Op zoek naar de grenspaal

(Trouw) Beeld
(Trouw)

De geschiedenis van Zeeuws-Vlaanderen staat bol van oorlogen en schermutselingen.

Gaan we dit jaar de grens over of blijven we in eigen land? Voor Zeeuws-Vlamingen is dat nauwelijks een dilemma. Zij zijn al in Vlaanderen zonder dat ze er erg in hebben en ze zijn ook zo weer terug. De grens genereert z’n eigen toeristenverkeer. Belgen (Vlamingen en Walen) en Ollanders wippen net zo makkelijk even over.

Neem Sluis, op een stralende zomerdag. De parkeervelden puilen uit van met Belgische nummerborden behangen auto’s. Op de terrasjes voert de Vlaamse tongval de boventoon. De mossels mee frieten zijn niet aan te slepen en hongerige grensgangers zoeken smachtend een leeg tafeltje. Andersom prefereren Zeeuwse Vlamingen vaak uitstapjes naar Antwerpen of Brugge boven een tripje naar Middelburg, om maar te zwijgen van de randstad.

Zo scharrelen langs de grens, en er soms even overheen gaan, heeft wel wat. Voor fietsers, maar zeker ook voor wandelaars. Niet dat er nu zoveel gebeurt langs de grens: tarwe wordt gezaaid en tarwe wordt geoogst, peeën (wortelen) worden geplant en peeën worden uit de grond getrokken. Maar je vraagt je wel voortdurend af: waar loopt de grens nou? En: waar staat die paal?

Bij Sluis is dat nog niet aan de orde. Het stadje ligt amper honderd meter van de grens, die hier over een grote afstand zo kaars- en kaarsrecht loopt dat er geen markering met grenspalen nodig is. Dat blijft zo, wanneer je het kanaal Sluis-Brugge verlaat, ook wel Napoleonskanaal genoemd, omdat de Franse keizer het door Spaanse krijgsgevangenen liet graven om zo een vaarverbinding te creëren tussen de Westerschelde en Brugge.

Pas bij Sint Anna ter Muiden komen de palen in beeld. Dat pocketstadje heette oorspronkelijk Mude (monding). Het dankt zijn ontstaan aan een zware stormvloed die na een woeste aanval op de Vlaamse kust een geul achterliet, het Zwin. De zeearm trok veel scheepvaart, handel en dus welvaart, waarvan met name Brugge maar ook het kleine Mude profiteerden. In 1242 kreeg het stadsrechten en werd een voorname handelsplaats en voorhaven van Brugge.

Eeuwen later verzandt het Zwin volkomen. Zonder haven dommelt Mude in en transformeert zich tot bedevaartsoord voor St. Anna. Het Napoleonskanaal trekt alleen nog wat vissers, waterfietsers en langeafstandzwemmers.

Sint Anna ter Muiden hield aan die goeie ouwe tijd een dromerig marktplein over met fraai gerestaureerde huizen, kinderkopjes en een beschilderde waterpomp. Een statig ex-raadhuisje. Een hoge hervormde kerk (1653) waar men ’s nachts op het platte dak van de toren vuren stookte voor de scheepvaart op het Zwin. En een kerkhof met een bizar verhaal: naast het kerkpad werden baby’s in kookpotten begraven als ze in het kraambed – dus ongedoopt – overleden waren. Als er zwangere vrouwen voorbijliepen, was de hoop, zouden de babyzieltjes mogelijk uit de pot springen en zich nestelen in de buik van de vrouwen. Zo konden de kinderen opnieuw geboren en dus alsnog gedoopt worden.

Over de Graaf Jansdijk lopend, stuiten we eindelijk op een grenspaal, nummer 361. Een bankje zorgt voor een dubbel stilleven met het zicht op Vlaanderen. Een ooievaar klappertandt wat in de polder, blonde dikbillen zonnen in de wei, hangbuikfietsers zwoegen als Tom Boontjes, beplakt met reclame van kruin tot kont, amechtig op hun karretjes.

Over stoffige polderwegen en oude bolle zeedijkjes, langs de palen 362 en 363, lopen we op Retranchement af. Ook een vesting van oorsprong, ingenieus aangelegd om het Zwin te bewaken tegen ongewenste schepen en Zeeuws-Vlaanderen tegen Spaans of Frans gespuis. Geheel omringd door wallen met veel groen smeekt Retranchement om een rondwandeling (de Wallenroute: anderhalf uur, pitsstop op de Markt niet meegerekend). En er staat niet één grenspaal, maar liefst drie: nummer 364, met een a- en een b-variant. Ze dateren uit de negentiende eeuw toen het Zwin hier nog stroomde en men onmogelijk een grenspaal kon plaatsen. In plaats daarvan zetten beide landen ’verklikkers’ neer, ieder 200 meter van de grens. Pas na inpoldering van het verzande gebied in 1873 kwam er een echte paal 364, tussen de beide andere in.

De terugweg voert over de stille oude zeedijken, door de buitenste verdedigingslinie van Sluis en over de roerloze bolwerken van de prachtig geconserveerde vesting. Moeilijk om te beslissen hoe je door het stadje terugloopt. Kies zelf maar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden