Op zoek naar een scheef slootje

"Waar bent u naar op zoek?", vroeg een behulpzame passant die ons heen en weer zag fietsen langs de Jisperweg in de Beemster. Wat moesten wij antwoorden. "We zijn op zoek naar een scheef slootje?"

Toch, dat was waar we naar zochten. De onlangs voor de VSB- poëzieprijs genomineerde dichter Martin Reints heeft voor Trouw eens een essay geschreven over de stolpboerderijen van de Beemster. In dat essay maakt hij een zijdelingse opmerking over een scheve sloot, die al op een allereerste kaart uit 1611 voorkomt en die met zijn scheefheid indruist tegen de kaarsrechte kavels waar de Beemsterpolder beroemd om is; zó beroemd dat hij op de Werelderfgoedlijst is opgenomen. Eén scheef slootje. Dat is intrigerend, net als die ene afwijkende maat in een overigens strenge fuga van Bach die gedurende een ogenblik voor een kleine uitspatting zorgt. Opzet? Dat zal wel niet. Toeval? Een foutje?

Die kaart uit 1611, althans een kopie ervan, hadden we inmiddels gevonden. Nu de sloot zelf nog.

Vlak voorbij Zuidoost-beemster begint de bochtige Ringdijk, die tot het begin van de zeventiende eeuw rond het grote Beemstermeer liep. Bijna vier eeuwen geleden dus. Al fietsend lijkt dat steeds minder ver weg. Per honderd meter wordt de dijk landelijker – gestoffeerd met wat vissers, grazende schapen en onwaarschijnlijk kromgegroeide knotwilgen. Wat vooral opvalt: het is allemaal zo overzichtelijk, de door geen enkele brug verstoorde lijnen van de ringvaart en de dijk, het lage polderland, de hoge linden langs de dijk. Plezierjachten trekken voren door het water, zoals vroeger de vrachtschepen deden. Rechts ligt het polderlandschap dat door wiskundigen ontworpen lijkt te zijn. Het ademt dezelfde geest van regelmaat en symmetrie als het zeventiende eeuwse ontwerp van de Amsterdamse grachtengordel, of de tuinaanleg van die tijd. Een voorproefje van de polder, ter hoogte van de Jisperweg: hier, in de luwte van de hoge dijk, valt het ruisen van de wind weg en treedt de stilte van de polder in. Het is alsof je je bevindt in een reusachtige kom gevuld met rust en stilte: de randen van de kom worden gevormd door de Ringdijk met zijn bomen.

Terug naar de dijk. Hier ligt het kleine gehucht Spijkerboor in een web van sloten, en het idyllische De Rijp. En verderop het drassige land van de Eilandpolder met zijn eindeloze rietpluimen. Op net zo'n dijk als deze stonden vroeger de Amsterdamse heren die de Beemster financierden – de molengang van Schermerhorn was toen nog fonkelnieuw – en delibereerden over hoe het worden moest, hun nieuwe land.

Zo is het geworden, zoals de stolpboerderijen hier onder aan de dijk, met de hoge piramidevormige daken, breeduit in hun welgesteldheid. En zo werd het land: zoals de Vrouwenweg bijvoorbeeld, die de polder in de breedte doorsnijdt, in één rechte lijn tot waar hij, in de verte, ogenschijnlijk aan de einder, doorsneden wordt door een even kaarsrechte weg, loodrecht daarop. Aan weerszijden van de weg een rechte rij bomen, en aan weerszijden daar weer van een rechte sloot. Dit is het prototype van een Beemsterpolderweg: sloot, bomenrij, weg, bomenrij, en dan weer sloot, tot waar zo'n weg zijn evenbeeld haaks kruist in de verte – alles van een perfecte symmetrie en harmonie.

Langs het stuk Ringdijk in de noordoosthoek dat de Beemster van de polder Beetskoog scheidt, liggen een paar molenwieken half verzonken in het land. Ze representeren de eenentwintig molens die hier gestaan hebben; de gemalen die de polder nu droog houden liggen aan de Westdijk en de Oostdijk. Een stelsel van stuwen en sluisjes zorgt voor een, voor de leek totaal onbegrijpelijke verdeling in 72 verschillende, ad hoc te regelen waterniveaus. Op verschillende plaatsen zijn die stuwtjes in het land te zien. De sloten zijn soms zo smal dat een forse zwaan er nauwelijks door kan, en soms zo wijd dat de bomen en de grijze regenwolken zich op hun gemak kunnen spiegelen.

De lange rechte Middenweg is de middenas van de Beemster, de logische plek voor het dorp Middenbeemster: de andere dorpen die gepland waren in de polder zijn nooit verdergekomen dan een kerkje, een schooltje en wat huizen. Er zijn in de zeventiende eeuw nogal wat foute inschattingen gemaakt – vooral wat betreft de verwachte populatie en de economische vooruitzichten. Zo zijn ook de herenhuizen die hier stonden de één na de ander verlaten, vervallen of afgebroken. Aan de Volgerweg staan de mooiste stolpboerderijen, elk rustend in zijn eigen perceel. De beroemdste van allen is de Eenhoorn, op de hoek van de Middenweg, met zijn hoge hek en zijn gouden eenhoorn boven het portaal. Over die boerderijen met hun geometrische vormen heeft Martin Reints het, en over de strakke regelmaat die tegelijk vol afwisseling is, want elke boerderij, en elke kavel, is anders van proportie of van beplanting. 'Geometrie vraagt om geometrie' is de titel van Reints' essay.

Goed, het scheve slootje dus. Welnu, dat viel tegen. Om te beginnen betrok de lucht, net toen we Middenbeemster wilden verlaten. Een onweer brak los – waar konden we beter schuilen dan in de pastorie van Betje Wolff? Een plensbui kletterde tegen het raam van haar werkkamer, vlak onder de dakpannen. Een bliksemflits verlichtte de volgepakte boekenkasten. 'Nauwelijks kunt ge u een idee vormen van die eenzaamheid welke heden weer mijn gelukkig deel is', schreef ze, 'alles is hier schoner en groter dan in de oude landen. Niets haalt bij de effenheid der vierkante weiden...' Maar evengoed beklaagde ze zich ook over de eindeloze modder van de lange winters.

We gingen opnieuw op pad. En tuurden en tuurden. Zou het het dichterlijke oog van Martin Reints zijn, dat de essentie van de materie schouwt in plaats van de materie zelf? Want zelfs met een toch redelijk goed ontwikkeld timmermansoog viel er in het landschap niets te ontdekken dat de naam 'scheef' verdiende. Nu ja, een beetje scheef dan: een klein stukje sloot, vlak vóór de enige boerderij, rechts, aan het stuk Jisperweg tussen de Rijperweg en de middensloot waar nu de N244 loopt, dat was alles. Dat, en vijf sloom herkauwende, roodbonte koeien.

Opzet? Foutje? Misschien eigenlijk gewoon flauw van die kaartenmakers uit 1611 om zo'n kleine vergissing van de slotengravers zo breed uit te meten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden