Op zoek naar de wijsheid van de Rif

Nu Nederlandse Marokkanen zich verdiepen in hun geschiedenis, stuiten ze op wortels die ouder zijn dan de islam. En dat werkt bevrijdend.

De geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars. Die uitspraak van George Orwell (1903-1950) geldt ook in Marokko. Maar in de Rif, de streek die lang achtergesteld is door de politieke elite en geldt als de verliezer van het Noord-Afrikaanse land, beginnen ze nu hun verborgen geschiedenis op te diepen.

Zo goed en zo kwaad als het gaat legt Achraf Bellaali, voorzitter van een regionale vrijwilligerstak van Unesco in het gebied, het verleden van zijn streek vast in zijn boek 'De Rif. Levend Erfgoed'. De Rif, Arabisch voor 'de rand van gecultiveerd land', vormt de bergstreek aan de noordkust, waar je vanouds de Amazigh- of Berbercultuur aantreft, net als in Tunesië en Algerije. Hun strijd om onafhankelijkheid in de Rifoorlog (en twee couppogingen op koning Hassan II) moesten ze bekopen met verwaarlozing van onderwijs en infrastructuur in het gebied.

Bellaali begon aan zijn onderzoek toen hij een jaar of vijf geleden een Spaanse archeoloog ontmoette die zich voor Unesco over het erfgoed van Sevilla ontfermt, vertelt hij. "Ik wist, als inwoner van de Rif: bij ons is er niets vastgelegd. En wordt er niets gerestaureerd, niets onderhouden." Hij is noodgedwongen autodidact. "Op de universiteiten wordt niets onderwezen over de geschiedenis van het gebied. Musea zijn er niet."

Al is er op papier steun van de Marokkaanse overheid voor Unesco's werk in de Rif, op herhaaldelijke verzoeken tot restauraties heeft Bellaali - 'héél toevallig' - nooit een toezegging gekregen. "Ze kijken op ons neer. Riffijnen staan bekend als onruststokers, omdat ze altijd problemen hadden met het politieke gezag."

In het gezaghebbende Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy duidde journalist Leela Jacinto begin april het opmerkelijk hoge aantal jihadisten uit de Rif. Door de verwaarlozing van het gebied die volgde op het kolonialisme kon het islamisme daar zo goed woekeren, en sloegen wahabistische preken er aan, denkt Jacinto. Ze noemt de Rif 'een radicaliseringsfactor op zichzelf'.

Ondertussen is Achraf Bellaali, en meer Riffijnen met hem, zelf verrast door de religiueze diversiteit die hij aantrof bij zijn voorvaderen: jodendom, christendom en oude heidense spiritualiteit gingen er eeuwen samen. Een rijkdom, zegt hij, die in tijden van radicalisering meer dan ooit van pas komt. Bellaali voelt zich als het ware geroepen. "Ik heb een schuld bij mijn voorvaderen die ik moet terugbetalen."

Waarom is de geschiedenis van de Rif zo verborgen?

"In de loop van de tijd is er veel invloed van buitenaf geweest in de Rif. Het ging gepaard met oorlogen, bezetting, geweld en onderdrukking, tot kolonisatie aan toe. Eerst waren er de Romeinen, later de Arabieren - en hoe moeilijk we het bezetters ook gemaakt hebben, uiteindelijk hebben we steeds hun talen en godsdiensten overgenomen. Toen de Arabieren naar Noord-Afrika kwamen, was dat niets anders dan een invasie. En dan moest de islamiseringspolitiek nog volgen. In hun ogen was de Arabische taal heilig - het is haast een voorwaarde om moslim te zijn. Toentertijd schreef alleen de elite dingen op. Zo is het oorspronkelijke Amazigh-schrift in onbruik geraakt. Alleen de Imazighen in de Sahara gebruiken het nog. Zij hebben zich onttrokken aan de invloeden van buitenaf. En gaandeweg is ook de rest van de cultuur van ons afgeboend."

Hoe diep je een geschiedenis op die is uitgewist?

"Grotendeels weten we niet meer wat de Amazigh-cultuur inhoudt - ook omdat de cultuur in de loop van de tijd verandert. We zijn dus op zoek naar iets waarvan we niet weten wat het is. Ik zoek historische gebouwen op, fotografeer ze, en probeer de symbolen te ontcijferen. Van de orale traditie is nog wel iets over, maar daarvoor moet ik bij oude streekbewoners zijn - daarom spoed ik me bij hen langs met mijn opnameapparatuur. Traditionele volksliederen, de Izran, een soort vrouwen-rap, zijn het best bewaard gebleven."

Wat hebben we in tijden van radicalisering aan uw boek?

"De kennis die ik heb verzameld, kan van veel waarde zijn voor de jonge Riffijnen in Nederland. Ze hebben hier een andere identiteit aangemeten, die van de Saudische variant op de islam, die niet van hen is. De Amazigh-identiteit is in Marokko achtergelaten. In dit boek vinden ze ontbrekende informatie over hun identiteit. Weten wie je bent maakt je minder manipuleerbaar door, bijvoorbeeld, jihadistische ronselaars.

"Ik schrijf ook over de Joden in Marokko en hun verleden: voordat de islam de Rif bereikte, was er 2000 jaar Jodendom. Een groot deel van cultuur en erfgoed is nog te herleiden tot een Joodse oorsprong. De Joden hebben zoveel goeds achtergelaten. De vlag van Marokko en de Riffijnse republiek hadden in de jaren twintig van de vorige eeuw nota bene een Davidster.

"Overigens is het taboe om dit te zeggen. Zodra je hierover begint, word je meteen aangezien voor iemand die heult met de vijand, de zionisten. Ik weet dat er antisemitisme is onder Riffijnse Nederlanders. Die mensen weten niet dat 80 procent van hen zelf Joods bloed heeft. Beledigt een Riffijn een Jood, dan beledigt hij dus indirect een stukje van zichzelf. Ik vind dat we helemaal geen problemen moeten maken met Joodse mensen."

Heeft u als Riffijn last van de spanning met de Marokkaanse autoriteiten?

"Ik word heel erg tegengewerkt. Voor mijn onderzoek was ik bij de 800 jaar oude moskee in Mestassa. Ik had een bevriende Zuid-Koreaanse arabist mee, en zijn vrouw en dochter. Een paar dorpsbewoners nodigden ons uit voor een maaltijd in het gebedshuis. Plots stond er een jongen voor onze neus te roepen: 'Wat is dit voor schande? Wat doen deze mensen in de moskee? Zijn dit zwijnen? Ze zijn vast geen moslims!' Hoe wereldvreemd kun je zijn? Ik zei tegen die man: 'Ben jij wel eens in Casablanca in de moskee geweest? Daar komen duizenden en duizenden niet-moslims de moskee in, om foto's te maken, en van het gebouw te genieten'. De lokale autoriteiten werden erbij gehaald. Die sommeerde de Koreanen om hun paspoort in te leveren. De dochter, nog een tiener, begon te huilen.

"Ik ben altijd in gevecht met dit soort wereldvreemde types. De autoriteiten - en Riffijnen die naar hun pijpen dansen - willen niet dat er toeristen of onderzoekers naar het gebied komen. Want ja, die zien dan hoe achtergesteld het gebied is: slechte wegen, geen ziekenhuizen. Echt, de Marokkaanse staat is verantwoordelijk voor de verwaarlozing van onze cultuur."

Kan uw boek dan wel in Marokko verschijnen?

"Ik voorzie de felste tegenreacties van radicale islamisten. Als onderzoeker met een seculiere, objectieve houding, die ook over Joden schrijft, volg ik immers niet hun narratief. Grote kans dat ze zeggen: 'Jij hebt een buitenlandse agenda, en trouwens, bid je wel? Ben je eigenlijk wel religieus?'

"De reactie van de autoriteiten kan ik lastig inschatten. Het is een dode letter, maar er staat volgens de Marokkaanse wet officieel toch zes maanden gevangenisstraf op afvalligheid. Er zijn straffen voor lichtere misdrijven. Ik kan als het niet meezit zomaar beschuldigd worden van 'vertroebeling van iemands geloof'. Maar die objectiviteit helpt me juist om met respect voor iedereen over religie te praten. Dat heb je nodig om de geschiedenis te kunnen bestuderen. En hoe ga je anders begrijpen dat onze Joodse, christelijke, heidense en islamitische voorouders ooit vreedzaam met elkaar samenleefden?"

Achraf Bellaali deed vijf jaar onderzoek naar de vergeten cultuur van het Rif-gebergte.

Bouchra Banhammou (39) is coach en woont in Rotterdam

"Lang hoorde je nooit iets over de Amazigh. We kregen hier in Nederland bijles in de Arabische taal. Heel verwarrend, want ik ben met de Amazigh-taal opgevoed, en met mij 80 procent van de Marokkanen in Nederland.

Een jaar of vijf geleden ben ik gaan lezen en onderzoeken wat de geschiedenis is van de Imazighen. Het voelde als thuiskomen. Je mag geloven wat je wilt. Of je nou atheïst bent, moslim, soefi of Joods. Wat ons bindt, is dat we Amazigh zijn. Het schijnt trouwens dat ik een Joodse achternaam heb.

Ik coach onder anderen vrouwen, en vroeg me altijd al af waar ik die gedrevenheid vandaan heb. Nu denk ik: misschien heeft het iets te maken met mijn wortels. De Imazighen staan achter de kracht van de vrouw. Lang hebben ze onder koninginnen geleefd. Aan die geschiedenis trek ik me echt op.

Met mijn tantes ben ik weleens naar een marabout geweest in Marokko. Een spirituele raadsman die je helpt met allerlei dingen, van lichamelijke kwalen tot het vinden van een huwelijkspartner. Mankeer je iets, dan is de hele familie of zelfs het dorp erbij betrokken. Je doet dit met elkaar. Je bent niet alleen ziek. Ik geloof nu niet meer in dat soort bovennatuurlijke krachten. Maar ik geloof nog steeds in de kracht van je samen om een ander bekommeren. Dat sterkt die ander.

Door islamisering onder Marokkanen in Nederland is het nu verboden om die marabouts te bezoeken - 'Allah is de enige en de rest is heidens bijgeloof', is de teneur. Ik vertel je dus liever niet of mijn familie en vrienden er nog wel iets aan doen. Laat ik het zo zeggen: Je kunt nóg zo hard roepen dat je ergens niet in mag geloven, je roeit dat toch niet uit."

Rachid Benhammou (42) is organisator van Amazigh-festivals

"Ik merk dat er nu een Amazigh-opleving gaande is. Vooral jonge mensen bij wie de islam van huis uit een dominante rol had, en die weinig tot niets van hun echte wortels weten, zijn enthousiast. Voor de gemiddelde Marokkaanse moslim die niets wil weten over de Amazigh begint de geschiedenis pas bij de islam. Mij boeit vooral de tijd ervóór.

Een van de mooiste dingen: 'Amazigh' betekent 'vrij mens'. Alleen dat al. Dan te bedenken dat ik dat een paar jaar geleden nog niet wist. Ik ben islamitisch opgevoed, maar niet praktiserend. Dat suggereert dat je altijd moslim bent geweest. Ik dacht voor mezelf, en zei op heel vroege leeftijd al tegen mijn familie: 'Als jullie het niet erg vinden ga ik mijn eigen gang'. Bidden, ramadan, de moskee - die dingen hoefden van mij niet zo nodig. Ik geloof wel dat er een God bestaat, maar daar houdt het wel een beetje op.

Toen ik voor het eerst iemand sprak die veel over de Amazigh wist, ben ik gaan spitten en zoeken. Het heeft me wijzer gemaakt. Neem de traditionele liederen als ode aan de vrouw. De verhalen over de legeraanvoerster Dihya. En het zit ook in de taal. Het woord voor 'vrouw', 'Tamghath', stamt af van 'amgha', wat 'leider' betekent. Ik ben door de geschiedenis te leren nog feministischer geworden dan ik al was."

Ik dacht bij ontmoetingen met Amazigh-kenners vaak: Hee, kijk nou, dit zijn Marokkanen die wel een beetje denken zoals ik.

Ik trof een hartstikke mooie, rijke, vrijzinnige cultuur aan. Mijn familie noemt mij wel eens 'verkaasd' - vernederlandst of verwesterd. Onzin, weet ik nu. Dit is mijn DNA, mijn eigen manier van denken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden