Op zoek naar eeuwige beweging

Fred Swart 1933-2016

Hij kende de gevaren van nucleaire straling als geen ander en hij at liever geen champignons omdat die als eerste radioactiviteit opzuigen. Toch betoogde hij tegen iedereen die het horen wilde (maar dat waren er niet veel meer) dat kernenergie de schoonste energie is. Wie over zonnepanelen en windmolens begon, kon rekenen op een uiteenzetting over zware metalen en andere schadelijke grondstoffen die daarin verwerkt zijn.


Fred Swart haalde graag gevestigde opvattingen onderuit met zijn berekeningen. Of hij toonde een onthutsende werkelijkheid onder de oppervlakte, zoals die keer dat hij wat filet américain onder de microscoop legde om zijn kinderen te laten griezelen door alle gekrioel dat ze zagen.


Van zijn vak was hij stralingsdeskundige, zelf voelde hij zich vooral uitvinder. Een kamergeleerde was hij niet. Hij geloofde iets pas als zijn eigen handen en ogen overtuigd waren.


Hij was eenvoudig begonnen. Op z'n twaalfde ging hij naar de ambachtsschool in Utrecht, waar hij bankwerken leerde en vervolgens elektrotechniek. Dat was kort na de Duitse bezetting. Zijn moeder was Duitse en ze kreeg weleens bezoek van haar broer die als sergeant bij de Wehrmacht diende omdat hij daar meer kon verdienen. Freds vader, een Groninger die zijn werk bij de staalfabriek Demka was gevolgd naar Utrecht, vond dat zijn Duitse zwager een klap voor zijn kop verdiende, maar er werd gezwegen over de oorlog. De jonge Fred moest met zijn geüniformeerde oom boodschappen doen. Daar werd hij wel op aangekeken in de buurt, vertelde hij later.


Met zijn moeder is hij weleens naar Duitsland geweest om koffiebonen en kaas te brengen naar haar familie. In de trein weigerde zijn moeder de Hitlergroet te brengen, herinnerde hij zich.


Toen er geen eten meer was in Utrecht, werd Fred naar familie in Groningen gestuurd. Daarvan herinnerde hij zich vooral de pannekoeken met spek. Toch was hij na de oorlog zo vermagerd dat hij naar Denemarken werd gestuurd om aan te sterken. Een paar maanden lang moest hij daar hard werken als boerenknechtje.


Dat hij voor een technische toekomst zou kiezen, was geen verrassing. Hij was dol op het technische speelgoed meccano en hij experimenteerde graag met het metaal dat zijn vader soms meebracht van zijn werk.


Na de ambachtsschool leerde hij door in het voorbereidend middelbaar technisch onderwijs. Ook in zijn militaire diensttijd volgde hij technische opleidingen.


Philips in Eindhoven gaf hem werk aan koudgaskoelmachines. Daar viel hij zo in de smaak dat ze hem hoofd van de tekenkamer wilden maken, maar daar bedankte hij voor. Hij wilde niet op kantoor zitten, hij was een doener. Bij autofabriek Daf in Eindhoven vond hij een grote uitdaging. Daf stuurde hem drie maanden naar Rotterdam voor een dure opleiding in röntgentechniek. Daarmee wilde de fabriek de lasnaden in het metaal voor vrachtwagens controleren.


De liefde bracht hem terug naar Utrecht. Daar had hij op een dansavond de vijf jaar jongere Miep van Rooijen leren kennen. Het klikte, maar dat viel slecht bij beider families. Hij was luthers gedoopt, ook al deed hij daar niets mee, en zij was rooms-katholiek.


Fred en Miep trokken zich van de bezwaren niets aan. Binnen een jaar waren ze getrouwd en een half jaar later, in 1965, kwam hun eerste kind, Liesel. Een jaar later kregen ze Karin en in 1970 Alexander.


Ook Fred ging werken bij Demka, waar hij gietstaal doorlichtte op fouten. Maar de staalindustrie maakte zware tijden door. Fred wachtte de massa-ontslagen niet af, en vond in Bilthoven werk bij het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid dat nu, met milieu erbij, bekendstaat als RIVM. Ze verkochten hun krappe huisje bij het Utrechtse Wilhelminapark en betrokken een ruime flat in De Bilt, op fietsafstand van zijn werk.


Zijn kennis van röntgen werd op de proef gesteld. Er moest een standaard komen om röntgenapparaten in ziekenhuizen te kunnen ijken. Het academisch ziekenhuis in Amsterdam had geprobeerd zo'n standaard te bouwen, en ook in Rotterdam was er jarenlang aan gewerkt, zonder resultaat.


Het lukte Fred wel, in een half jaar tijd. Hij ging langs alle ziekenhuizen in het land om te ijken. Ook stelde hij standaarden vast voor röntgenfoto's van hand, knie, borst en hoofd. Een aparte standaard ontwikkelde hij voor de bestraling van huid- en borstkanker, die nog steeds wordt gebruikt.


Het was levensgevaarlijk werk met röntgenbuizen waar 250.000 volt op stond. Zelfs de restspanning na gebruik kon dodelijk zijn. Fred ontlaadde de buizen altijd twee keer voordat hij iets aanraakte.


Ook voor straling was hij beducht. Als hij zijn werkgever vroeg om garanties voor de gezondheid van hem en zijn medewerkers, kreeg hij die vraag retour. Hij was zelf immers de stralingsdeskundige.


Fred kreeg de kerncentrale in Borssele erbij. Daar installeerde hij persoonlijk twee zware radioactieve bronnen in aparte gebouwen. Elke twee jaar kwam hij terug voor controle.


Als er elders in het land iets radioactiefs opdook, dan werd Fred erbij gehaald. Zoals in Amsterdam, waar uit een postzak op doorreis van Zwitserland naar China een verdachte vloeistof lekte. Dat spul was nodig voor de verdunning van radiumpoeder voor het beschilderen van wijzerplaten. Fred ontdekte dat Chinese fabrieksmeisjes aan hun penseel likten om mooi scherp te kunnen schilderen. Ook nam hij eens tafelbladen in beslag die radioactief materiaal bleken te bevatten. Na de ontploffing in de kerncentrale van het Oekraïense Tsjernobyl in 1986 controleerde hij steeds gras in Nederland op sporen van radium. Het viel mee dankzij de gunstige wind.


Het ongeluk veranderde zijn mening over kernenergie niet. Ook al experimenteerde hij in de jaren zeventig al met windmolentjes omdat hij zich zorgen maakte over het milieu, hij hield vol dat kerncentrales het beste waren. Hij vond het een zwarte dag toen Duitsland kernenergie afzwoer na de tsunami op de centrale in Fukushima.


Fred ging met vut in 1988. Jaren later werd hij weer gevraagd een radioactieve bron in Borssele te verplaatsen. Dat durfden de medewerkers van de centrale zelf niet. Op grote afstand keken ze toe hoe hij die bron naar een veilige loden plek bracht.


Fred woonde toen al jaren met Miep in zijn vroegere ouderlijk huis aan de Meerndijk in Utrecht. Daar hadden ze een grote tuin met een hoekje voor elk van de kinderen. Met schommels, een wip, rekstok en ringen was het een heerlijke speeltuin.


Voor Fred was het belangrijkste dat hij een schuur had om te klussen en een zolder voor zijn experimenten. Hij was in de ban van een droom die vele uitvinders al eeuwenlang hebben gekoesterd: een perpetuum mobile, een apparaat dat uit zichzelf altijd blijft bewegen. Na vele probeersels kwam hij uit op een wiel met vakken waarin een balletje steeds blijft vallen en zo het wiel laat draaien. Het werkte nog niet helemaal, maar hij was dichtbij de oplossing. Daar was hij van overtuigd.


Vijf jaar geleden verhuisde hij met Miep naar een appartement in Vleuten. Daar had hij geen werkplaats meer. Hij deed het rustig aan wegens zijn zwakke hart en hij las veel.


Vorige maand ging hij op stap met zijn scootmobiel om glühwein te kopen. Op de terugweg groette hij zijn buren en reed verder naar huis. In zijn schuurtje waar hij de scootmobiel parkeerde, werd hij gevonden. Het leek alsof hij sliep.


Fred Swart werd geboren op 10 september 1933 in Zuilen, Utrecht. Hij stierf op 9 december 2016 in Vleuten.


Als er ergens in Nederland iets radioactiefs aan de hand was, werd hij erbij gehaald. Thuis op zolder was hij vooral uitvinder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden