Op zoek naar jezelf - in een Italiaanse bergvallei

Hij ging voor de natuur, maar van lieverlee wordt de trip van Robert van Dijk naar de Italiaanse Alpen een studie van een groepsproces met hoog zweefgehalte.

Omdat ik goeie verhalen heb gehoord over de pracht van de Italiaanse Alpen, boekte ik daar een wandelvakantie, een 'back to basic & nature-expeditie' waarbij je volgens de website in contact komt met jezelf door het contact met de natuur. Mij ging het om dat laatste contact, maar veel deelnemers blijken meer met het eerste bezig te zijn, waardoor ik behalve de bergvallei ook het groepsproces met verwondering gadesla.

Voordat we aan de eerste trek beginnen, merkt onze berggids Seppi op dat geen enkele Italiaan het in zijn hoofd zou halen met dit hondenweer te gaan wandelen. Weten we het zeker? Ja, we weten het zeker; we zijn hier om de bergen te zien, weer of geen weer.

We zijn in Weng, een berggehucht waar men bij de lunch al wijn drinkt, waar ook de honden koeienbellen dragen en waar het toilethokje zo gebouwd is dat de ontlasting linea recta in de moestuin valt. Hoe zijn we hier terechtgekomen? Men neme op het vliegveld van Milaan een taxi naar Alagna Valsesia (zo'n twee uur rijden) en vandaar lope men met bepakking bergop naar een hoogte van ruim 1700 meter (zo'n twee uur klimmen), want Weng is alleen te voet bereikbaar.

Vijf dagen lang gebruiken wij - een groep van tien mensen die elkaar niet kennen - hier een antieke berghut als uitvalsbasis voor tochten door Val d'Otro, een schitterende Alpenvallei niet ver van de Zwitserse grens. De jongste is 31, de oudste 55, de beroepen lopen uiteen van piloot tot vastgoedtaxateur, van theatermaker tot promovenda in de neurologie. Iedereen heeft zin in de Alpen.

Maar het weer zit tegen. De Monte Rosa kijkt door een boerka van wolken op ons neer. Een paar uur lang gaan wij mee in de gedachte dat de regen ons Nederlanders niet deert, maar dan moeten we bekennen dat we ons stoerder voordoen dan we zijn. "Wie wil er terug naar base camp?", vraagt expeditieleider Raymond Landgraaf. Aarzelend gaat de ene na de andere vinger de lucht in.

Terwijl het buiten droog wordt, komen bij het haardvuur de gesprekken los. Niemand weet eigenlijk wat hem of haar te wachten staat; de redenen om zich aan te sluiten bij deze groep - vier mannen en zes vrouwen -verschillen per persoon en lopen uiteen van 'jezelf ontdekken' tot 'ontstressen'. Ook is er iemand met een collega die deze expeditie eerder ondernam. Die collega keerde als een volledig ander mens terug, maar had er toch bar weinig over losgelaten; het zou beter zijn zonder verwachtingen te gaan. Zouden wij ook in zo korte tijd een 'ander mens' worden? Door te wandelen? Door het buiten zijn, het afzien, het herontdekken van je fysieke kracht? Hadden we dan niet juist de regen moeten trotseren?

Of moeten we het zoeken in een heel andere hoek? Tijdens de wandeling zei iemand dat Val d'Otro een heel vrouwelijke, zachte, aardse energie heeft, iets wat zeker voor mannen heilzaam zou werken, gezien hun 'constante drang naar dynamiek'. Vallen we in deze vallei onder een spirituele invloedssfeer?

Als 'Der Mensch ist was er ißt' (zoals Ludwig Andreas Feuerbach schreef), worden we hier zonder meer een ander mens. We eten niets dan verrukkelijke, onbespoten, lokale producten. En 'lokaal' betekent hier niet 'uit eigen land', lokaal is dat je maar uit het raam hoeft te kijken om deze lekkernijen te zien groeien of rondlopen. Wij zijn onze omgeving.

Zo is het maar een kleine stap naar mindfulness. Niemand vind het dan ook vreemd dat we de ochtenden met een mindfulnessmeditatie beginnen. Nu stuit de acceptatie van de sensaties van het moment in een Alpenweitje op zich al op aanmerkelijk minder weerstand dan in een wijkgebouwtje in Almere - mindfulness is iets wat hier bijna vanzelf ontstaat - maar wat ook helpt: we hebben beneden in het dorp onze iPhones moeten achterlaten.

Verder op het programma: een zweethut. Een zweethut is een primitief soort sauna, maar dat mag je niet zeggen, zoals je een kerk ook niet een centraal gelegen cursuscentrum mag noemen. De zweethutrite wordt begeleid door Michael (van binnen) en Marco (van buiten) en zij doen dat op de manier waarop de Noord-Amerikaanse Lakota-indianen dat deden. De bedoeling is niet dat het 'lekker en ook nog eens gezond' is. Integendeel, in een zweethut wordt de nadruk gelegd op geestelijke zuivering. De hitte wordt een mentaal zweten, een lijdensweg, en dit lijden doe je voor het heil van een ander. Dat doet denken aan de kruisiging van Jezus, maar die link wordt in deze überkatholieke omgeving gek genoeg niet gelegd.

Terwijl we schouder aan schouder in het pikkedonker in het Indiaans ceremonieel meezingen met Michael, verbinden we ons met 'Al Wat Is' door om beurten op te noemen waar we zoal dankbaar voor zijn in het leven. Dit wordt gevolgd door gebeden voor hen die hulp en steun nodig hebben en voor 'dat wat om heling vraagt'.

Een sauna vind ik zalig en een kennismaking met de Lakota-cultuur interessant, maar wanneer de dankwoorden overgaan in gebeden, haak ik (zonder dit te laten blijken) af. De rest van de tijd besteed ik aan de vraag waarom ik hierin vrijwel de enige ben.

Alleen het meisje pal naast mij hoor ik evenmin bidden. Waarom uiten deze mensen,

die elkaar amper 24 uur kennen, zonder aarzeling hun private problematiek, terwijl hun tranen zich vermengen met hun zweet, in aanbidding van ... ja, van wie of wat eigenlijk? Is het de sociale druk?

Gebeurt dit onder het mom van 'laat ik maar gewoon meedoen en geen spelbreker zijn'? En waar ligt dan de grens? Dat je een bergwandeling in de regen maakt en eigenlijk wilt schuilen en toch maar je mond houdt, alla. Maar gaat dit bidden niet wat ver? Neemt meegaandheid hier niet de vorm aan van zelfverloochening?

Op dat moment roept er iemand 'stop!' (Er was afgesproken dat we hiervoor een of andere Sioux-term zouden gebruiken, maar die vergeet je natuurlijk in de paniek.) Marco maakt de hut open en het is Laura die haastig naar buiten kruipt. Niet veel later wordt er opnieuw 'stop!' geroepen. Ook Jort verlaat de hut om zich bij 'fire keeper' Marco te voegen, in de frisse lucht waar hij naar smachtte.

Terwijl wij verdergaan met de ceremonie, legt Marco hem nog eens uit wat het idee is. Dat het zo onaangenaam wordt dat er een lijden ontstaat waarmee je anderen kunt helpen. Jort had inderdaad aan zijn vrouw gedacht die chronisch ziek is. Maar door de hut te verlaten heeft Jort voor zichzelf gekozen in plaats van voor zijn vrouw, vindt Marco: adding insult to injury. Zelf zou hij nooit opgeven, ook al zou hij sterven in de hut. Maar zover zou het nooit komen; ze zorgden er altijd wel voor dat het bij een bijna-doodgaan bleef. Waarop Jort bij zichzelf denkt: Ik ben naar de Alpen gekomen om door de natuur te trekken, niet voor een bijna-doodervaring van twee uur lang.

Na afloop vertelt ook Laura hoe zwaar ze het vond en dat ze eruit wilde en heel lang toch bleef zitten uit angst een zwakkeling gevonden te worden. Tot ze besefte dat je eerder zwakte toont door te blijven zitten en te zwichten voor het mogelijke oordeel van anderen. Door eruit te stappen, heeft ze zichzelf laten zien te vertrouwen op haar eigen oordeel en daarnaar te handelen. Ze is trots op zichzelf. De trots van Laura lijkt mij terecht, maar de grenzen die zij en Jort aangaven waren fysieke grenzen, geen ethische.

De dagen erna sprokkel ik observaties bijeen om een antwoord te vinden op de vraag waar de gretigheid vandaan komt waarmee we ons als indianen gedroegen. Wat opvalt is dat de groep over het algemeen nogal zweverig is. Er lijkt een grote honger te bestaan naar alternatieven voor het Verlichtingsdenken. De een vertelt over haar ervaringen met het communiceren met haar konijnen door een dierentolk, een ander heeft voor zijn zieke dochter de hulp gevraagd van een dolfijnentherapeut. Weer een ander praat over haar lichaam in termen van chakra's. Boeken die ik zie rondslingeren: Jan Geurts' populaire 'Verslaafd aan liefde' (over hoe je met meditatie van deze verslaving af kunt komen) en iets van Antoine de Saint-Exupéry ('Maar ogen zijn blind. Met het hart moet men zoeken.').

Atheïst zijn, zo lijkt het, is als single zijn. Happy singles zijn zeldzaam. Een vrijgezel wil al dan niet heimelijk een inspirerende partner, liever vandaag nog dan morgen. Zo is de atheïst tegenwoordig op zoek naar een passend (bij)geloof. Een zweethut is een date.

Maar wat gebeurt er op het moment dat we langs een klein katholiek kerkje komen en onze expeditieleider even naar binnen glipt? We wachten tot hij weer naar buiten komt, drinken wat water, eten een energy bar. Niemand volgt hem, niemand voelt zich geroepen een kaarsje op te steken voor het heil van een ander. Zijn we daar te nuchter voor? Integendeel, denk ik. Het christelijke geloof, fundament van onze cultuur, is niet bepaald sexy. Spiritualiteit is een sociëteit waartoe het christendom de toegang is ontzegd. We blijven buiten wachten, terwijl we een paar dagen daarvoor zwetend een gloeiende steen vereerden die we 'grandfather' noemden en we dagenlang aan de lippen hangen van Seppi, die zijn wijsheden opgedaan heeft op de bergtoppen van Tibet.

's Avonds legt Raymond een stapel kaartjes op tafel, verspreid en omgekeerd, als bij een spelletje memory. Het is de bedoeling dat iedereen om beurten blind een kaartje pakt en uitlegt waarom het op hem of haar slaat. Iedereen weet een verband te bedenken tussen de afbeelding op het gekozen kaartje en de problematiek waar hij of zij op dit moment mee worstelt. Maar steevast wordt in de toelichting de boel omgedraaid: de link wordt niet gelegd door degene die aan het woord is, maar door het kaartje zelf, als bij tarotkaarten en horoscopen. Het kaartje 'vertelt' iets en 'slaat de spijker op z'n kop', sommigen schrikken er zelfs van.

Verbeelding heeft tegenwoordig een slechte naam ('Wat verbeeld je je wel niet!') en misschien wordt het tijd voor een rehabilitatie. Wat de kaartjes vooral aantonen is dat we 'een rijke fantasie hebben' (wat een verwensing is geworden). Als er hier aan tafel al krachten aan het werk zijn, dan de krachten van onze verbeelding.

Wanneer we op de slotavond de dagen in de bergen evalueren, wijzen meerdere deelnemers momenten aan van 'dit kan geen toeval zijn' (en precies op dát moment ging er een dagpauwoog op mijn arm zitten!), momenten die worden geduid als spiritueel, waar het feitelijk de eigen vindingrijkheid is die de magnifieke verbanden legt. Het mooie is dat je zo daadwerkelijk het gevoel kunt creëren in vijf dagen een ander mens te worden. Verrijking als self fulfilling prophecy.

Toch valt niet te ontkennen dat de groep van meet af aan opvallend harmonieus is geweest, compleet met group hugs en elkaars schouders masseren. En als dat niet komt door een geestelijke verbondenheid, waardoor dan? Misschien komt het juiste antwoord van de nar van de groep. Als ik hem vraag naar de oorzaak van de voortdurende pais en vree, zegt hij: "Omdat niemand maar een seconde hoeft na te denken over het eten, er staat driemaal daags een fantastisch maal voor ons klaar.Normaliter begint de ellende in zo'n groep met de vraag: Wie kookt er vandaag?"

De echte namen van Laura en Jort zijn bij de redactie bekend, evenals de achternamen van Marco en Michael.

Weg van de stress

Raymond Landgraaf adviseerde als huisarts jarenlang zijn patiënten met stress- en burnout gerelateerde klachten om gas terug te nemen, terwijl hij zelf 80 uur per week werkte en daarbij nog twee studies deed. Uiteindelijk gooide hij het roer om en verruilde met zijn gezin de drukte en stress van Amsterdam voor de stilte en rust van een klein Italiaans bergdorpje. Hier vestigde hij zich als dorpsarts en is hij samen met een lokale geitenherder expedities gaan organiseren. Wat hij zichzelf heeft gegund, gunt hij ook zijn deelnemers: Een weekje (therapeutisch) houthakken, vuur maken, broodbakken, prachtige wandelingen maken in de ruige natuur en slapen onder de blote sterrenhemel.

Benieuwd? Bekijk dan de trailer: www.youtube.com/watch?v=nPhy-o0LqeA. Informatie: www.otro-elements.it.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden