks schoon water of elektriciteit. “De situatie is simpelweg afschuwelijk”, zei As Sy in een geïmproviseerd opvangkamp. “Drieduizend mensen die in een schoolgebouw worden opgevangen moeten zes toiletten met elkaar delen.” De hulporganisatie verklaarde gisteren al een aantal choleragevallen te hebben ontdekt. Ook neemt het aantal malariagevallen snel toe. “Wat betreft de water- en sanitatatiesituatie, zitten we op een tikkende tijdbom”, waarschuwde As Sy tegen persbureau AP. Hij zei zich ook ernstig zorgen te maken over de vele kinderen die onbegeleid rondlopen.

Veel kinderen zijn hun ouders in de chaos kwijtgeraakt of hebben hen verloren aan het water. Volgens VN-kinderorganisatie Unicef hebben honderdduizenden kinderen onmiddellijk hulp nodig. Ook in buurland Zimbabwe proberen hulporganisaties en de overheid de getroffenen te bereiken. De cycloon Idai heeft het district Chimanimani getroffen, waar 30.000 mensen wonen. Bruggen en wegen zijn verwoest en het gebied is alleen nog bereikbaar per helikopter. Mensen worden onder andere in kerken opgevangen. 

Lees ook:

De gruwel die orkaan Idai in Afrika aanricht, wordt langzaam zichtbaar

Cycloon Idai is met vernietigende kracht door Mozambique, Zimbabwe en Malawi getrokken. Het is een van de grootste natuurrampen op het zuidelijk halfrond.

Als een goudzoeker op zoek naar rijst met een zeef, vanwege cycloon Idai

Wanhoop regeert in de arme wijken van de door cycloon Idai getroffen stad Beira in Mozambique.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden