Op zoek naar de gouden kreet

(Jörgen Caris, Trouw) Beeld
(Jörgen Caris, Trouw)

Hoe schrijf je een carnavalskraker? Ervaringsdeskundigen geven tips, zoals: complimenteer jonge meisjes, voorkom zure gezichten en doe niet platvloers.

De hendjes de lucht in! Maar dat gaat zomaar niet. Met gemakzuchtige lalala’s krijg je het halve land niet in beweging. Het schrijven van een echte kraker is een kunst, zegt Ad Kraamer, alias Koning Carnaval.

Kraamer is producer van onder anderen André van Duin, Guus Meeuwis en De deurzakkers. Hij kent de vooroordelen van ’de Noorderlingen’ over carnavalsmuziek. Zo van: die liedjes gáán nergens over, die schrijf je tussen de soep en de aardappels. Mooi niet, zegt Kraamer: „Probeer het maar eens. De uitdaging is: hoe pak je het gevoel van het publiek?”

Waar dat gevoel dan uit bestaat? Op die vraag – ’typisch van boven de rivieren’ – begint Kraamer te zuchten. Carnaval is een way of life, je snapt ’t, of je snapt ’t niet. Het gaat niet om pakken, grijpen, zuipen, maar om ontmoeten, feesten, zorgen vergeten.

Muziek helpt daarbij – de juiste, met een ’gouden kreet’. ’Mien waar is mijn feestneus, Mien waar is mijn neus?’ (Toon Hermans) ’Weet je wat ik wel zou willen zijn? Een bloemetjesgordijn’ (van de legendarische Wim Kersten, godfather van het carnavalslied). Of: ’Het feest kan beginnen, want wij zijn binnen’ (De deurzakkers).

Kom d’r maar eens op. Een succesrecept is er niet, zegt Willem van Schijndel van het Deurzakkers-duo: „Het is een gave.”

Tip 1: Zing tegen een deurske aan

Voor wie die gave (nog) niet bezit, heeft Kraamer wel een tip: vraag je af wat een deurske (jong meisje) graag wil horen. Bijvoorbeeld ’Oh, wat heb jij mooie blauwe ogen’. Of ’Voor een zoen, wil ik voor jou de afwas doen’. Of: ’Je hebt een glimlach om te zoenen’. Of, al is die regel van Rinus de Zanger uit Drachten misschien al iets te expliciet: ’Hey Marlous, wil met jou onder de douche’.

Dergelijke teksten slaan bruggetjes tussen de feestgangers, ze kunnen die ’tegen elkaar aan zingen’. En dáár draait carnaval volgens Kraamer om: interactie, contact maken, iets moois tussen de mensen tot stand brengen.

Tip 2: Vergeet tante Greet

Dat doe je niet met platvloerse, dubbelzinnige teksten, weet Edwin van Loon, de carnavalsman van Omroep Brabant. ’Pak ze maar beet zei tante Greet, ze benne van jou’ – die tijd is voorbij. En ook ’Puntje d’r in, puntje d’r uit’ is volgens producer Kraamer passé. „Je moet wegblijven uit de pornohoek. Je moet carnaval niet verloederen met seks.”

Knipogen mag natuurlijk wel. Zo tipt Van Loon ’De poes van tante Loes’ van De Zware Jongens voor het komende carnaval. Die poes die heeft een kater, die drinkt namelijk géén water. ’Miauw miauw miauw.’

Tip 3: Pis niet op straat

Carnaval moet gezellig blijven, daarom zijn ook vloeken en schelden not done. De ’jongens uit Hilversum’, die volgens de ingewijden niets van carnaval begrijpen, hypen momenteel ’Je kunt de groeten uit Brabant hebben, kut’ van New Kids. Die gaan in het lied nogal tekeer: ze rammen een snackbareigenaar in elkaar, gooien glazen kapot, pissen op straat. Dat vinden ze in Brabant duidelijk níet leuk, zegt zanger Johan Vlemmix. Hij nam 80 cd’s op, waarvan ’zeker 60 aan carnaval gerelateerd’, en begrijpt het carnavalsgevoel dus beter: „Ik wil gewoon de mensen laten lachen en blij maken. Krijgen de mensen een zuur gezicht: niet doen!”

Tip 4: De vogelgriep kan wel, Haïti niet

Blije gezichten kun je best met maatschappelijk betrokken teksten oogsten, vindt Vlemmix. Al leent het genre zich niet voor alle actuele thema’s. De vogelgriep kan wél: ’Alle kippen in het hok vallen van hun stok’. Maar de Q-koorts weer niet: „Dat is niet grappig, daar zijn mensen aan overleden.” Ook grote rampen zijn volgens Vlemmix taboe: „Over Haïti ga je geen carnavalsliedje maken.”

Engagement kan overigens riskant zijn. Vlemmix scoorde in 2008 een hitje met ’Een bussie vol met Polen’: „Ze komen met z’n allen / voor een paar tientjes en een blikkie bier / komen ze helpen, daarvoor zijn ze hier.” Dat vonden ze in Polen weer niet leuk. „Zelfs de Poolse president was boos”, aldus Vlemmix.

Tip 5: Rinkel met je sleutelbos

Echte carnavals-watchers onderscheiden eindeloos veel ’stromingen’ in het genre, zegt Kraamer. Bijvoorbeeld ’het bewegingsliedje’: een kraker die vergezeld gaat van een vaste choreografie. Bij ’Zak ’s even door’, een gouwe ouwe van De deurzakkers, gaat het hele café door de knieën. Toen Kraamer dat voor het eerst zag, was hij diep onder de indruk: „Ik dacht: wów, dit is een beweging.”

De Gebroeders Ko snappen dat een lied wel wat fysieke ondersteuning kan gebruiken. Bij ’Geef mij de sleutel van jouw voordeur’ – een mogelijke topper volgend weekend – laten zij de feestgangers rinkelen met hun sleutelbos.

Tip 6: Laat ze traone met tuiten huilen

Op dinsdagavond 16 februari is het feest voorbij. Dan wordt in Oetel-donk (Den Bosch) Knillis begraven en lopen de emoties in de cafés hoog op. Je moet er bij geweest zijn, zegt Kraamer: „Mensen staan bijna allemaal te huilen.” Vandaar dat het Brabantse publiek ’Traone in m’n ogen’ (2003) van No Nonsens onlangs heeft verkozen tot de beste carnavalskraker ooit.

De lach en de traan – zie dát gevoel maar eens te pakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden